Commissie: Energie
Categorie: commissie onbevoegd
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: onbevoegd
Referentiecode:
213264/229461
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument had een servicecontract voor een geiser, dat door de ondernemer eenzijdig is stopgezet. De consument vindt dit onterecht en zegt dat andere huurders hun contract wel mochten houden. Daarom diende zij een klacht in bij de Geschillencommissie Energie. De commissie heeft eerst gekeken of zij bevoegd is om deze zaak te behandelen. In de voorwaarden van het contract staat dat een andere commissie, namelijk de Geschillencommissie Installerende Bedrijven, hierover mag oordelen. Ook valt een onderhoudscontract voor een geiser niet onder de taken van de Energiecommissie. Daarom zegt de commissie dat zij deze klacht niet mag behandelen. De consument mag de klacht binnen 14 dagen opnieuw indienen bij de juiste commissie, zonder opnieuw klachtengeld te betalen. De klacht is dus niet inhoudelijk beoordeeld, maar afgewezen omdat de verkeerde commissie was gekozen.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Het geschil gaat over de eenzijdige beëindiging van een servicecontract betreffende een geiser. De commissie verklaart zich niet bevoegd. Zij past artikel 18 van het reglement toe.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 21 maart 2024 te Den Haag.
De commissie heeft het volgende overwogen.
Beoordeling
De consument maakt bezwaar tegen de eenzijdige beëindiging door de ondernemer van het servicecontract d.d. 26 augustus 2018 betreffende haar van de ondernemende bedrijf gehuurde geiser. Ook is haars inziens sprake van willekeur, omdat bij andere huurders het contract is voortgezet.
De ondernemer voert inhoudelijk verweer.
De commissie dient ambtshalve haar bevoegdheid te onderzoeken. Zij wijst op artikel 10 lid 2 van de op het servicecontract toepasselijke Algemene Voorwaarden. Daarin is de Geschillencommissie Installerende bedrijven bevoegd verklaard. Nu de bevoegdheid van de commissie niet ontleend kan worden aan een overeenkomst tussen partijen en ook overigens een onderhoudscontract van een geiser niet binnen haar bevoegdheid valt als gedefinieerd in artikel 3 van het reglement, is zij niet bevoegd een oordeel te geven over de klacht.
De commissie overweegt dat artikel 18 van het reglement het volgende bepaalt:
Indien tijdens de behandeling van een geschil blijkt dat het geschil niet jegens de juiste partij aanhangig is gemaakt, verklaart de commissie de klacht ongegrond en wordt tevens een termijn bepaald, waarbinnen het geschil door de betrokkene opnieuw aanhangig kan worden gemaakt, zonder dat deze opnieuw klachtengeld verschuldigd is. De commissie zal dan ook de klacht ongegrond verklaren en bepalen dat de consument binnen 14 dagen na verzending van deze beslissing de klacht bij de juiste geschillencommissie aanhangig kan maken zonder opnieuw klachtengeld te betalen.
Op grond van het voorgaande acht de commissie zich onbevoegd het geschil te behandelen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen. Voorts bepaalt zij dat de consument binnen 14 dagen na verzending van deze beslissing de klacht bij de juiste geschillencommissie aanhangig kan maken zonder opnieuw klachtengeld te betalen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 21 maart 2024.