Commissie: Doe-Het-Zelf
Categorie: gebrekkige installatie
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
213479/233009
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht in 2019 een PVC-vloer met ondervloer voor ruim € 2.300. Na tweeënhalf jaar ontstonden er scheuren in de vloer. De consument meldde dit bij de ondernemer en vroeg om kosteloos herstel of vervanging. De fabrikant gaf aan dat de schade kwam door verkeerde ondervloeren en schuifsporen van stoelen. Een deskundige van de commissie bekeek de vloer ter plaatse en concludeerde dat de schade is ontstaan door verkeerde installatie: de klikverbindingen zijn bij het leggen al gebroken. De vloer is niet defect door het product zelf, maar door hoe hij gelegd is. De commissie oordeelt dat er geen sprake is van een gebrekkig product of foutief advies van de ondernemer. Daarom wordt de klacht afgewezen en hoeft de ondernemer niets te vergoeden.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 3 april 2019 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een complete PVC-vloer, inclusief ondervloer, tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 2.321,02.
De levering vond plaats op of omstreeks 3 april 2019.
Het geschil betreft de vraag of de geleverde vloer voldoet aan de eisen, die de consument eraan mag stellen, en of het voorstel van de ondernemer om de klacht op te lossen redelijk was.
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De vloer zelf heeft € 1.813,76 gekost. Na tweeëneenhalf jaar vertoont de vloer scheuren. De consument heeft dit probleem bij de ondernemer gemeld. De ondernemer heeft de klacht doorgestuurd naar de fabrikant. De fabrikant komt tot de conclusie dat de schade te wijten is aan externe factoren.
In het bericht van de fabrikant wordt aangegeven dat beide ondervloeren niet geschikt zijn voor een kunststofvloer. Beide zijn te dik en hierdoor ontstaat enige vering waardoor de klikverbindingen van de vloer kunnen breken met als gevolg de scheuren.
Volgens de consument zijn de ondervloeren destijds geadviseerd om gebruikt te worden in combinatie met gelijktijdig aangeschafte pvc-vloer. De stoelen van de consument worden regelmatig voorzien van nieuw vilt om schuifsporen tegen te gaan
Het is volgens de consument duidelijk dat sprake is van gebreken aan de vloer.
Volgens de fabrikant lijkt het erop dat de beschadiging is veroorzaakt door schuifsporen. Ook al zijn de stoelen voorzien van vilt, vuil en zand kan zich hechten aan vilt waardoor het kan schuiven.
Omdat de leginstructie niet is opgevolgd is de garantie vervallen.
Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
De vloer is niet wat de consument ervan verwacht had.
De vloer is in eigen beheer gelegd. Het advies van de medewerker van de ondernemer was om de toegepaste ondervloer te gebruiken. Deze is ook gelijktijdig gekocht. Volgens de fabrikant is de ondervloer de oorzaak van de problemen. Daarmee zijn de problemen direct te herleiden naar de ondernemer.
De consument heeft niet meer gereageerd op voorstellen van de ondernemer, omdat toen al geadviseerd was om het geschil aan de commissie voor te leggen.
Het is inmiddels helemaal onduidelijk voor de consument wat nu de oorzaak is, de deskundige en de fabrikant geven beide een andere oorzaak. De ondernemer zei in eerste instantie weer iets anders.
De consument verlangt kosteloos herstel, dan wel vervanging van de vloer, dan wel ontbinding van de overeenkomst.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De fabrikant heeft op verzoek van de ondernemer de klacht beoordeeld. Deze beoordeling is gebeurd aan de hand van schriftelijke informatie en foto’s, de vloer is niet ter plaatse bekeken.
De ondernemer heeft een aantal schikkingsvoorstellen gedaan. Eén ervan was om een onafhankelijke expert naar de situatie, vloer en ondervloer, te laten kijken.
De consument heeft uiteindelijk op de voorstellen niets meer laten horen.
Deskundigenrapport
De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voorzover thans van belang, het volgende vastgesteld.
De vloer vertoont over de gehele oppervlakte op de langs kanten en kopse kanten opstaande of afgebroken kanten. Dit is ontstaan tijdens het monteren van de vloer, het doet zich voor over de gehele oppervlakte ook op delen waar niet gelopen kan worden straks langs de muur.
Tijdens het leggen zijn de vloerdelen verkeerd in de klikverbinding aangebracht, waardoor tijdens het monteren al de verbinding gebroken is. Tijdens het belasten van de vloer kan, op de breuk en door de breuk, het vloerdeel meer dan normaal bewegen en zal uiteindelijk helemaal afbreken.
De problemen aan de vloer zijn te wijten aan verkeerde installatie, niet aan een productgebrek. De vloer kan niet hersteld worden. Over de gehele oppervlakte doet dit probleem zich voor en zijn er vloerdelen gebroken. De vloer zal in zijn geheel vervangen moeten worden voor een nieuwe.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft de vloer ter plaatse beoordeeld en vastgesteld dat sprake is geweest van verkeerd leggen.
Volgens de deskundige is geen sprake van een productgebrek.
In tegenstelling tot de door de commissie ingeschakelde deskundige heeft de fabrikant niet de vloer bij de consument bekeken, maar een beoordeling gegeven op basis van enkel foto’s en informatie. De commissie gaat daarom voorbij aan de beoordeling van de fabrikant. Bovendien is niet gebleken dat sprake is geweest van advies van de ondernemer ten aanzien van de keuze van de ondervloer.
De commissie is daarom van oordeel dan niet aannemelijk is geworden dat sprake is van een ondeugdelijk product of van een onjuist advies.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Omdat geen sprake is van een gegronde klacht komt de commissie niet meer toe aan beantwoording van de vraag of het voorstel van de ondernemer redelijk was.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Doe Het Zelfbedrijven, bestaande uit
mr. F.H.C.M. van Schaijk, voorzitter, mr. E.J. Schipper en mr. W. van den Berg, leden, op 8 maart 2024.