Terugleverkosten bij zonnepanelen: ondernemer handelt redelijk

De Geschillencommissie




Commissie: Energie    Categorie: Tariefbepalingen    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 509004/571705

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De zaak gaat over een klant met zonnepanelen die bezwaar maakt tegen de manier waarop terugleverkosten zijn berekend door zijn energieleverancier. De klant kreeg op 16 januari 2024 bericht dat er vanaf 1 maart terugleverkosten zouden gelden. Hij paste zijn stroomgebruik direct aan om in een lagere kostenklasse te vallen. Toch rekende de ondernemer een hogere schaal (schaal 6) op basis van het verbruik vóór de aankondiging. De klant vond dit onterecht en vroeg om een eerlijke berekening, maar kreeg die niet. De ondernemer legt uit dat de kosten afhangen van hoeveel stroom een klant teruglevert en dat dit wordt verdeeld in schalen: hoe meer teruglevering, hoe hoger de kosten. Volgens de ondernemer is dit een eerlijke methode, omdat klanten die meer terugleveren ook meer kosten veroorzaken. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft deze aanpak als redelijk beoordeeld. De Geschillencommissie Energie oordeelt dat de ondernemer de klant op tijd heeft geïnformeerd en dat het systeem van kostenverdeling logisch en redelijk is. Ook is er deels rekening gehouden met het lagere verbruik in 2024. Daarom vindt de commissie de klacht ongegrond en wordt het verzoek van de klant afgewezen.

De volledige uitspraak

Samenvatting
De ondernemer heeft bij het invoeren van het systeem van terugleverkosten niet onredelijk gehandeld.

Beoordeling
Standpunt van de consument

Consument is half januari geïnformeerd dat er terugleverkosten komen per 1 maart (variabel contract). Consument heeft onmiddellijk het gebruik aangepast zodat ze in een lagere schaal zouden vallen. De ondernemer rekent toch de hoge schaal mede gebaseerd op het verbruik van de consument van voor het moment dat consument geïnformeerd is. Consument heeft de ondernemer gevraagd om de juiste (pro rata) schaal te hanteren. Ondernemer heeft dit in één van de vele antwoorden toegezegd, maar heeft het uiteindelijk niet gedaan. Over de maand maart is tariefschaal 6 in rekening gebracht, over de maand april en tot de opzegging van de consument in mei is tariefschaal 1 in rekening gebracht – die lagere schaal komt overeen met onze werkelijke teruglevering over de periode dat er met terugleverkosten rekening gehouden moet worden. De ondernemer rekent met de teruglevering van voor het moment dat consument geïnformeerd is medio januari 2024. Dit is het contract wijzigingen met terugwerkende kracht, waar de consument bezwaar tegen heeft gemaakt. De consument heeft nadrukkelijk geen bezwaar tegen de terugleverkosten an sich, alleen tegen de gehanteerde schaal.

Standpunt van de ondernemer

De ondernemer brengt een vast bedrag per dag in rekening voor klanten met zonnepanelen. De hoogte van de kosten verschilt per klant en is afhankelijk van de saldeerbare jaarlijkse teruglevering. Hiermee bedoelt de ondernemer dat alleen de teruglevering meetelt die de klant kan wegstrepen tegen zijn verbruik (ofwel salderen). Levert de klant minder terug dan hij verbruikt? Dan rekent de ondernemer met de totale teruglevering. Levert hij meer terug dan hij verbruikt? Dan rekent de ondernemer alleen met de teruglevering die de klant kan wegstrepen tegen zijn verbruik. De ondernemer rekent dus niet met de totale teruglevering. De kosten zijn verdeeld over schalen: klanten die minder stroom terugleveren, betalen minder terugleverkosten dan klanten die meer terugleveren.

De reden dat door de ondernemer is gekozen voor schalen is dat klanten die minder stroom terugleveren, hierdoor minder terugleverkosten betalen dan klanten die meer terugleveren. Dit vindt de ondernemer redelijk omdat deze klanten ook minder kosten veroorzaken. Een alternatief was om een vast bedrag bij alle klanten met zonnepanelen in rekening te brengen. Dit zou naar mening van de ondernemer zorgen voor een oneerlijke verdeling. De ACM heeft de door ondernemer gehanteerde methodiek beoordeeld en vastgesteld dat de daarbij horende terugleverkosten niet onredelijk zijn.
De terugleverkosten worden in rekening gebracht op de jaar- of eindnota en berekend op basis van werkelijke verbruik en teruglevering. Vanaf wanneer de terugleverkosten gelden, is afhankelijk van het soort contract. Voor bestaande klanten met een variabel contract (waaronder de consument) brengt de ondernemer vanaf 1 maart 2024 terugleverkosten in rekening. De consument is hier tijdig over geïnformeerd (op 16 januari 2024) onder vermelding van het opzeggingsrecht.
In de aankondiging van de ondernemer is duidelijk aangegeven dat de hoogte van de terugleverkosten afhankelijk is van de hoeveelheid saldeerbare jaarlijkse teruglevering. De jaarnota van de consument loopt van 23 maart 2023 tot 23 maart 2024. Op de jaarnota wordt daarom gekeken naar de saldeerbare teruglevering van dat leveringsjaar. Hierdoor valt de consument in schaal 6 en betaalt hij van 1 maart 2024 tot 23 maart 2024 de terugleverkosten die horen bij schaal 6.

De consument stelt dat hij zijn saldeerbare teruglevering in reactie op de aankondiging van de ondernemer omlaag heeft gebracht. Op de jaarnota is dit dan gedeeltelijk meegenomen (van 16 januari 2024 tot 23 maart 2024). Op de eindnota van de consument valt de consument in schaal 1. Hier wordt namelijk de saldeerbare jaarlijkse teruglevering van 23 maart 2024 als uitgangspunt genomen (omdat het nieuwe leveringsjaar op deze datum is gestart).

Oordeel van de commissie

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting onderschrijft de commissie in grote lijnen het standpunt van de ondernemer. Naar het oordeel van de commissie past het in het systeem dat de ondernemer hanteert, welk systeem de commissie redelijk acht, om bij het ingaan van het contract uit te gaan van het vorige leveringsjaar. Bovendien is op de jaarnota gedeeltelijk rekening gehouden met het mindere verbruik In de eerste maanden van 2024. De klacht treft geen doel.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard , de heer drs. L. van Rootselaar , leden, op 29 oktober 2024.

Print/PDF