Commissie: Energie
Categorie: salderingsregeling
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
242205/253139
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument diende een klacht in over de jaarnota van 22 maart 2023. Hij vond dat de salderingsregeling onjuist was toegepast en dat de terugleververgoeding van € 0,09 per kWh onredelijk laag was. De ondernemer stelde dat er op jaarbasis was gesaldeerd en dat de vergoeding correct was toegepast volgens de geldende tariefperiodes. De commissie oordeelde dat de jaarnota inderdaad op jaarbasis is gesaldeerd en dat de terugleververgoeding niet evident onredelijk is. Omdat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) toezicht houdt op de redelijkheid van tarieven en geen bezwaar heeft gemaakt, is de commissie niet bevoegd om hierover verder te oordelen. De klacht is daarom ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Consument maakt bezwaar tegen de wijze van saldering in de jaarnota van 22 maart 2023 en vindt de verlaging van de terugleververgoeding naar € 0,09 niet redelijk. De commissie wijst de klacht af.
Beoordeling
De klacht van de consument.
Consument heeft met ondernemer een overeenkomst voor de levering van gas en elektriciteit. Consument heeft tevens zonnepanelen en levert de door hem opgewekte energie aan ondernemer terug. Ondernemer heeft besloten om per september 2022 maandelijks te salderen tegen een gereduceerd tarief, namelijk 0.09 euro cent per KWh. Consument vindt dit geen redelijk tarief en lijdt hierdoor schade. Consument wijst erop dat hij eerder in een bezwaarschrift aan ondernemer heeft verzocht om de jaarafrekening te corrigeren door op jaarbasis te salderen in plaats van op maandbasis. En om de jaarafrekeningen voortaan op jaarbasis te salderen. Bovendien heeft de teruglevering de afgelopen tijd ook tegen een gereduceerd tarief van 0.09 euro cent plaatsgevonden. Cliënt blijft bij zijn standpunt dat dit geen redelijk tarief is.
Het verweer van de ondernemer.
De consument heeft een variabel contract voor stroom en gas. Hierop zijn de Algemene Voorwaarden 2017 van toepassing.
Salderen op jaarbasis
Wij salderen op jaarbasis. Ook op de jaarnota 2022-2023 van € -651,28 over de periode van 12 maart 2022 tot 12 maart 2023 is op jaarbasis gesaldeerd. De consument verbruikte in deze periode in totaal 1653 kWh en leverde 1677 kWh terug. Per saldo leverde de consument 24 kWh terug. Deze 24 kWh is voor 19 kWh afgerekend tegen een terugleververgoeding van € 0,10137 en 5 kWh tegen een terugleververgoeding van € 0,30025 (zie jaarnota 2022-2023 pagina 10 van 12). Als de consument op maandbasis afgerekend zou zijn, dan zou de per saldo teruggeleverde energie in de zomermaanden niet zijn gesaldeerd met de per saldo geleverde energie in de wintermaanden. De consument had dan de in de wintermaanden geleverde energie moeten afrekenen tegen het leveringstarief, omdat er dan geen teruglevering tegenover staat. Daarentegen zou de consument voor de in de zomermaanden veel teruggeleverde energie tegen een terugleververgoeding worden afgerekend. Dit is echter niet het geval. De consument levert per saldo na een jaar 24 kWh terug. De consument is op zijn jaarnota 2022-2023 afgerekend op basis van jaarlijks salderen en tegen een terugleververgoeding die € 0,10137 en € 0,30025 is in plaats van € 0,09. Wij zien geen reden deze nota te corrigeren.
Redelijke terugleververgoeding (TLV)
Terugleververgoeding komt pas in beeld als een consument met zonnepanelen meer energie opwekt dan er gedurende de hele salderingsperiode wordt gebruikt. Of een TLV redelijk is hangt onder meer af van marktomstandigheden en de inkoop- en verkoopstrategieën van een energieleverancier. Tot het jaar 2014 was vastgelegd dat minimaal 70 procent van het kale leveringstarief een redelijke vergoeding was. Deze regel geldt niet meer. Dit betekent dat in afwachting van de nieuwe Energiewet er momenteel geen vastgelegd percentage is. Het is vooralsnog niet wettelijk geregeld wat een redelijke TLV is. Het blijkt dat de afgelopen jaren het aantal huishoudens met zonnepanelen snel is gegroeid. Een goede ontwikkeling voor de energietransitie. Tegelijkertijd zijn daardoor de kosten verbonden aan het terugleveren van energie ook toegenomen. De waarde van de teruggeleverde stroom ligt een stuk lager dan voorheen. Er wordt steeds meer eigen stroom opgewekt door huishoudens zelf, alsook door bedrijven en andere sectoren. Daarnaast zijn er vele manieren waarop we nu groene stroom opwekken. Doordat er steeds meer eigen opwek is, is er op sommige momenten stroom ‘teveel’. Alle stroom die over is, moet voor een goedkopere prijs aan de markt worden terug verkocht. Uit een eerste verkenning van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) met publicatiedatum 12 maart 2024 blijkt dat energieleveranciers juist extra kosten maken voor klanten met zonnepanelen. Hierin staat vermeld: ‘Hieruit blijkt dat leveranciers, afhankelijk van hun specifieke situatie, voor een gemiddelde klant tot enkele honderden euro’s aan extra kosten kunnen maken. De extra kosten worden veroorzaakt door hogere inkoopkosten, hogere onbalanskosten en kosten die veroorzaakt worden door de salderingsregeling.’ Ondernemer is van mening een redelijke en marktconforme vergoeding te hanteren per 5 september 2022 van € 0,09 tot heden. Mocht de consument een hogere terugleververgoeding wensen dan kan hij altijd kosteloos overstappen naar een andere leverancier. De consument heeft immers een variabel contract. Dit vermelden wij ook bij de aankondiging van de tariefwijzigingen.
Het oordeel van de commissie.
De commissie is van oordeel dat de ondernemer voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat in de jaarnota van 22 maart 2023 de afgenomen en teruggeleverde elektriciteit, anders dan consument stelt, wel op jaarbasis is gesaldeerd. Uit de specificatie blijkt verder dat het (voor de consument) positieve saldo van 24 kWh is omgerekend naar tariefperiodes en voor 19 kWh is afgerekend tegen een terugleververgoeding van € 0,10137 (tariefperiode van 12 maart 2022 tot 9 juli 2022) en voor 5 kWh tegen een terugleververgoeding van € 0,30025 (tariefperiode van 9 juli 2022 tot 5 september 2022). Daarbij is de per 5 september 2022 gewijzigde terugleververgoeding van € 0,09 inderdaad niet toegepast. De klacht is derhalve op dit punt ongegrond.
Ten aanzien van de klacht dat de per 5 september 2022 gewijzigde terugleververgoeding van € 0,09 niet redelijk is overweegt de commissie het volgende.
Op grond van artikel 3 van het reglement van de commissie heeft de commissie tot taak geschillen tussen de consument en de ondernemer te beslechten, voor zover deze betrekking hebben op de totstandkoming of de uitvoering van de overeenkomst met betrekking tot de aan sluiting en/of levering van gas, warmte of elektrische energie en daarmee samenhangende leveringen en diensten.
De commissie is derhalve niet bevoegd te beslissen over de hoogte van in rekening gebrachte tarieven of kosten in zijn algemeenheid. De commissie heeft daarin slechts een marginale beoordelingsruimte. Behoudens in gevallen dat sprake is van evident onredelijke tarieven, is het niet aan de commissie om daarover verder een oordeel te geven. In dat kader wordt opgemerkt dat de ACM in principe verantwoordelijk is voor het toezicht op de regulering van de tarieven op basis van onder meer de Elektriciteitswet 1998 en de ACM beoordeelt dan ook de redelijkheid van de gehanteerde tarieven. In de Elektriciteitswet is niet vastgelegd wat een redelijke terugleveringsvergoeding is. Daarbij kan de ACM kijken naar de werkelijke kosten, inclusief vermogenskosten, die een leverancier maakt. De ACM heeft op grond van de wet de bevoegdheid om daartoe gedetailleerde informatie op te vragen bij de ondernemer, welke bevoegdheid de commissie niet heeft. Het oordeel over de redelijkheid van tarieven is derhalve primair aan de ACM. Mede gelet op de door de ondernemer in het verweer en ter zitting gegeven toelichting kan naar het oordeel van de commissie niet worden gezegd dat sprake is van evident onredelijke tarieven. Uit de eerste verkenning van 12 maart 2024 van de ACM en het vervolgonderzoek van de ACM van 8 mei 2024 naar de redelijkheid van elektriciteitstarieven voor consumenten met zonnepanelen, dat ook bij ondernemer is uitgevoerd, concludeert de ACM dat de tarieven, gelet op de hogere kosten voor klanten met zonnepanelen, niet onredelijk zijn. Verder dient de ondernemer zijn tarieven, en dus ook de in geding zijnde terugleververgoeding van € 0,09, aan de ACM te melden en zal de ACM bij niet-akkoordbevinding vragen stellen. Dat heeft de ACM kennelijk niet gedaan, zodat – naar de commissie aanneemt – sprake is van stilzwijgende goedkeuring. De commissie wijst er daarbij nogmaals op dat de ACM op grond van de wet de bevoegdheid heeft de redelijkheid van de gehanteerde tarieven te toetsen en om daartoe gedetailleerde informatie op te vragen bij de ondernemer, welke bevoegdheid de commissie niet heeft. Consument heeft niet onderbouwd waarom het onderhavige tarief voor teruglevering desondanks evident onredelijk is. Ook dit onderdeel van de klacht dient dan ook afgewezen te worden.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.H. Smits, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 28 juni 2024.