Commissie: Voertuigen
Categorie: Betaling
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
704272/769143
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht in juni 2024 een Tesla Model X en merkte in oktober dat de auto kraakte bij het rijden. De oorzaak was een versleten draagarm. Omdat de ondernemer aangaf dat dit niet onder de BOVAG-garantie viel, liet de consument de reparatie uitvoeren bij een andere garage voor € 615,93. De consument diende een klacht in om dit bedrag terug te krijgen. De ondernemer weigerde betaling, omdat hij vond dat het om normale slijtage ging en hij geen kans had gehad om het probleem zelf te bekijken. De commissie oordeelde dat de auto wel onder de BOVAG-garantie viel en dat de ondernemer verplicht was het gebrek kosteloos te herstellen. Omdat de ondernemer dit weigerde, mocht de consument de auto elders laten repareren en moet de ondernemer de kosten van € 615,93 vergoeden. Ook moet hij € 102,50 aan klachtengeld terugbetalen. De klacht is gegrond.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Onderwerp van het geschil betreft het antwoord op de vraag of de ondernemer al dan niet gehouden is
€ 615,93 aan de consument te vergoeden.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De klacht van de consument heeft betrekking op de Tesla Model X die de consument in juni 2024 bij de ondernemer heeft gekocht. Op 4 oktober 2024 heeft de consument via e-mail aan de ondernemer gemeld dat de Tesla behoorlijk begon te kraken tijdens het sturen en rijden. De oorzaak bleek een versleten draagarm te zijn. De ondernemer heeft toen direct aangegeven dat dit geen BOVAG-garantie betrof, terwijl dit volgens de consument wel het geval was. Zes dagen na de melding van de klacht bij de ondernemer heeft de consument, vanwege de hoge urgentie, de reparatie laten uitvoeren bij een plaatselijke garage. De ondernemer weigert echter de reparatiekosten aan de consument te vergoeden, met als motivatie dat de ondernemer geen gelegenheid heeft gehad om de klacht zelf te onderzoeken. Dit terwijl de ondernemer zelf aangaf dat het geen BOVAG-garantie betrof. De reparatiekosten bedroegen € 615,93.
De consument verlangt € 615,93 van de ondernemer.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
“Het is geen garantie want het betreft onderhoud/slijtage, dus wij hoeven niet te betalen.”
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Blijkens de factuur die zich bij de dossierstukken bevindt, zijn partijen 12 maanden BOVAG-garantie met elkaar overeengekomen. Niet ter discussie staat dat het gebrek aan de draagarm zich binnen de tussen partijen overeengekomen 12 maanden BOVAG-garantie heeft geopenbaard. Aan de orde is de vraag of de ondernemer zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat hij op grond van de BOVAG-garantiebepalingen niet gehouden was tot kosteloos herstel over te gaan. Hieromtrent merkt de commissie het volgende op: Blijkens voornoemde garantiebepalingen is de ondernemer zowel gehouden tot kosteloos herstel van gebreken die ten tijde van de koop niet waarneembaar waren, als het herstel van gebreken die tijdens de garantieperiode van de BOVAG Aankoopgarantie ten gevolge van normaal gebruik zijn ontstaan, waaronder significante slijtagesporen. De kosten van herstel in dat geval zijn geheel voor rekening van de verkoper.
Niet onder voornoemde garantie vallen reparaties of vervanging van onderdelen ter gelegenheid van normale, gebruikelijke onderhoudsbeurten, voor zover niet voortvloeiend uit de gebrekkige uitvoering van de voor de aflevering door de verkoper verrichte onderhoudsbeurt, vallen niet onder de BOVAG Aankoopgarantie. Evenmin vallen onder de BOVAG Aankoopgarantie ontstane defecten die het gevolg zijn van opzet, verkeerd gebruik of reparaties die niet in verkopers bedrijf of in diens opdracht zijn verricht. Evenmin bestaat er aanspraak op BOVAG Aankoopgarantie bij schade ontstaan door deelneming aan snelheidswedstrijden en snelheidsproeven. Zo blijkt uit voornoemde garantiebepalingen. Naar het oordeel van de commissie is niet komen vast te staan dat een van voornoemde uitsluitingsgronden zich in het onderhavige geval voordoet.
De commissie concludeert dan ook dat de ondernemer zich ten onrechte jegens de consument meermaals op het standpunt heeft gesteld dat hij niet gehouden was het betreffende gebrek dat zich openbaarde aan de draagarm kosteloos te herstellen op grond van de overeengekomen BOVAG-garantie gelet op de uitlatingen van de ondernemer mocht de consument afleiden dat deze in de nakoming van zijn verplichting tot kosteloos herstel zou tekortschieten. Gelet op artikel 6:83 onder c BW is dan ook verzuim ingetreden zonder dat daarvoor noodzakelijk is geweest dat de ondernemer schriftelijk door de consument in gebreke is gesteld. En gelet op artikel 6:74 BW is de ondernemer dan ook gehouden de kosten die de consument ten gevolge van dit verzuim van de ondernemer heeft moeten maken door zijn auto bij een derde ter reparatie aan te bieden aan de consument te vergoeden. De consument heeft de ondernemer immers ook voldoende gelegenheid geboden tot herstel over te gaan, maar de ondernemer heeft zijn verplichtingen daaromtrent categorisch afgewezen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 615,93. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 102,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten
verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. D.P.C.M. Hellegers, voorzitter, de heer R. Vlasveld, mevrouw mr. C.R.J.M. den Hartog-Kaaij, leden, op 31 januari 2025.