Olieverbruik Peugeot 2008: ondernemer moet € 1600 betalen voor revisie

De Geschillencommissie




Commissie: Voertuigen    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 877252/999847

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kocht op 28 mei 2022 een Peugeot 2008 Allure 1.2. In 2024 merkte hij dat de auto veel olie verbruikte: 1 liter per 500 kilometer. Hij denkt dat dit komt doordat de ondernemer bij het vervangen van de distributieriem de motor niet goed heeft schoongespoeld. De ondernemer zegt dat de riem volgens de voorschriften is vervangen en dat er eerder geen klachten waren. De commissie oordeelt dat de oorzaak niet met zekerheid is vast te stellen, maar dat de motor mogelijk niet voldeed aan wat de consument mocht verwachten. Daarom moet de ondernemer € 1600 betalen voor een motorrevisie door een derde. De klacht is gegrond.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een klacht over het olieverbruik van een auto.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument kocht op 28 mei 2022 een Peugeot 2008 Allure 1.2. Het voertuig had toen 70.368 kilometer gepresteerd. Bij aankoop heeft de ondernemer de distributieriem vervangen. In 2024 constateerde de consument een hoog olieverbruik. De consument is van mening dat bij het vervangen van de distributieriem de ondernemer heeft verzuimd of te weinig aandacht heeft gegeven aan het schoonspoelen van het inwendige van de motor. Volgens de consument is hierdoor een hoog olie verbruik ontstaan. De consument wenst voor rekening van de ondernemer een motorrevisie om het extreem hoge olieverbruik van inmiddels 1 liter op ongeveer 500 kilometer te herstellen. De zuigers en zuigerveren dienen vervangen te worden wegens inmiddels dichtslibben van zuigerveergroeven door restanten van afschilferende distributieriem van de PureTech 1.2 Peugeot motor.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Bij aflevering van de Peugeot 2008 op 25 mei 2022 is preventief de distributieriem vervangen. De auto is op 12 juni 2023 bij de ondernemer geweest voor onderhoud. De consument heeft toen geen bijzonderheden aangegeven. Op 04 december 2023 is de klant bij ons geweest voor twee banden. Op 18 maart 2024 is er een nieuwe accu in de auto geplaatst. Op 27 mei 2024 geeft de consument voor de eerste keer aan dat de auto motorolie verbruikt. De distributieriem is op de wijze zoals voorgeschreven door de fabrikant vervangen.

Verzocht wordt de klacht ongegrond te verklaren.

Het onderzoek door de deskundige

De door de commissie benoemde onafhankelijke deskundige heeft een onderzoek verricht en zijn bevindingen vastgelegd in een rapport. De inhoud van dit rapport dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Tijdens de mondelinge behandeling is een eventuele schikking aan de orde gekomen. Partijen hebben na de zitting maar zonder succes getracht de zaak te schikken.

De commissie zal de zaak dan ook in deze een uitspraak doen. De door de consument aangeschafte auto is voorzien van een zogenaamde PureTech motor. Bij een dergelijke motor komt het voor dat er verhoogd olieverbruik ontstaat. Met name in gevallen van bepaald gebruik zoals door de ondernemer aangegeven. Echter, de consument heeft dergelijk gebruik gemotiveerd weersproken. Voorts is onvoldoende komen vast te staan dat de ondernemer bij het vervangen van de distributieriem de ondernemer te weinig aandacht heeft gegeven aan het schoonspoelen van het inwendige van de motor of dit heeft verzuimd. Dat dit preventief zou zijn gedaan, waagt de commissie te betwijfelen nu onweersproken door de consument is gesteld dat de riem te breed was.

De slotsom moet zijn dat de oorzaak van de schade aan de motor niet met voldoende zekerheid is vast te stellen, maar wel ruimte laat voor de mogelijkheid dat een en ander kan zijn ontstaan doordat de kwaliteit van de motor niet geheel voldeed aan hetgeen de consument mocht verwachten. Aan de andere kant is niet gebleken dat de consument in het kader van zijn onderzoek plicht voorafgaande aan de koop de motor heeft laten onderzoeken. Dat de auto recent APK zou zijn gekeurd kan daar niet aan afdoen.

De consument wenst een revisie van de motor door een derde zoals door hem in deze aangegeven. Ter zitting heeft de ondernemer bij de bespreking van een eventuele schikking daartegen geen bezwaar gemaakt maar wel op goede gronden aangegeven na deze werkzaamheden door die derde niet meer aansprakelijk te kunnen worden geacht voor later daaraan gerelateerde gebreken aan de motor.

Het komt de commissie in dit bijzondere geval dan ook redelijk voor dat ten behoeve van die revisie door een derde de ondernemer binnen een week na verzending van deze uitspraak aan de consument een deel dient te bepalen en wel een bedrag van € 1600,–.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht gegrond en bepaalt dat de ondernemer binnen een week na verzending van deze uitspraak aan de consument ten behoeve van de revisie een bedrag van € 1600,– zal betalen

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, de heer A. Belt, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 20 mei 2025.

Print/PDF