Commissie: Waterrecreatie
Categorie: Terugbetaling
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
435744/614736
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een consument huurde een zeilboot (platbodem) voor het weekend van 30 juni tot 2 juli 2023, maar kon niet zeilen door meerdere gebreken. Op de eerste dag ontbraken zwemvesten voor de kinderen, en op de tweede dag brak de gaffel, waardoor zeilen onmogelijk was. De ondernemer bood als compensatie een gratis nieuw weekend aan in mei 2024, maar dat ging ook niet door vanwege een technisch mankement aan de boot. De consument wilde geen nieuw aanbod meer accepteren en vroeg terugbetaling van de oorspronkelijke huursom van €637,93. De Geschillencommissie Waterrecreatie oordeelde dat de klacht gegrond is en dat de consument recht heeft op terugbetaling van de huursom en het klachtengeld van €102,50. De ondernemer moet dit binnen drie weken betalen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft een platbodem gehuurd. De platbodem vertoonde echter gebreken waardoor de consument niet heeft kunnen zeilen. De consument verlangt terugbetaling van de huurprijs.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft voor de periode van 30 juni tot 2 juli 2023 een platbodem gehuurd. Bij aanvang van de huurperiode kon de consument niet uitvaren omdat er geen zwemvesten aanwezig waren voor de kinderen. Hierdoor kon de eerste dag niet meer worden gezeild. De volgende dag wilde de consument de zeilen hijsen, maar brak de gaffel in tweeën. Hierdoor is het niet gelukt om in de huurperiode te zeilen. Bij het inleveren van de boot heeft de consument aangegeven compensatie te verlangen. Uiteindelijk heeft de ondernemer een gratis nieuw weekend aangeboden. Dit weekend zou op 24 mei 2024 beginnen. Anderhalf uur voor aanvang van die huurperiode ontving de consument een sms van de ondernemer dat de boot een mankement had dat niet snel opgelost kon worden. Er was geen vervanging, zodat het weekend niet door kon gaan. Opnieuw bood de ondernemer een gratis weekend of een midweek aan. De consument ging daarmee niet akkoord en verlangde een financiële vergoeding voor het eerder betaalde zeilweekend. De ondernemer gaf telefonisch aan dat het op dat moment slecht uitkwam. De ondernemer wil geen vergoeding geven, de consument moet genoegen nemen met zijn aanbod.
De consument verlangt terugbetaling van de huursom van € 637,93.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken.
De ondernemer heeft de consument erover geïnformeerd dat de ondernemer geen aansluiting meer heeft bij Hiswa.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Allereerst dient beoordeeld te worden of de commissie bevoegd is om van de klacht kennis te nemen. Ten tijde van het afsluiten van de huurovereenkomst op 10 maart 2023 was de ondernemer aangesloten bij Hiswa. Op de huurovereenkomst zijn de HISWA Algemene Voorwaarden Huur en Verhuur Vaartuigen van toepassing verklaard. De commissie is dan ook bevoegd om van de klacht kennis te nemen. Dat de ondernemer na 31 december 2023 niet langer is aangesloten bij HISWA en dat een alternatieve huurperiode is aangeboden in 2024 maakt dit niet anders.
De consument heeft een platbodem bij de ondernemer gehuurd voor de periode van 30 juni 2023 om 14.00 uur tot 3 juli 2023 om 10.00 uur voor een huurprijs van € 637,93. Door de ondernemer is niet weersproken dat het van zeilen niet is gekomen dat weekend vanwege het aanvankelijk ontbreken van zwemvesten voor de kinderen en het vervolgens breken van de gaffel. Het door de ondernemer aangeboden vervangende weekend vanaf 24 mei 2024 is niet doorgegaan omdat de platbodem defect was.
De commissie is van oordeel dat de ondernemer de huursom van € 637,93 aan de consument moet terugbetalen en zal dat ook bepalen. De consument hoeft geen genoegen te nemen met een aangeboden nieuwe huurperiode.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
De ondernemer is overeenkomstig het reglement van de commissie gehouden om het klachtengeld aan de consument te vergoeden. Bovendien is hij behandelingskosten aan de commissie verschuldigd.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Bepaalt dat de ondernemer binnen drie weken na de datum van deze beslissing een bedrag van € 637,93 aan de consument dient te betalen.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 102,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Waterrecreatie, bestaande uit de heer mr. J.N. de Blécourt, voorzitter, de heer J. Zetzema , mevrouw mr. M.T. Buiting , leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. L. Kramer, secretaris, op 2 december 2024.