Commissie: Energie
Categorie: Meterstanden
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies na tussen advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
208414/212585
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument betwistte de juistheid van de meterstanden op de jaarrekening over de periode 17 december 2021 tot 17 december 2022. Door een fout van de netbeheerder waren de meterstanden verwisseld met die van een buurman, waardoor onjuiste standen aan de ondernemer werden doorgegeven. Tijdens de zitting bevestigde de netbeheerder dat de juiste standen op 17 december 2021 waren: 7344 (hoog), 6411 (laag) voor elektriciteit en 4995 voor gas. De consument ging hiermee akkoord. De commissie oordeelde dat de klacht terecht was en droeg de ondernemer op de jaarrekening te herzien op basis van deze juiste standen. Het depotbedrag van € 1.748,75 wordt aan de ondernemer uitgekeerd, met de verwachting dat het verschil met de herziene nota aan de consument wordt terugbetaald. Daarnaast moet de ondernemer het klachtengeld van € 52,50 aan de consument vergoeden.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De consument betwist de meterstanden die op een jaarrekening vermeld waren. Door een fout van de netbeheerder zijn inderdaad onjuiste meterstanden vermeld.
Beoordeling
In voornoemde tussenbeslissing overwoog de commissie naar aanleiding van de brief van de netbeheerder d.d. 29 januari 2025 het volgende:
De commissie acht de hiervoor genoemde brief van de netbeheerder onduidelijk en innerlijk tegenstrijdig. Onduidelijk omdat het meternummer op het uit het [bedrijf] verkregen overzicht onvolledig vermeld wordt. Ook is onduidelijk waarom de op 15 november 2022 vermelde standen afwijken van de eerder door de netbeheerder genoemde standen van die datum, waarover partijen het overigens eens waren. Voorts is onduidelijk of de netbeheerder nu tevens meldt dat ook de beginstand van het gas onjuist was (hij meldt als stand op 3 december 2021 4995, terwijl de ondernemer een stand per 17 december 2021 van 3878 in de jaarrekening hanteerde). Tegenstrijdig omdat de netbeheerder eerst vermeldt dat de door de ondernemer gehanteerde beginstand elektriciteit (hoog tarief) onjuist is, maar in de laatste zin van die brief mededeelt dat het door de ondernemer gefactureerde verbruik ”dus” werkelijk is afgenomen.
In het dictum werd bepaald dat een nadere zitting gehouden moest worden teneinde duidelijkheid te krijgen over de gerezen vragen.
In de vervolgens gehouden zitting is door partijen niet weersproken dat de meternummers die op het door de netbeheerder overgelegde overzicht staan, de juiste nummers zijn van de bij de consument geplaatste meters. De netbeheerder verklaarde dat de standen van de elektriciteitsmeter van de consument op
17 december 2021 luidden 7344 (hoog) en 6411 (laag); van de gasmeter was de stand op die datum 4995. De standen van de elektriciteitsmeter op 15 november 2022 bedroegen 9523 (hoog) en 8437 (laag). Daarmee zijn de gerezen vragen beantwoord. De consument herhaalde zijn eerdere verklaring dat hij met die standen akkoord is.
Uit het voorgaande volgt dat de consument op goede gronden heeft aangevoerd dat de door de netbeheerder aan de ondernemer opgegeven beginstanden per 17 december 2021 niet juist waren. De ondernemer zal dan ook opgedragen worden de jaarnota over de periode 17 december 2021 tot
17 december 2022 zodanig te herzien dat de hiervoor vermelde meterstanden per 17 december 2021, waarover beide partijen het eens zijn, en de standen per 15 november 2022 waarover partijen het eerder eens waren, daarin verwerkt worden.
De ondernemer heeft nog aan de orde gesteld dat de door de vorige energieleverancier aan hem opgegeven eindstanden van de consument (per 17 december 2021) door hem op de jaarnota over de periode 17 december 2021 tot 17 december 2022 vermeld waren. Hij lijdt een nadeel als gevolg van het verschil tussen die standen en de standen van de te corrigeren nota. In feite is dat een discussie tussen de netbeheerder en de ondernemer, waarover de commissie niet bevoegd is te oordelen, maar waarbij het in de rede ligt dat de netbeheerder de kosten van dat verschil dient te dragen omdat hij door de verwisseling van de meters bedoeld verschil heeft veroorzaakt. Of de netbeheerder die kosten elders kan verhalen is in dit geschil evenmin aan de orde.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
De commissie dient ook te beslissen over het bij de commissie gestorte depot ad € 1.748,75. Dat bedrag heeft betrekking op de onbetaald gelaten eindsom van de jaarnota 2021/2022. Als hiervoor overwogen dient de ondernemer die jaarnota nader vast te stellen, doch de commissie kan niet berekenen met welk bedrag de oorspronkelijk jaarnota verminderd wordt. De commissie zal het depotbedrag aan de ondernemer uitkeren, waarbij zij ervan uitgaat dat de ondernemer het verschil tussen oorspronkelijke (die met de uitkering van het depot aan de ondernemer betaald is) en de herziene jaarnota aan de consument vergoedt. Zo daarover problemen ontstaan is de consument gerechtigd een nieuwe klacht in te dienen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer dient de jaarnota van de consument over de periode 17 december 2021 tot
17 december 2022 zodanig te herzien dat de hiervoor vermelde meterstanden per 17 december 2021 en 15 november 2022 daarin verwerkt worden.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
De commissie bepaalt dat het gehele depotbedrag ad € 1.748,75 aan de ondernemer uitgekeerd wordt.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer ing. C. Verloop, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 9 mei 2025.