Commissie: Water Zakelijk
Categorie: Aansprakelijkheid
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
251853/421753
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument ontving een hoge waterfactuur van € 7.678,07 en stelde dat een lekkage was ontstaan door een fout bij het vervangen van de watermeter. De commissie vermoedt dat de lekkage is veroorzaakt door de ondernemer, maar oordeelt dat de consument zelf ook nalatig is geweest door jarenlang geen werkelijke meterstanden door te geven. Van het totale verbruik van 4.732 m³ wordt 594 m³ toegerekend aan de ondernemer. Die moet een correctiefactuur sturen op basis van 4.138 m³ verbruik. Het depotbedrag wordt daarna verrekend en de consument krijgt het restant terug. Ook moet de ondernemer € 181,50 klachtengeld vergoeden.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een door klager ontvangen factuur voor de levering van water gedurende de periode van november 2022 tot november 2023, waarbij aan klager een bedrag van € 7.678,07 in rekening is gebracht voor de levering van water. Klager heeft op 15 november 2022 de klacht voorgelegd aan de ondernemer. Klager heeft een bedrag van € 9.857,07 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.
Standpunt van klager
Het standpunt van klager luidt in hoofdzaak als volgt.
Bij het vervangen van de watermeter op het adres straatnaam te plaatsnaam heeft de medewerker van de ondernemer de nieuwe watermeter niet op een juiste wijze aangesloten. Meer in het bijzonder is deze vergeten een knelring te plaatsen, als gevolg waarvan een lekkage heeft kunnen plaatsvinden en een verbruik is geregistreerd van water dat als gevolg daarvan is weggelekt. Klager is van mening dat de ondernemer aansprakelijk is voor het verhoogd gebruik als gevolg van deze lekkage.
Ter zitting heeft klager verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Na het verwisselen van de meter heeft niemand meer aan die meter gezeten. De meter is slecht bereikbaar, maar het is niet onze keuze geweest om de meter op die locatie te plaatsen. Omdat de meter zo slecht bereikbaar was, is ook de beginstand door ons geschat. Ook de overige standen zijn op basis van een schatting doorgegeven.
Ik betwist dat bij de aanleg de knelring wel (en goed) zou zijn geplaatst. De door ons ingeschakelde loodgieter heeft dat geconstateerd.
Klager verlangt vaststelling van wat er mis is gegaan bij het monteren van de nieuwe watermeter en een reële oplossing voor het gerezen geschil.
Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.
Deze zaak betreft een geschil over de drinkwaterfactuur van klager over 2023, waarop een verbruik van 4.732 m3 in rekening is gebracht. Klager stelt dat dit verbruik het gevolg zou zijn van een lekkage veroorzaakt door een fout van de ondernemer bij de watermeterverwisseling in 2020. Klager stelt dat er een knelring zou zijn vergeten, wat tot de lekkage zou hebben geleid.
De ondernemer betwist de stellingen van klager. De vervanging van de watermeter op 5 november 2020 is correct uitgevoerd. Bij de montage van de nieuwe watermeter is (uiteraard) gebruik gemaakt van een knelring. Als bij de montage een knelring zou zijn vergeten, zou direct na de montage een lekkage zijn opgetreden. Deze lekkage zouden partijen direct hebben waargenomen. Direct na de montage en ook de jaren daarna is echter geen lekkage waargenomen.
De ondernemer levert water op het desbetreffende adres vanaf 29 maart 2021. Bij het sluiten van de overeenkomst voor die levering was de tellerstand van de watermeter 20 m3. Op 30 oktober 2021 heeft de klant aan de ondernemer een meterstand doorgegeven van 212 m3. Ruim een jaar later, op 10 november 2022 is digitaal een meterstand doorgegeven van 440 m3. Na het ontstaan van dit geschil is gebleken dat de consument die stand had geschat. Weer een jaar later, op 9 november 2023, heeft de klant van de ondernemer digitaal een meterstand doorgegeven van 5.172 m3.
Na het doorgeven van deze stand kreeg de klant van de ondernemer direct een melding op het scherm te zien dat dit een onwaarschijnlijke stand is (in vergelijking met voorliggende jaren). Tevens kreeg de klant een tekstblok om een reden voor de onwaarschijnlijke stand in te vullen. Klant gaf de volgende reden op:
‘Vorig jaar geschat. Er zitten winkel en 2 appartementen op’.
De klant zou de meterstand hebben geschat, omdat zijn huurder (i.c winkelier) de toegang tot de watermeter heeft geblokkeerd door een parketvloer te leggen over het luik, waaronder de meteropstelling zich bevindt. De ondernemer gaat er vanuit dat de watermeterstand in 2021 ook is geschat, omdat de watermeter toen ook al onbereikbaar was door een laminaatvloer over het luik.
De lekkage heeft plaatsgevonden na de watermeter. De binnenleiding in de woning was sterk verouderd. De ondernemer draag daarvoor geen verantwoordelijkheid. De ondernemer heeft sterk de indruk dat daardoor de lekkage is ontstaan. Toen de monteur van de ondernemer de situatie heeft geschouwd, zag hij een verouderde binnen installatie en op de foto die klager heeft overlegd is een geroeste/aangetaste leiding te zien. De binnen installatie vertoont tekenen van veroudering en achterstallig onderhoud. De lekkage bevindt zich na de watermeter (bezien vanuit de stroomrichting). De installatie na de watermeter is de eigendom en verantwoordelijkheid van de eigenaar van het pand.
Op een door klager overgelegde foto is een geroeste leiding te zien. Uit de foto blijkt niet of, en zo ja, op welke wijze deze leiding aan de watermeter was bevestigd. Ook blijkt niet uit de foto dat een knelring ontbrak Op de foto is wel te zien dat de leiding ‘onderaan’ smaller is. Dat is juist een aanwijzing voor de aanwezigheid van een knelring.
De ondernemer concludeert primair dat het waterverbruik van klager correct is gefactureerd. De hoeveelheid geleverd water is bepaald aan de hand van de doorgegeven meterstanden. Deze standen zijn in beginsel bindend (art. 10 lid 1 van de Leveringsvoorwaarden). Klant zal moeten aantonen dat het waterverbruik onjuist is. De ondernemer verzoekt de commissie derhalve om de klacht af te wijzen, waarbij het in depot gestorte bedrag aan de ondernemer dient te worden overgemaakt. Verder maakt de ondernemer aanspraak op de buitengerechtelijke incassokosten van € 867,85 en de wettelijke handelsrente van 1 januari 2024 tot en met 24 juni 2024 is € 592,50 (12,5 %).
Subsidiair – indien er voor zover komt vast te staan dat de lekkage door de ondernemer zou zijn veroorzaakt vanwege het niet-plaatsen van een knelring, meent de ondernemer dat in elk geval een deel van het waterverbruik voor rekening van klager dient te blijven. Deze heeft verzuimd om de ondernemer zo snel mogelijk op de hoogte te stellen van eventuele schade, gebreken of onregelmatigheden die hij heeft waargenomen. Bovendien heeft klager niet elk jaar de werkelijke meterstand doorgegeven, ondanks verzoeken daartoe. Als de werkelijke meterstand elk jaar was doorgegeven, had de vermeende lekkage eerder kunnen worden ontdekt. Daarmee had klager zijn schade kunnen beperken
Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
De meter is vervangen op 5 november 2020. Vanaf 19 maart 2021 is klager bij ons als klant geregistreerd. Die heeft de meterstand bij aanvang van de leveringsovereenkomst doorgegeven. Daarbij is niets van een probleem vermeld. Wij mogen daarom aannemen dat er op dat moment nog geen sprake was van een lekkage. Zou die er wel zijn geweest, dan zou het verbruik tussen 5 november 2020 en 19 maart 2021 veel hoger moeten zijn geweest. Zou een knelring niet zijn geplaatst, dan had klager dat al moeten zien toen hij bij aanvang van de leveringsovereenkomst de meterstand opnam.
Op uw vraag of wij coulance willen toepassen kan ik u zeggen dat dat niet het geval is. Het in rekening gebrachte verbruik is op de meter geregistreerd en dat moet betaald worden.
De beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Voldoende is gebleken dat na vervanging van de watermeter een lekkage is ontstaan als gevolg waarvan water als verbruik is geregistreerd terwijl het in werkelijkheid als gevolg van de lekkage niet is gebruikt. De omvang van die lekkage staat ook vast, want uiteindelijk is in november 2023 aan klager een factuur gestuurd voor een verbruik dat is vastgesteld aan de hand van een opgenomen stand van de watermeter. Die stand bedroeg, naar door klager niet is weersproken, 5.172 m3.
Partijen verschillen met elkaar van mening ten aanzien van de vraag wie de kosten als gevolg van de lekkage moet dragen. Ten aanzien van de oorzaak van de schade laat zich nu niet meer vaststellen of de gewraakte knelring bij het vervangen van de meter wel of niet is geplaatst. Uit de omvang van de hoeveelheid weggelekt water leidt de commissie af dat de lekkage langere tijd moet hebben plaatsgevonden. Dat de bewoner/huurder van het pand zich in die tijd ooit bij klager over een lekkage heeft beklaagd, is niet aangevoerd of gebleken. Daaruit leidt de commissie af dat de lekkage inderdaad onder de vloer heeft plaatsgevonden en niet ergens in het leidingstelsel in het pand. In dat laatste geval zou er immers aanleiding zijn geweest voor de gebruiker van het pand om zich te beklagen over vochtplekken.
Niet gesteld of gebleken is dat in het pand vóór de vervanging een buitensporig verbruik heeft plaatsgevonden als gevolg van een lekkage. Dat hoge verbruik is dus kennelijk pasontstaan na het vervangen van de meter. Hoewel de precieze oorzaak van de lekkage niet meer vastgesteld kan worden, doet dat de commissie wel vermoeden dat de oorzaak is gelegen in werkzaamheden rondom de vervanging van de meter. Dat vermoeden vindt geen weerlegging in het door de ondernemer gevoerde verweer. De commissie neemt daarom voorshands de aansprakelijkheid van de ondernemer aan.
De commissie is echter van oordeel dat de gevolgen van de lekkage grotendeels voor rekening van klager moeten blijven. Omdat de omvang van de schade hoofdzakelijk is ontstaan door een omstandigheid die aan klager moet worden toegerekend. Klager heeft immers consequent gedurende de periode van aanvang van de levering tot november 2023 verzuimd om feitelijk de meterstand op te nemen of op te laten nemen.
Veronderstellenderwijs uitgaande van de juistheid van hetgeen klager aanvoert, zou de lekkage vrijwel direct na het vervangen van de meter moeten zijn begonnen. Indien de knelring niet is geplaatst en druk op de leiding komt te staan, zal dat immers vrijwel meteen tot een lekkage hebben geleid. Klager had dit kunnen onderkennen door bij aanvang van de levering niet een geschatte meterstand op te geven, maar de daadwerkelijke waargenomen stand. Had klager in maart 2021 die stand vanaf de meter afgelezen, dan had hij naar het oordeel van de commissie kunnen en moeten onderkennen dat er sprake was van een zeer hoog verbruik, mogelijk als gevolg van een lekkage. In elk geval had daar actie op kunnen worden ondernomen.
Ervan uitgaande dat de schatting van klager met betrekking tot het jaarlijkse verbruik juist is geweest (220 m3 per jaar tussen november 2022 en november 2023), dan betekent dat een gemiddeld verbruik van 18,5 m3 per maand. De periode van vervanging van de meter (op 5 november 2020) tot de afrekening in 2023 (gedateerd op 14 november 2023) beslaat drie jaar. Wanneer de commissie de schatting van het verbruik van klager aanhoudt, zou de meterstand na drie jaar 660 m3 moeten aangeven. De meterstand waar de factuur van november 2023 op berust is echter 5.172. Uitgaande van 660 m3 als reëel te verwachten verbruik, is 4.512 m3 aan water verloren gegaan als gevolg van de lekkage, ongeveer 125 m3 per maand.
De periode tussen het vervangen van de meter en de aanvang van het leveringscontract bedraagt globaal 4 maanden en drie weken. Uitgaande van een lekkage van 125 m3 per maand is naar schatting in deze periode 594 m3 aan water weggelekt. In die periode heeft klager de meterstand niet kunnen opnemen. De commissie is dan van oordeel dat het verbruik als gevolg van de lekkage over deze periode, 594 m3, redelijkerwijs voor rekening van de ondernemer moet blijven.
Het voorgaande betekent dat de ondernemer klager een correctienota dient te sturen. De factuur van november 2023 ziet op de periode van 11 november 2022 tot 9 november 2023. Op de factuur is een bedrag in rekening gebracht voor een verbruik van 4.732 m3. Op dat verbruik dient het voor rekening van de ondernemer komende deel van het gelekte water, 594 m3, in mindering te worden gebracht, zodat de correctiefactuur berekend dient te worden op basis van een verbruik van 4.138 m3.
Na correctie dient de ondernemer een afschrift van de correctiefactuur toe te sturen aan de commissie, waarna het op grond van die factuur verschuldigde bedrag vanuit het depot zal worden betaald aan de ondernemer en het restant van het depot zal worden terugbetaald aan klager. Bij een geschil over de verrekening van het depotbedrag overeenkomstig het bindend advies, zal de commissie op verzoek van de meest gerede partij nader beslissen (artikel 20, lid 2 Reglement Geschillencommissie Water voor de zakelijke markt).
Op grond van het voorgaande zal de commissie beslissen als hierna vermeld.
Beslissing
Van de gefactureerde hoeveelheid water dient een gedeelte, groot 594 m3 voor rekening van de ondernemer te blijven.
De ondernemer stuurt klager een correctiefactuur voor een verbruik van 4.138 m3. Afschrift van deze factuur dient de ondernemer te sturen aan de commissie.
Het door klager meer of anders verlangde wordt afgewezen.
Met in achtneming van het bovenstaande wordt na ontvangst van de correctiefactuur door de commissie het depotbedrag als volgt verrekend. Het factuurbedrag wordt uitbetaald aan de ondernemer. Het restant van het depotbedrag wordt terugbetaald aan klager.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 181,50 aan klager te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie een bijdrage in de behandelingskosten van het geschil verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Water, bestaande uit mr. R.J.M. Cremers, voorzitter,
mr. E.F. Verduin en de heer J.H.L. den Otter, leden, op 23 september 2024.