Privélease: ondernemer moet klachtengeld vergoeden na misverstand over onderhoud

De Geschillencommissie




Commissie: Private Lease    Categorie: Overig    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 632259/765282

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument had een privéleasecontract voor een Nissan Micra. Kort voor het einde van het contract wilde hij een onderhoudsbeurt laten uitvoeren, maar de ondernemer weigerde dit vanwege intern beleid. De consument betaalde de beurt zelf en besloot daarna de auto over te kopen. Na het indienen van een klacht vergoedde de ondernemer het bedrag van € 469 uit coulance. De commissie oordeelde dat de klacht gegrond is, omdat de ondernemer pas na de klacht tot vergoeding overging. Daarom moet de ondernemer ook het klachtengeld van € 127,50 aan de consument terugbetalen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 4 juni 2019 tussen partijen gesloten privé leaseovereenkomst waarbij de ondernemer een Nissan, type Micra, voor de duur van 60 maanden aan de consument ter beschikking heeft gesteld, waartegenover de consument gehouden is maandelijks een bedrag van € 312,63 aan de ondernemer te voldoen.

De consument heeft de klacht op 31 mei 2024 voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Aanvankelijk weigerde de ondernemer de kosten voor het uitvoeren van een reguliere onderhoudsbeurt, terwijl de ondernemer daartoe op grond van het contract wel verplicht was. De ondernemer beriep zich daartoe op ‘intern beleid’ dat inhoudt dat voortuigen die bijna aan het einde van het contract zijn geen onderhoud meer krijgen. De consument heeft na het maken van een afspraak voor het onderhoud gebruik gemaakt van de mogelijkheid om het voertuig te kopen.

Na het indienen van de klacht heeft de ondernemer laten weten alsnog de door de consument zelf betaalde onderhoudsbeurt uit coulance te vergoeden. Het bedrag van € 469,- is uiteindelijk door de consument ontvangen. Naar de mening van de consument heeft de ondernemer daarmee erkend daartoe gehouden te zijn.

Tussen partijen is geen schikking getroffen. De consument vraagt zich af of hij het door hem betaalde klachtengeld ook vergoed kan krijgen.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer heeft aan de consument de toezegging gedaan om het door hem betaalde bedrag van de onderhoudsbeurt van € 469.– aan hem over te maken. Het betreft coulance. De ondernemer kan bepalen om een onderhoudsaanvraag vlak voor de einddatum van het contract niet uit te laten voeren en de auto in die staat terug te nemen. Omdat de consument achteraf heeft besloten om de auto over te kopen en de ondernemer daarvan op dat moment niet op de hoogte was heeft de ondernemer besloten om de kosten alsnog te vergoeden. Daarbij komt dat uit het gesprek met de consument over deze kwestie naar voren kwam dat de consument twee maanden voor de afloop van het contract een afspraak voor het laten uitvoeren van onderhoud wilde maken, maar dat het door drukte niet mogelijk was om dat op korte termijn te regelen. De afspraak werd aldus rond de einddatum gepland. De consument had inmiddels besloten om de auto te kopen. Een en ander is langs elkaar heen gegaan.

De ondernemer gaat ervan uit dat met de betaling van het bedrag van € 469,– de kwestie is opgelost. Mocht er nog iets ontbreken dan verneemt de ondernemer dat graag.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In de onderhavige zaak klaagt de consument over de aanvankelijk niet vergoede kosten van een onderhoudsbeurt. De ondernemer wilde de kosten aanvankelijk niet vergoeden vanwege het beleid om als een onderhoudsbeurt tegen het einde van het contract moet worden uitgevoerd, de auto zonder onderhoudsbeurt in te nemen.

Uit de overgelegde stukken blijkt dat sprake is geweest van een misverstand. De noodzaak van de beurt bestond al eerder en daarvan was de ondernemer aanvankelijk niet op de hoogte en dat gold ook voor het overkopen van de auto door de consument.

De commissie overweegt dat de ondernemer eerst na het indienen van de klacht over de gang van zaken het door de consument zelf betaalde bedrag van de onderhoudsbeurt heeft vergoed en dat dit moment meebrengt dat de ondernemer, die het op een procedure bij de commissie heeft laten aankomen, in redelijkheid en in overeenstemming met het bepaalde in artikel 21 van haar reglement, het door de consument betaalde klachtengeld dient te vergoeden.

Bij deze stand van zaken is de klacht van de consument gegrond.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer betaalt een bedrag van € 127,50 aan de consument.

Voorts wordt aan de ondernemer in overeenstemming met het reglement van de commissie aan de ondernemer een bijdrage in de behandelingskosten in rekening gebracht.

Aldus beslist en vastgelegd door de Geschillencommissie Private Lease, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, drs. C.J. Bal en mr. A. van Aldijk, leden, op 13 maart 2025.

Print/PDF