Klacht over turboschade BMW afgewezen: geen bewijs van fout bij reparatie

De Geschillencommissie




Commissie: Voertuigen    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 715453/829202

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument liet op 30 september 2024 zijn BMW 2-serie repareren vanwege koelvloeistoflekkage. Kort na de reparatie ontstonden meldingen over de aandrijving, waarna bleek dat de uitlaatgasturbo vervangen moest worden. De consument stelde dat de schade voortkwam uit onjuiste ontluchting door de ondernemer. De ondernemer ontkende dit en wees op eerdere meldingen en mogelijk doorrijden met een oververhitte motor. De deskundige achtte oververhitting de meest waarschijnlijke oorzaak, maar kon geen verband leggen met de uitgevoerde werkzaamheden. De Geschillencommissie Voertuigen oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond voor aansprakelijkheid van de ondernemer en verklaarde de klacht ongegrond. De gevraagde vergoeding werd afgewezen.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Voertuigen

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft werkzaamheden die de ondernemer heeft uitgevoerd aan de auto van de consument (BMW 2-serie Active Tourer 218i M Sport AT, bouwjaar 2015), en de vraag of daardoor (verdere) schade is ontstaan.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft de auto op 30 september 2024 in verband met koelvloeistoflekkage bij de ondernemer ter reparatie aangeboden. Op 9 oktober was de reparatie (vervangen van oliefilterhuis) gereed. Na reparatie van het koelsysteem heeft de consument tot twee keer toe (respectievelijk 9 en 10 oktober), na het wegrijden bij de ondernemer, bij hen moeten terugkeren vanwege de melding “Aandrijving” op het beeldscherm van de auto.

In verband met de aanhoudende, bovengenoemde melding, heeft de consument in overleg met de ondernemer de auto laten uitlezen [derde partij]. Door hen is op 15 oktober 2024 het volgende geconstateerd: “Als het koelsysteem verkeerd is gevuld of ontlucht, kan resterende lucht tot oververhitting en daardoor tot uitval van de uitlaatgasturbo leiden”. Tevens hebben zij aangegeven dat de uitlaatgasturbo vervangen dient te worden, waarvoor de kosten zijn begroot op ca.€ 4.100, –.
De consument heeft de ondernemer gevraagd de kosten voor deze reparatie voor rekening te nemen. De ondernemer is van mening dat hun reparatie (vervanging van het oliefilterhuis, n.a.v. koelvloeistoflekkage) niets te maken heeft met de noodzakelijke vervanging van de turbo en dat zij derhalve de kosten voor de reparatie niet voor hun rekening willen nemen.

Als oplossing voor het geschil stelt de consument voor dat de reparatie aan de uitlaatgasturbo door [derde partij] wordt uitgevoerd en dat de kosten hiervoor, alsmede de kosten van dit geschil en mogelijke kosten voor alternatief vervoer voor rekening van de ondernemer komen.

De consument heeft daarnaast uitgebreide reacties gegeven op het verweer van de ondernemer en het rapport van de deskundige. De consument is daarbij ingegaan op de onjuistheid van het verslag van de [derde partij] en de consument heeft bezwaren geuit tegen het delen van data in verband met de privacy.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De bestuurder van de auto is vanaf het woonadres in [plaats] tot het BP-station te [plaats] aan de [plaats] drie of vier keer gestopt omdat de motor oververhit was. Dit omdat er geen koelvloeistof in de auto aanwezig was. Na afkoelen van de motor werd vervolgens weer verder gereden totdat de motor weer oververhit was. Uiteindelijk is gestopt bij voornoemd BP-station en werd de [derde partij] ingeschakeld. Een medewerker van de [derde partij] heeft ter plaatse vier liter koelvloeistof toegevoegd en alle foutmeldingen (waaronder de aandrijving en gebrek aan koelvloeistof) gewist.

Nergens uit kan worden afgeleid dat er verkeerd is ontlucht en/of verkeerd is bijgevuld. Dit wordt door de ondernemer ook uitdrukkelijk betwist. Daarbij is van belang dat er dus ook andere oorzaken kunnen zijn. Bijvoorbeeld het doorrijden met een oververhitte motor zonder koelvloeistof. Iets wat de bestuurder niet heeft gemeld bij de [derde partij]. Van belang is voorts dat de wastegate elektrisch en mechanisch is.
Dat de bestuurder kort na het wegrijden een melding kreeg van de aandrijving wil niet zeggen dat dit veroorzaakt is door het ontluchten en vullen. Die melding had de bestuurder namelijk ook al gekregen voordat de auto bij de ondernemer werd gebracht. En die melding was veroorzaakt door het rijden met een oververhitte motor zonder koelvloeistof.

Bij de eerste terugkomst is een 5-amp-zekering vervangen. Er was toen een foutmelding in de koelluchtgeleideklep en een turbofout. De tweede keer was er een foutcode van de turbo. Bij het tweede gesprek is aangegeven dat de foutcode inzake de turbo een veel voorkomende fout van het type BMW is waarin de bestuurder reed. Vervolgens is de bestuurder verwezen naar de BMW-dealer omdat uitsluitend de dealer een eventuele software update kan uitvoeren.

Kort en goed is de ondernemer van mening dat de huidige problemen met de auto zijn veroorzaakt door het
(door)rijden met een oververhitte motor zonder koelvloeistof en niets te maken hebben met de werkzaamheden die de ondernemer vervolgens heeft uitgevoerd. Dit omdat simpelweg pas na het uitvoeren van die werkzaamheden kon worden vastgesteld of er schade was aan de motor (hetgeen dus ook het geval was). De daaruit voortvloeiende schade is voor rekening van de consument.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport van 21 maart 2025, voorzover thans van belang, het volgende vastgesteld.

Het is aannemelijk, maar niet aantoonbaar, dat de zitting van de waste gateklep uit de behuizing van de turbo is gezakt, als gevolg van een verschil in temperatuur van beide delen. Een oververhitting van de turbo is hiervan echter wel de meest aannemelijke oorzaak. Het is echter niet aantoonbaar op welk moment deze oververhitting van de turbo is ontstaan. Hiervan hebben wij geen aantoonbaar bewijs verkregen tijdens ons onderzoek.

Wel hebben wij vastgesteld dat er bij kilometerstand 155.408 al een melding in de sleutel van het voertuig werd opgeslagen van verminderd vermogen van de motor. Omdat de [derde partij] de kilometerstand van het voertuig, tijdens de hulpverlening, niet heeft geregistreerd hebben wij het moment van oververhitting van de motor, welke een verminderd vermogen van de motor in het display weergeeft, niet aantoonbaar kunnen vaststellen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie onderschrijft de bevindingen en conclusies van de deskundige, en maakt deze tot de hare. De op- en aanmerkingen van de consument op het rapport van de deskundige zijn niet van dien aard dat de commissie de bevindingen en conclusies van de deskundige in twijfel trekt.

Om de ondernemer aansprakelijk te kunnen houden voor de schade aan de auto van de consument, moet met voldoende mate van zekerheid duidelijk zijn dat de ondernemer een fout heeft gemaakt en dat hierdoor de schade is ontstaan. De commissie is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de ondernemer bij de werkzaamheden aan de auto van de consument (een) fout(en) heeft begaan, of dat de schade is ontstaan door iets wat de ondernemer heeft gedaan of nagelaten.

Met de deskundige wordt oververhitting van de turbo als meest aannemelijke oorzaak van de schade gezien. De bevindingen uit het onderzoek leveren echter geen causaal verband op met de werkzaamheden van de ondernemer. Daarvoor biedt ook de door de consument naar aanleiding van het bezoek aan de [derde partij] genoemde storingscode onvoldoende onderbouwing. Alternatieve oorzaken zijn allerminst uit te sluiten, gelet op de kilometerstand van de auto en het eerdere probleem met oververhitting.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. J.P.C. van Dam van Isselt, voorzitter, de heer R. Vlasveld, de heer A. van Aldijk, leden, op 16 mei 2025.

 

De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.

 

Print/PDF