Commissie: Thuiswinkel
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
1001727/1104390
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht een Asus ROG Strix laptop voor gaming en studie, maar na ruim twee jaar crashte de videokaart. Hoewel de fabrieksgarantie was verlopen, viel het defect binnen de verwachte levensduur. De deskundige stelde vast dat de laptop niet meer geschikt was voor gaming en dat de videokaart defect was. De Geschillencommissie Thuiswinkel oordeelde dat de laptop niet voldeed aan de verwachtingen op basis van de koopovereenkomst. De klacht werd gegrond verklaard. De ondernemer moet een gelijkwaardige vervangende laptop leveren en €200 schadevergoeding betalen, plus €52,50 klachtengeld.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Thuiswinkel
Zaaknummer 1001727/1104390
Onderwerp van het geschil
Dit geschil vloeit voort uit de op 22 december 2021 gesloten koopovereenkomst, waarbij de ondernemer een Asus ROG Strix G15 G513QC-HN005T (hierna: laptop) aan de consument heeft verkocht tegen een door de consument betaalde koopprijs van € 1.299,–.
Deze zaak spitst zich toe op de (non)conformiteit van de laptop.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. Dat op zitting toegelichte standpunt komt in de kern op het volgende neer.
Hoewel de stukken via mijn gemachtigde moeder [naam] liepen, ben ik de koper. De laptop is met name gekocht om te gamen, maar heb ik ook gebruikt voor mijn ICTstudie en stage. De laptop ging in augustus 2024 kapot, dus buiten de fabrieksgarantie, maar binnen de wettelijke garantie. Ik heb de laptop na laten kijken door een extern reparatiecentrum en het bleek dat de videokaart gecrasht was, zodat de laptop total loss is. Ik heb op verschillende manieren geprobeerd om met de ondernemer tot een regeling te komen, maar daar konden we samen niet uit komen. De afgeleverde laptop is een ondeugdelijk product, maar de ondernemer wil slechts het deel van de reparatiekosten betalen dat tussen het moment van crashen en de minimale wettelijke garantietermijn ligt.
De consument eist kosteloos een gelijkwaardige vervangende laptop en € 165,– aan vergoeding van schade, bestaande uit gemaakte kosten voor vier maanden huur van een vervangende laptop ad € 32,50 per maand en van € 35,– aan gemaakte onderzoekskosten.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. Dit op zitting toegelichte standpunt komt in de kern op het volgende neer.
In oktober 2024 meldde de consument dat de laptop niet meer functioneert. De oorzaak blijkt een defect aan de grafische kaart te zijn, vastgesteld door een extern reparatiecentrum. Dat het defect zich voordeed na afloop van de fabrieksgarantie maar binnen de ingevolge de richtlijnen van UNETO-VNI verwachte economische levensduur van drie jaar, betekent niet automatisch dat het gehele aankoopbedrag moet worden terugbetaald. Hier blijkt uit het rapport van een externe reparatiedienst dat sprake is van een defecte videokaart, maar niet of dit defect is veroorzaakt door een fabricagefout dan wel intensief of onjuist gebruik. Ook de deskundige van de commissie heeft niet duidelijk kunnen vaststellen dat het een fabricagefout is en omdat de deskundige een nieuwe installatie heeft uitgevoerd en wijziging heeft uitgevoerd, valt aan de laptop nu niets meer te onderzoeken. Dit betekent dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld of het gebrek binnen de reikwijdte van de wettelijke garantie valt. Voor zover de consument kosteloze vervanging en vergoeding van gevolgkosten verlangt, vallen die overigens niet onder de wettelijke garantie. De ondernemer heeft op basis van een afschrijving over de economische gebruiksduur aangeboden om 5% van de reparatiekosten te vergoeden, maar de consument heeft dit aanbod afgewezen.
De ondernemer vat samen dat zij heeft voldaan aan haar verplichtingen, dat de laptop gedurende bijna de volledige verwachte economische gebruiksduur naar behoren heeft gefunctioneerd, dat de oorzaak van het defect niet objectief is vastgesteld en niet eenduidig kan worden toegeschreven aan een fabricagefout, zodat klacht ongegrond is.
Deskundigenrapport
De deskundige heeft in hoofdlijn het volgende gerapporteerd.
Geef uw vaktechnisch oordeel over de klacht(en):
Deskundige heeft de laptop van de consument ontvangen voor onderzoek. Deskundige heeft de laptop eerst fysiek onderzocht en geen afwijkingen of schade geconstateerd. Daarna is de laptop aangezet. Direct kwam er een herstel info pagina, waardoor de laptop niet te testen is. Deskundige heeft vervolgens contact met de consument opgenomen en gevraagd of er een nieuwe installatie gedaan mag worden. De consument stemde daar mee in. Na volledige installatie van Windows 11 is in apparaatbeheer maar één videokaart te zien, namelijk de standaard. De NVIDIA Geforce RTX videokaart wordt door het systeem niet gedetecteerd. Dit betekent dat deze videokaart defect is.
De omvang van de klacht(en):
Ernstig.
Is herstel of reparatie technisch mogelijk?
Ja. Vervangen van de logicboard/mainboard.
Toelichting op het rapport:
De laptop is wel te gebruiken als normale laptop, dus voor bijvoorbeeld mail en Word, niet meer als gaming laptop.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Beide partijen beroepen zich op een wettelijke garantietermijn, maar de wet kent zo’n termijn niet. In artikel 7:17 leden 1 en 2 Burgerlijk Wetboek bepaalt de wet wel dat de afgeleverde zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden. Dat is hier niet het geval als de afgeleverde laptop niet de eigenschappen bezit die de consument op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. De consument mocht hier verwachten dat de laptop de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen.
Dat de laptop een kortere levensduur heeft dan de economische gebruiksduur die in het licht van de richtlijn van Techniek Nederland (UNETO-VNI) mocht worden verwacht, betekent op zichzelf nog niet dat de laptop niet aan de overeenkomst beantwoordt. Mede gelet op de aard van de afwijking en waar de deskundige bij onderzoek geen aan de consument toe te rekenen afwijkingen of schade heeft geconstateerd, is voldoende aannemelijk dat de aan de consument afgeleverde laptop niet de eigenschappen bezit die op grond van de overeenkomst mochten worden verwacht. Omdat de afgeleverde laptop niet aan de overeenkomst beantwoordt, heeft de consument daarom recht op de verlangde kosteloze vervanging.
De aanspraak op vervanging laat het recht op schadevergoeding onverlet en de ondeugdelijke prestatie verplicht de ondernemer tot vergoeding van de schade die de consument daardoor lijdt en door vervanging niet wordt weggenomen. Dit betreft de als gevolg daarvan gemaakte huurkosten voor een vervangende laptop ten bedrage van (4 maanden x € 32,50 =) € 165,– en de in redelijkheid gemaakte onderzoekskosten ten bedrage van € 35,–, die de consument met facturen onderbouwt.
De commissie zal verklaren dat de ondernemer kosteloos een gelijkwaardige vervangende laptop moet leveren en dat de ondernemer daarnaast € 200,– aan schade moet vergoeden, wat ter beëindiging van dit geschil ook redelijk en billijk wordt geoordeeld. Nu wat verder nog is aangevoerd niet anders doet beslissen, komt de commissie tot de slotsom dat de klacht van de consument gegrond is. Bij gebreke van bijzondere omstandigheden om anders te bepalen, dient de ondernemer overeenkomstig het Reglement het betaalde klachtengeld aan de consument te vergoeden en aan de commissie behandelingskosten te betalen. De commissie beslist nu als volgt.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart:
– dat de ondernemer aan de consument een gelijkwaardige vervangende laptop moet leveren zonder kosten voor de consument;
– dat de ondernemer daarnaast aan de consument € 200,– aan schade moet vergoeden.
De commissie bepaalt dat de ondernemer daar binnen een maand na de verzenddatum van dit advies aan moet hebben voldaan. Als de ondernemer dat niet binnen die maand heeft gedaan, dan moet de ondernemer aan de consument ook de wettelijke rente over die € 200,– betalen vanaf een maand na de verzenddatum van dit bindend advies tot de dag van volledige betaling.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel, bestaande uit de heer mr. M.G.W.M. Stienissen, voorzitter, mevrouw A. van Heeringen, mevrouw mr. drs. S. Meinhardt, leden, op 30 juli 2025.
De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.