Commissie: Post
Categorie: -
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
690438/784587
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een consument diende een klacht in bij de Geschillencommissie Post na vermissing van een standaardpakket met boeken ter waarde van €720,96. Het pakket werd zonder aanvullende diensten, zoals verzekering of aangetekende verzending, verzonden en raakte tijdens het transport zoek. De consument stelde dat de ondernemer nalatig was en eiste vergoeding van de schade, terwijl de ondernemer slechts de verzendkosten van €7,95 wilde vergoeden. De commissie oordeelde dat het pakket als standaardpost was verzonden, wat volgens de Postwet 2009 en de Algemene Voorwaarden uitsluit dat er aansprakelijkheid bestaat voor schade bij vermissing. Volgens de commissie ligt het risico bij de consument wanneer geen aanvullende service wordt gekozen. Deze lijn wordt door de commissie vaker gevolgd en acht zij niet onredelijk. De ondernemer had de consument bovendien aangeboden de verzend- en klachtkosten als tegemoetkoming te vergoeden, en dit aanbod blijft staan. De commissie raadt de consument aan hier eventueel op in te gaan. Omdat de regels duidelijk zijn en niet zijn geschonden, is de klacht ongegrond verklaard. Er wordt geen verdere schadevergoeding toegekend.
De uitspraak
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Post (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.
De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 28 februari 2025 te Den Haag.
Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.
De consument heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid ter zitting via een videoverbinding het standpunt toe te lichten. Ter zitting heeft ook de ondernemer het standpunt toegelicht. Ter zitting werd de ondernemer vertegenwoordigd door [naam].
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de schadevergoeding voor de vermissing van een standaardpakket.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft op 12 juli 2024 via de ondernemer een pakket aan een geadresseerde in [stad] verzonden. Dit pakket was niet verzekerd. In het pakket zaten boeken, met een totale waarde van € 720,96. Dit pakket is nooit op de bestemming aangekomen en is tijdens het vervoerproces als verloren gemeld. De ondernemer is nalatig geweest in zijn zorgplicht betreffende de verzending van de goederen. De ondernemer is niet bereid tot een oplossing te komen en heeft slechts een vergoeding van de verzendkosten (€7,95) aangeboden. Het verlies van dit pakket brengt voor de consument aanzienlijke financiële schade met zich mee. Die kan niet volledig bij haar als afzender worden gelegd.
De consument wil volledige, dan wel een redelijke vergoeding voor het verloren pakket.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Het pakket is zonder aanvullende service door de consument verzonden. Na intern onderzoek is vastgesteld dat het pakket verloren is gegaan. Op grond van wet- en regelgeving kan de consument geen aanspraak maken op schadevergoeding. Voor een standaard verzending zoals hier wordt bij verlies van het pakket geen vergoeding geboden voor de waarde van de inhoud. Conform de algemene voorwaarden is de consument een vergoeding van de verzendkosten (€7,95) aangeboden.
Verzocht wordt de klacht ongegrond te verklaren.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Het geschil betreft de vermissing van een standaardpakket. In de kern gaat het erom of de ondernemer hiervoor aansprakelijk en schadeplichtig is.
Niet is in geschil dat tussen partijen een vervoersovereenkomst heeft bestaan waarbij de consument door de ondernemer een pakket naar een geadresseerde in [stad] heeft laten verzenden. Evenmin is in geschil dat het pakket niet is afgeleverd en als vermist moet worden beschouwd. De schadevergoeding betreft de kern van dit geschil.
Hoewel te betreuren is dat het pakket niet is afgeleverd, onderschrijft de commissie op grond van de stellingen van partijen en de stukken het standpunt van de ondernemer. De ondernemer is op grond van de vervoersovereenkomst en de geldende regelgeving niet aansprakelijk voor de vermissing van het pakket omdat het pakket als standaardpakket is verzonden, zonder een aanvullende service (aangetekend of verzekerd).
De aansprakelijkheid van de ondernemer voor schade die voortvloeit uit het vervoer van poststukken is geregeld in artikel 29 Postwet 2009 en uitgewerkt in de toepasselijke Algemene Voorwaarden voor de Universele Postdienst 2024 (artikel 9). Op grond van die regelgeving wordt de aansprakelijkheid van de ondernemer bij vermissing van een pakket, voor gewone postdiensten, zonder overeengekomen aanvullende diensten voor verzending, zoals hier, uitgesloten. Dat is volgens een vaste lijn van deze commissie niet onredelijk of onbegrijpelijk, gelet op de aard van de dienstverlening. Terecht heeft de ondernemer gesteld dat wanneer een afzender prijs stelt op een verzekering van zijn poststuk tegen verlies of schade, zij dat bij verzending zelf dient aan te geven en het bijbehorende -hogere- tarief moet voldoen. Hiervoor heeft de consument echter niet gekozen, hetgeen in haar risicosfeer ligt. Dit betekent dat de ondernemer niet aansprakelijk is voor de vermissing van het pakket.
De ondernemer heeft aangegeven dat de consument erover is geïnformeerd dat zij conform de regelgeving alleen in aanmerking komt voor vergoeding van de verzendkosten. De ondernemer heeft de consument het aanbod gedaan deze en de geschilkosten te vergoeden als tegemoetkoming en bevestigd dat dit aanbod beschikbaar blijft. De commissie geeft de consument in overweging zich hierover te verstaan met de ondernemer indien zij alsnog van dit aanbod gebruik wil maken.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit mevrouw mr. I.K. Rapmund, voorzitter, de heer drs. G.J.F.M. Klaas, mevrouw drs. W. Nienhuis, leden, op 28 februari 2025.