Klacht over Wmo-zorg buiten bevoegdheid Geschillencommissie

De Geschillencommissie




Commissie: Verpleging Verzorging en Geboortezorg    Categorie: -    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: onbevoegd   Referentiecode: 626550/ 864579

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Klaagster diende een klacht in over de thuisbegeleiding die zij ontving via Stichting Amstelring Groep, gefinancierd op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en toegekend door de gemeente Amsterdam. Zij voelde zich onvoldoende serieus genomen door haar begeleider en vorderde schadevergoeding. De Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg heeft echter geoordeeld dat zij niet bevoegd is dit geschil te behandelen, omdat het geen zorg betreft in de zin van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz), maar een Wmo-voorziening betreft. Klachten over Wmo-voorzieningen moeten op grond van de Wmo bij de betreffende aanbieder of gemeente worden ingediend. De commissie verklaart zich daarom onbevoegd.

De uitspraak

in het geschil tussen

[naam], wonende in [plaats] (hierna te noemen: klaagster)

en

Stichting Amstelring Groep, gevestigd in Amsterdam
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Samenvatting

Klaagster heeft een klacht over de thuisbegeleiding die zij ontving van de zorgaanbieder, die door de gemeente Amsterdam was ingeschakeld op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning. De Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg (verder te noemen: de commissie) is niet bevoegd om dit geschil te behandelen. Zij verklaart zich daarom onbevoegd.

Behandeling van het geschil

Na ontvangst van de klacht heeft de commissie aan klaagster meegedeeld dat zij eerst zal beslissen over haar bevoegdheid.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 13 maart 2025 te Utrecht.

Partijen zijn niet voor deze zitting opgeroepen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Wat aan het geschil vooraf is gegaan.
De gemeente Amsterdam heeft bij besluit van 8 januari 2019 bepaald dat klaagster in aanmerking komt voor een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het gaat om ondersteuning in de vorm van begeleiding. Klaagster heeft ervoor gekozen deze voorziening te ontvangen van de zorgaanbieder.

Het geschil.
Klaagster heeft toegelicht dat zij vanaf 2017 te kampen heeft gehad met geestelijke en lichamelijke klachten, die niet goed zijn gediagnosticeerd. Er was onjuiste medicatie voorgeschreven. Toen deze medicatie was afgebouwd, heeft klaagster in zeven jaar tijd gerevalideerd. In die periode heeft klaagster een scheiding doorgemaakt en waren er problemen met haar dochters (drugsverslaving, mishandeling). Klaagster was onder bewind gesteld, maar de bewindvoerder heeft haar geld riskant belegd. In deze situatie was het belangrijk dat de thuisbegeleider van de zorgaanbieder haar klachten en zorgen serieus nam. Maar dat gebeurde niet. Daarover gaat de klacht van klaagster. Ook wil zij een schadevergoeding ontvangen van de zorgaanbieder.

De beoordeling van de bevoegdheid.
De commissie is een onafhankelijke instantie, die door de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) is aangewezen om geschillen over gedragingen van een zorgaanbieder jegens een cliënt in het kader van de zorgverlening te beslechten. Dat staat in artikel 19 van de Wkkgz. Dat doet de commissie door een bindend advies te geven over een geschil.

In dit geval heeft de zorgaanbieder, die is aangesloten bij de commissie, twee petten op. Zij verleent zorg in de zin van de Wkkgz. Maar zij biedt ook thuisbegeleiding die wordt gefinancierd door de Wmo. Beide wetten kennen een eigen klachtenregeling. De vraag is bij welke instantie klaagster terecht kan met haar klacht over thuisbegeleiding.

Bij de commissie kan geklaagd worden over ‘zorgverlening’. Wat zorgverlening is, wordt (breed) gedefinieerd in de Wkkgz. Naast de reguliere zorg (zoals huisartsen- en ziekenhuiszorg (Wlz-zorg, Zvw-zorg)) is er namelijk ook een restcategorie ‘andere zorg’. Daaronder vallen handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg, niet zijnde Wlz-zorg of Zvw-zorg. Maar ook handelingen met een ander doel dan het bevorderen of bewaken van de gezondheid van de cliënt.

Thuisbegeleiding heeft kenmerken van ‘andere zorg’, omdat thuisbegeleiding het doel heeft de gezondheid van de cliënt te bewaken of te bevorderen. Toch is de commissie van oordeel dat de thuisbegeleiding die als Wmo-voorziening wordt verleend niet valt onder ‘zorgverlening’ in de zin van de Wkkgz. Juist omdat de definitie van zorg zo breed is, moet ervoor gewaakt worden dat een voorliggende klachtmogelijkheid wordt gemist. Bij het verlenen van een Wmo-voorziening geldt dat een cliënt eventuele klachten aan de orde kan stellen op grond van de Wmo. Voor de inrichting van een klachtenregeling zijn de aanbieders van Wmo-voorzieningen zelf verantwoordelijk (artikel 3.2, eerste lid, sub a Wmo). Klachten op basis van de Wmo vallen daarom naar het oordeel van de commissie buiten het bestek van de Wkkgz.

Naast een juridisch juiste overweging, vindt de commissie deze uitkomst ook passen bij de financieringswijze. De Wmo-voorzieningen worden immers verstrekt en gefinancierd door de gemeente. Daarbij hoort ook dat eventuele klachten over deze voorzieningen op grond van de Wmo worden afgehandeld.

Op grond van het voorgaande acht de commissie zich onbevoegd het geschil te behandelen.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg, bestaande uit mr. J.M.P. Drijkoningen, voorzitter, mr. N. Jacobs, mr. R.P. Gerzon, leden, in aanwezigheid van mr. C.J.H. Terwal, secretaris, op 13 maart 2025.

Print/PDF