Warmtestoring niet tijdig gecompenseerd: ondernemer moet volledige vergoeding betalen

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie




Commissie: Energie    Categorie: Hoogte tarief warmtelevering    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 430135/559265

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagde over het uitblijven van een vergoeding na een warmtestoring van 2 t/m 5 december 2023. De ondernemer had al een voorschot van € 75,– betaald, maar wachtte op informatie van een externe partij. De commissie oordeelt dat dit geen geldige reden is om de betaling uit te stellen. De ondernemer moet € 320,– aan de consument betalen plus € 52,50 klachtengeld. De klacht is gegrond.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil heeft betrekking op de hoogte van de vergoeding wegens een onderbreking van de levering van warmte.

De consument heeft de klacht op 3 april 2024 bij de ondernemer ingediend.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt neer op het volgende.

De ondernemer levert warmte aan het appartementencomplex waar de consument woont. Op het dak is daartoe een LWWP-installatie geplaatst.

In de periode van 2 december 2023 tot en met 5 december 2023 is sprake geweest van een grote storing. Als gevolg daarvan werd door de ondernemer in de periode geen warmte aan de consument en de andere bewoners geleverd. In overleg met de consument heeft de ondernemer elektrische kacheltjes aan de bewoners ter beschikking gesteld en een voorschot van € 75,– op de volledige compensatie betaald.

De volledige compensatie dient binnen 6 maanden na het einde van de storing te zijn uitbetaald.

De ondernemer geeft aan met een servicepartij in discussie te zijn, maar geeft ten onrechte geen deadline aan waarbinnen zal worden betaald.

Op grond van de tussen partijen gesloten warmteovereenkomst heeft de consument bij een storing langer dan 8 uur recht op een vergoeding. De eerste periode van 8 uur van de storing bedraagt de vergoeding
€ 35,–, voor elke volgende periode van 4 uur dient een bedrag van € 20,– te worden vergoed. De totale vergoeding bedraagt € 395,–. Het bedrag had op 6 juni 2024 moeten zijn betaald.

Ter zitting heeft de consument verder in hoofdzaak het volgende naar voren gebracht.

Er wordt voldaan aan de voorwaarden die artikel 7.4 van de Warmteovereenkomst stelt aan de vergoeding. De consument heeft niets meer van de ondernemer gehoord. Het zou te maken hebben met de financiële impact van de te betalen vergoeding op de ondernemer.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer is bezig met de afhandeling van de compensatieverzoeken. Het betreft een storing in december 2023 van de LWWP-installatie. Er is reeds een voorschot van € 75,– uitgekeerd en kosteloos een elektrische warmtevoorziening ter beschikking gesteld.

Om vast te kunnen stellen of aanvullende compensatie aan de orde is, is de ondernemer aangewezen op informatie van de firma bedrijf, die het dagelijkse beheer en onderhoud van de installatie verzorgde. De ondernemer heeft dit bedrijf meerdere malen verzocht om een rapport waaruit kan worden opgemaakt hoe lang de storing heeft geduurd en wat de aanvoertemperatuur van het water was. Deze informatie is voor de ondernemer noodzakelijk om de omvang van de vergoeding te kunnen vaststellen. Bedrijf heeft deze informatie tot op heden niet verstrekt en beroept zich op langdurig ziekteverlof van een leidinggevende. De ondernemer heeft bedrijf inmiddels aansprakelijk gesteld. Na ontvangst van de informatie zal de ondernemer de definitieve vergoeding vaststellen. De compensatie zal eventueel worden gegeven via een korting op de factuur van de warmtelevering.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument klaagt over het uitblijven van de volledige vergoeding wegens een langdurige storing van de warmte installatie waarvoor de ondernemer verantwoordelijk is.

De storing als zodanig wordt door de ondernemer niet betwist en hij heeft reeds een voorschot van € 75,– uitgekeerd.

De ondernemer voert als reden aan voor het uitblijven van de definitieve vergoeding aan dat een derde, bedrijf, in gebreke is jegens de ondernemer, door niet (tijdig) de gevraagde en noodzakelijke informatie te verschaffen.

Naar het oordeel van de commissie heeft de ondernemer alle tijd gehad om zichzelf te informeren over de aard en de omvang van de storing en kan een beroep op het uitblijven van informatie hem in dit geval niet meer baten. De omstandigheid dat bedrijf niet reageert, kan naar het oordeel van de commissie niet aan de consument worden tegengeworpen, maar behoort tot de bedrijfsrisico’s van de ondernemer.

Daarbij komt dat de ondernemer de door de consument gemaakte berekening niet heeft betwist, zodat de commissie in dit geschil van de juistheid daarvan zal uitgaan.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer betaalt een bedrag van € 320,– aan de consument; betaling dient plaats te vinden binnen
4 weken na de verzenddatum van dit bindend advies.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer mr. SJ.S. Bakker en mevrouw mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 21 oktober 2024.

Print/PDF