Zakelijk energiegeschil voorlopig aangehouden voor onderling overleg

De Geschillencommissie




Commissie: Energie Zakelijk    Categorie: Beëindiging overeenkomst    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: tussenadvies   Uitkomst: aanhouding beslissing   Referentiecode: 213749/234295

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De verbruiker klaagt over een te hoge gasrekening en een opzegvergoeding van ruim €11.000. Volgens hem was er geen sprake van stilzwijgende verlenging van het energiecontract en heeft hij recht op terugbetaling van €3.600. Het bedrijf stelt dat het contract automatisch is verlengd en dat de opzegvergoeding terecht is. De commissie doet nog geen uitspraak, omdat partijen tijdens de zitting hebben afgesproken eerst onderling te overleggen over een mogelijke oplossing. Binnen zes weken moeten zij laten weten of er een regeling is bereikt. Tot die tijd wordt de zaak aangehouden.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Het geschil betreft de uitvoering en beëindiging van een leveringsovereenkomst.

Beoordeling

Voor het standpunt van de verbruiker/aangeslotene verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De verbruiker/aangeslotene had met het bedrijf een overeenkomst voor het leveren van stroom en gas.
De overeenkomst was aangegaan onder de schriftelijke belofte dat geen stilzwijgende verlengingen plaatsvinden.
Door het bedrijf zijn te hoge gasstanden in rekening gebracht. De verbruiker/aangeslotene had de meterstand opgegeven, maar het bedrijf heeft ten onrechte een schatting van het verbruik gedaan. Het verzoek van de verbruiker/aangeslotene om het door hem te veel betaalde bedrag aan gas terug te betalen is door de rechtsvoorganger van het bedrijf ultimo 2022 afgewezen en fors verhoogd op de eindafrekening. Het bedrag is ongeveer vier keer zoveel. Daarom heeft de verbruiker/aangeslotene de automatische incasso’s gestorneerd. Naderhand heeft een correctie plaatsgevonden.
De verbruiker/aangeslotene heeft meer dan € 20.000,– (ter zitting verlaagd naar € 3.600,–) van het bedrijf tegoed. Ondanks late erkenning van het te hoog in rekening gebrachte bedrag door de rechtsvoorganger van het bedrijf en zijn forse wanprestatie betaalt het bedrijf dit bedrag niet en eist het, ten onrechte,
€ 11.017,61 (incl. btw) wegens voortijdige contractbeëindiging. De vordering van € 3.600,– berust op de eigen berekeningen van het bedrijf. Geen sprake is van een overeenkomst waarin stilzwijgende verlenging is overeengekomen. De verbruiker/aangeslotene heeft de overeenkomst niet (vroegtijdig) beëindigd. Netbeheerder berichtte een spoedaansluiting bij een nieuwe leverancier aan te vragen. Dat is per 19 maart 2023 energieleverancier geworden.

De verbruiker/aangeslotene verzoekt afwijzing van de onterechte opzegvergoeding en de nota van 1 mei 2023 (met daarop de opzegvergoeding) en de latere kosten en rente en veroordeling van het bedrijf om het restant van de vordering van € 3.600,– te betalen.

Het standpunt van het bedrijf

Voor het standpunt van het bedrijf verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Voor de grootverbruik aansluiting voor elektriciteit bestonden twee leveringsovereenkomsten:
Leveringsovereenkomst 1 van 24 maart 2020, met een looptijd van 1 januari 2021 t/m 31 december 2021.
Leveringsovereenkomst 2 van 10 juni 2020, met looptijd van 22 juni 2020 t/m 31 december 2020, ter overbrugging van de periode tot aanvang van leveringsovereenkomst 1.

Hier gaat het om leveringsovereenkomst 1. Aan het einde van die leveringsovereenkomst was er geen sprake van rechtsgeldige opzegging door de verbruiker/aangeslotene. Conform de leveringsovereenkomst is de overeenkomst automatisch verlengd met eenzelfde periode, i.e. een jaar, tot 31 december 2022. Aan het einde van 2022 was er wederom geen sprake van opzegging vanuit de verbruiker/aangeslotene. Daarom was er ook voor het jaar 2023 een verlenging van de overeenkomst, van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023.
Bij stilzwijgende verlenging is het bedrijf conform artikel 7.3 van de algemene voorwaarden
toegestaan aangepaste tarieven in rekening te brengen.

Op 19 maart 2023 was sprake van vroegtijdige beëindiging (voor 31 december 2023) en wissel door de verbruiker/aangeslotene van leverancier (vroegtijdige switch naar een nieuwe leverancier). Conform de overeenkomst en artikel 4.2 algemene voorwaarden is de verbruiker/aangeslotene daarom een opzegvergoeding o.b.v. 15% van de resterende (verwachte) waarde van de overeenkomst in rekening gebracht. Deze opzegvergoeding staat op nota 1E45382 d.d. 01 mei 2023 ad €11.017,61 (incl. btw).

Het bedrijf heeft conform de inhoud van betrokken leveringsovereenkomst en algemene
voorwaarden gehandeld. Het bedrijf mocht bij stilzwijgende verlenging tussentijds tarieven aanpassen en de verbruiker/aangeslotene een opzegvergoeding in rekening brengen. De mededelingen dat geen stilzwijgende verlengingen zouden plaatsvinden stonden uitsluitend in een wervende tekst en niet in het contract.

Ondanks herhaaldelijke uitleg, en sommaties, heeft de verbruiker/aangeslotene die nota niet voldaan waarna die uit handen is gegeven aan een incassobureau. Door rente en incassokosten bedraagt de vordering per medio september 2023 €12.261,02. Die rekening weigert de verbruiker/aangeslotene te voldoen.
Onduidelijk is wat de basis is van de claim van de verbruiker/aangeslotene op het bedrijf van €20.000,–. De verschuldigdheid wordt betwist. Onderbouwing van die claim heeft het bedrijf niet ontvangen.
De commissie heeft het volgende overwogen.

Thans wordt nog geen eindbindend advies gewezen. Ter zitting hebben partijen met elkaar afgesproken dat zij met elkaar in overleg treden om onderling een mogelijke regeling te bereiken ter beslechting van dit geschil, als volgt.

De gemachtigde van het bedrijf onderzoekt intern de mogelijkheden om de verbruiker/aangeslotene in dit geschil tegemoet te komen. De gemachtigde van het bedrijf bericht de verbruiker/aangeslotene hierover, binnen 14 na heden. De verbruiker/aangeslotene zal vervolgens binnen 14 dagen na ontvangst van dat bericht hierop naar het bedrijf reageren. Van die contacten/correspondentie dienen partijen de commissie niet op de hoogte te stellen, omdat dit overleg uitsluitend onderling plaatsvindt.

Partijen zullen zich naar de commissie uiterlijk binnen zes weken na verzending van dit tussenadvies uitlaten over het al dan niet bereiken van een onderlinge regeling of oplossing c.q. voortzetting van de onderhavige procedure bij de commissie. Indien partijen tot een regeling zijn gekomen dienen partijen de commissie te berichten wat zij daarover opgenomen willen zien in een eindbindend advies. Indien geen regeling is bereikt zal de commissie vervolgens zonder nadere mondelinge behandeling op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting bindend adviseren.

Andere inhoudelijke stukken of argumenten worden niet in behandeling genomen.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De hiervoor verlangde informatie dient uiterlijk zes weken na verzending van dit tussenadvies door de commissie ontvangen te zijn.
Indien die informatie inhoudt dat geen regeling is bereikt zal de commissie vervolgens zonder nadere mondelinge behandeling op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting bindend adviseren.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie zakelijk, bestaande uit mevrouw mr. I.K. Rapmund, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer mr. C.M.H. Vlaanderen, leden, op 20 maart 2024.

Print/PDF