Verzoek tot vrijstelling van depotstorting afgewezen: klacht pas behandeld na betaling

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie




Commissie: Energie    Categorie: Depotbeslissing    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: niet-ontvankelijk   Referentiecode: 1144256/1247346

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument heeft bij de Geschillencommissie Energie verzocht om ontheffing van de verplichting om voorafgaand aan de behandeling van haar klacht een bedrag van € 1.095,54 in depot te storten. Volgens het reglement moet een consument dit doen als er nog een openstaand bedrag is voor een product of dienst waarover het geschil gaat. Deze depotstorting dient als zekerheid voor de ondernemer, mocht de commissie oordelen dat de consument moet betalen. De commissie benadrukt dat deze verplichting losstaat van de inhoudelijke beoordeling van het geschil en dat het bedrag wordt terugbetaald als de klacht gegrond blijkt. Alleen als de consument overtuigend aantoont dat zij financieel niet in staat is om het bedrag te storten, kan hiervan worden afgeweken. In dit geval heeft de consument onvoldoende bewijs geleverd van financiële onmacht. Daarom wordt het verzoek tot vrijstelling afgewezen. De commissie bepaalt dat de klacht pas verder in behandeling wordt genomen nadat het volledige bedrag is betaald. Gebeurt dit niet, dan wordt het dossier gesloten zonder verdere behandeling. Deze uitspraak is een procedurele beslissing, ook wel depotbeslissing genoemd.

De volledige uitspraak

Samenvatting

Het verzoek van de consument tot ontheffing van de reglementaire verplichting tot depotstorting wordt afgewezen.

De commissie bepaalt dat na ontvangst van volledige betaling van het blijkens het klachtformulier nog openstaande bedrag ad € 1.095,54 de klacht verder in behandeling zal worden genomen en dat bij gebreke daarvan het dossier zal worden gesloten zonder verdere behandeling.

Beoordeling
Het reglement van de commissie bepaalt dat de commissie, voor zover de consument de betaling van een goed of dienst waarover het geschil gaat, achterwege heeft gelaten, in de regel zal verlangen dat de consument een bedrag ten hoogste gelijk aan het nog openstaande bedrag bij haar deponeert. De consument heeft een verzoek bij de commissie ingediend tot vrijstelling van deze verplichting.

De commissie overweegt hieromtrent als volgt. Kern van de geschillenregeling is dat de ondernemer moet gedogen dat een geschil door de commissie wordt behandeld als de consument dit wenst. Hiertegenover staat dat de ondernemer verzekerd moet zijn van de betaling van datgene dat volgens de commissie verschuldigd is. Die zekerheid wordt verkregen door de in het reglement van de commissie voorgeschreven depotstorting. De consument lijdt hierdoor geen nadeel, omdat zij het depotbedrag terugkrijgt indien en voor zover de vordering van de ondernemer wordt afgewezen. Op die gronden is de consument in beginsel verplicht tot depotstorting. Van die verplichting kan geen ontheffing worden verleend enkel op de grond dat de depotstorting de consument slecht uitkomt of op grond van een inhoudelijke beoordeling van de vordering van de ondernemer door de commissie. Het past de commissie niet zich al een oordeel te vormen over het geschil voordat partijen hun standpunt hebben kunnen toelichten. De depotstorting staat naar zijn aard in beginsel los van een inhoudelijk oordeel over de vordering van de commissie en dient uitsluitend als zekerheid voor de betaling van de vordering van de ondernemer.
Slechts in het geval door de consument voldoende aannemelijk is gemaakt dat zij niet over de financiële middelen beschikt om de verlangde depotstorting te doen, kan er naar redelijkheid en billijkheid aanleiding bestaan gehele of gedeeltelijke ontheffing te verlenen. Naar het oordeel van de commissie is in dit geval niet voldoende gebleken dat de consument niet over de financiële middelen beschikt om de verlangde depotstorting te doen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het verzoek van de consument tot ontheffing van de reglementaire verplichting tot depotstorting wordt afgewezen.

De commissie bepaalt dat na ontvangst van volledige betaling van het blijkens het klachtformulier nog openstaande bedrag ad € 1.095,54 de klacht verder in behandeling zal worden genomen en dat bij gebreke daarvan het dossier zal worden gesloten zonder verdere behandeling.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.P.C.M. Hellegers, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk, mevrouw mr. J.M. Hoekstra, leden, op 14 augustus 2025.

Print/PDF