Verdeling warmteverbruik is redelijk, klacht afgewezen

De Geschillencommissie




Commissie: Energie    Categorie: Hoogte tarief warmtelevering    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 236083/245923

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagt over de verdeling van het warmteverbruik tussen 2020 en 2023. Hij vindt dat de energieleverancier geen meterstanden heeft opgenomen binnen de wettelijke termijn en dat het verbruik ongelijk is verdeeld. De leverancier stelt dat de meteropname is vertraagd door coronamaatregelen en dat de consument zelf geen standen heeft doorgegeven. Na bezwaar heeft de leverancier het verbruik alsnog verdeeld over drie jaren. De commissie oordeelt dat deze verdeling redelijk is en dat de consument in eerdere jaren zelfs geld heeft teruggekregen. De klacht is ongegrond. Het verzoek van de consument wordt afgewezen.

De volledige uitspraak

Samenvatting
De commissie keurt de rekening met betrekking tot het warmteverbruik goed.

Standpunt van de consument

Op 19 december 2019 is de stand van de warmtemeter door de meteropnemer opgenomen op 320,000. Van 19 december 2019 tot 12 juli 2020 is de eindstand door u bepaald op 338,742 GJ. Op de volgende nota’s van 08 september 2021 en 08 september 2022 is de eindstand bepaald op 338,742 GJ, het verbruik in beide jaren was bepaald op O (nul) GJ. Het systeem heeft dus in beide jaren gefaald. Geen zorgplicht. De stand van de warmte is opgenomen op 10 januari 2023 door de meteropnemer, de vorige meteropname was op 19 december 2019 dus niet binnen de wettelijke termijn van drie jaar. Eerste klacht door middel van aangetekende brief 16 januari 2023 ingediend. Geen reactie ontvangen. Tweede aangetekende brief van 16 augustus 2023, eerste telefonische reactie op 23 augustus 2023. Gecorrigeerde nota’s d.d. 01 oktober 2023 ontvangen. Niet eens met de verdeling van het gebruik over de afgelopen jaren. Verdeling afgesproken over de afgelopen drie jaar.
De nota’s waren gebaseerd op eerste jaar 23.357 GJ, tweede jaar 23,352 GJ en derde jaar 39,124 GJ, terwijl er een gemiddeld verbruik is van 28,621 GJ. Ik wil een gelijke verdeling over drie jaar en omdat er geen meteropnames zijn geweest een extra vergoeding.

Standpunt van de ondernemer

De consument had per 3 april 2008 een leveringsovereenkomst voor warmte afgesloten met energieleverancier waarop thans van toepassing zijn de Algemene Voorwaarden Warmte 2014. Energieleverancier moest deze leveringsovereenkomst per 17 juli 2020 beëindigen i.v.m. een nieuwe aanmelding van een andere contractant voor hetzelfde adres (Bijlage 1/ Kopie eindnota). Achteraf bleek de nieuwe aanmelding niet juist te zijn, waarna energieleverancier besloten heeft de warmtelevering per 4 augustus 2020 weer te herstellen. De levering is toen gestart met een beginstand van 338,742 GJ.
Na de herstelactie van 4 augustus 2020 hebben wij aan de consument zowel in 2021 alsmede in 2022 reguliere jaarnota’s aangeboden met “0” GJ verbruik (Bijlage 2 en 3 ). De consument heeft hierdoor ten onrechte een behoorlijk bedrag per jaar terugontvangen, namelijk: • Op jaarnota 2021 € 1302,65 • Op jaarnota 2022 € 1434,25.

Energieleverancier heeft de omvang van het verbruik niet op juiste wijze kunnen vaststellen omdat de consument, ondanks onze herhaaldelijke verzoeken, geen opgave heeft gedaan van de jaarlijkse meterstanden (recentelijk nog verzocht in december 2022. Energieleverancier heeft pas op 10 januari 2023 een fysieke meteropname kunnen uitvoeren bij de consument. De meterstand per genoemde datum was 409 GJ. Dat energieleverancier na de herstelactie in augustus 2020 niet binnen de gestelde termijn van driejaar meteropnames heeft kunnen uitvoeren, moet meer gezien worden in het licht van coronamaatregelen en het risico van besmettingsgevaar. In tegenstelling tot wat de consument betoogd, is er hier geenszins sprake van verwijtbaar handelen, maar meer van naleving van preventieve maatregelen, zoals destijds zeker tot maart 2022 zijn voorgesteld door de overheid.

Op 2 augustus 2023 hebben wij, vlak voor de reguliere jaarnota, van de consument een werkelijke warmtestand ontvangen van 424,570 GJ. De consument verbruikt in de periode 4 augustus 2020 – 2 augustus 2023 in totaal 85,828 GJ (= verschil tussen 338,742 en 424,570). Energieleverancier brengt daarom het totaal afgenomen verbruik in rekening via de jaarnota van 12 augustus 2023.
De consument meent een gemiddeld warmteverbruik te hebben van ruim 28 GJ per jaar. De door ons uitgevoerde analyse laat hierboven het tegendeel zien. Het gemiddeld warmteverbruik fluctueert tussen de 33 en 34 GJ (weergegeven in groen) per jaar. Om het gemiddelde verbruik per jaar vast te kunnen stellen wordt er ook rekening gehouden met de buitentemperatuurontwikkeling en de graaddagenmethode(rekeneenheid).

Zoals hierboven vermeld, hebben wij via de jaarnota van 2023 het eerder niet in rekening gebrachte warmteverbruik van in totaal 85,828 GJ alsnog bij de consument in rekening gebracht. Aangezien de consument na ontvangst van deze jaarnota bezwaar aantekende over de toegepaste verdeelsleutel, heeft het ons doen besluiten het warmteverbruik op 1 oktober 2023 per periode te verdelen en te corrigeren via drietal correcties.
Energieleverancier is thans van mening dat het warmteverbruik ingevolge artikel 10 lid 1 van de Algemene Voorwaarden Warmte Energieleverancier 2014 rechtmatig in rekening is gebracht. Energieleverancier kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor een onjuiste aanmelding op het adres van de consument.

Oordeel van de commissie

Op grond van de stukken naar het verhandelde ter zitting onderschrijft de commissie in grote lijnen het standpunt van de ondernemer. De ondernemer heeft uitgelegd waarom al het verbruik in augustus 2023 aan de consumenten in rekening is gebracht. Voorts heeft de ondernemer na bezwaar van de consument een verdeelsleutel toegepast die naar het oordeel van de commissie alleszins redelijk is. Bovendien moet in aanmerking worden genomen dat de consument op de jaarnota was van 2021 en 2022 aanzienlijke bedragen heeft ontvangen. De klacht treft geen doel.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer ing. C. Verloop, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 7 mei 2024.

Print/PDF