Commissie: Energie Zakelijk
Categorie: Tariefbepalingen
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ten dele gegrond
Referentiecode:
209197/214874
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De zaak gaat over een zakelijke klant die klaagt dat hij tien jaar lang te veel heeft betaald voor zijn elektriciteitsaansluiting en dat hij geen vergoeding heeft gekregen uit een tijdelijke overheidsregeling voor energieprijzen. De commissie beoordeelt twee punten. Ten eerste vindt de commissie dat het de verantwoordelijkheid is van de klant om zelf de juiste aansluitwaarde te kiezen, omdat het energiebedrijf niet kan bepalen hoeveel stroom de klant nodig heeft. Daarom wordt deze klacht afgewezen. Ten tweede heeft het bedrijf inmiddels het gevraagde bedrag van € 380 uit de overheidsregeling aan de klant betaald. Omdat de betaling pas na het indienen van de klacht is gedaan, hoeft de commissie hierover geen inhoudelijk oordeel te geven, maar moet het bedrijf wel het klachtengeld van € 181,50 aan de klant terugbetalen. De commissie beslist dat de klacht deels wordt afgewezen en dat de klant voor het andere deel niet ontvankelijk is. Wel krijgt hij het klachtengeld terug.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De commissie dient inhoudelijk alleen nog te beslissen over de klacht van de verbruiker/aangeslotene dat hij 10 jaar lang een te hoog capaciteitstarief elektriciteit betaald heeft. Dat onderdeel van de klacht wijst de commissie onder verwijzing naar eerdere uitspraken af.
Beoordeling
In de door deze commissie gegeven voorbeslissing d.d. 18 oktober 2023 is de klacht beperkt tot twee deelklachten. Het gaat om de klacht dat 10 jaar lang kosten voor een te hoge aansluitwaarde elektriciteit berekend zijn (de verbruiker/aangeslotene heeft 3×35 A, volgens hem volstaat 3×25 A). De tweede klacht betreft het niet uitkeren van de Tijdelijke overbruggingsregeling tegemoetkoming energieprijzen kleinverbruikers 2022 van tweemaal € 190,–.
De commissie overweegt, gelijk zij in eerdere beslissingen (bijvoorbeeld nummers 99729 en 105744, te kennen op de website van de commissie onder eerdere uitspraken) heeft geoordeeld, dat de bepaling van de hoogte van de capaciteit aan de verbruiker/aangeslotene is. Immers het bedrijf kan niet weten welke capaciteit de verbruiker/aangeslotene nodig heeft. Dat wordt immers geheel bepaald door de door de verbruiker/aangeslotene gewenste piekbelasting. In zoverre wordt de klacht afgewezen.
Ten aanzien van de tweede klacht heeft het bedrijf de gevorderde bedragen betaald aan de verbruiker/aangeslotene. Op die klacht hoeft dan ook niet meer beslist te worden. Verbruiker/aangeslotene is in die klacht niet ontvankelijk. Omdat echter het bedrijf eerst na indiening van de klacht de gevorderde bedragen betaald heeft, is de klacht terecht ingediend en dient het bedrijf aan de verbruiker/aangeslotene het klachtengeld te vergoeden.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht deels afgewezen zal worden en dat de verbruiker/aangeslotene voor het overige deel niet ontvankelijk is in zijn klacht. Wel dient, als hiervoor overwogen, het klachtengeld aan de verbruiker/aangeslotene vergoed te worden.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie bepaalt dat de klacht deels afgewezen wordt en dat de verbruiker/aangeslotene voor het overige deel niet ontvankelijk is in zijn klacht.
Bovendien dient het bedrijf overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 181,50 aan de verbruiker/aangeslotene te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is het bedrijf aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie zakelijk, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer R.A. Timmer, de heer mr. C.J.J. Havermans, leden, op 7 maart 2024.