Herberekening vereist na fout in herziene jaarrekening

De Geschillencommissie




Commissie: Energie    Categorie: Jaarrekening    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: tussenadvies   Uitkomst: aanhouding beslissing   Referentiecode: 257103/501951

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument betwistte de jaarrekening van 7 februari 2024 over de periode 1 januari 2023 tot 16 januari 2024, omdat daarin verbruik uit eerdere jaren (2019–2021) werd meegenomen. De commissie oordeelde dat het beroep op verjaring voor die jaren terecht is. Daarnaast wees de consument op het gebruik van een warmtepomp en het ontbreken van gasverbruik, wat niet was meegenomen in de schattingen. De netbeheerder voerde daarop een herberekening uit volgens de wettelijke IC205-procedure, waarbij met deze factoren rekening werd gehouden. De ondernemer stelde op basis daarvan een herziene jaarrekening op. Tijdens de zitting bleek echter dat 1174 kWh aan eerder in rekening gebracht verbruik niet was verrekend. De commissie droeg de ondernemer op dit alsnog in mindering te brengen en het aangepaste resultaat aan de commissie voor te leggen. Daarna kan het depotbedrag worden verrekend. Verdere besluitvorming wordt aangehouden.

De volledige uitspraak

Samenvatting

De ondernemer dient een herberekening van de herziene nota uit te voeren, waarna de commissie het bij haar in depot gestorte bedrag kan verrekenen.

Beoordeling

In het tussenadvies heeft de commissie het volgende overwogen. De consument was tot 13 december 2021 klant van [leverancier], welke failliet is gegaan. De ondernemer heeft de consument als klant overgenomen. Het geschil heeft betrekking op de jaarrekening van 7 februari 2024 welke betrekking heeft op de periode 1 januari 2023 tot 16 januari 2024. Tot die datum is het elektraverbruik van de consument gebaseerd geweest op geschatte meterstanden. Voor deze rekening had de consument op 13 januari 2023 een jaarafrekening gekregen die betrekking had op de periode 13 december 2021 tot 1 januari 2023. De consument klaagt erover dat op de eerstgenoemde jaarrekening verbruik in rekening is gebracht uit de periode 2019 tot 2024. De consument beroept zich op verjaring. Naar het oordeel van de commissie is dat beroep terecht voor zover het gaat om de periode 2019 tot 2021. De commissie ziet aanleiding de netbeheerder bij het geschil te betrekken in verband met het volgende. De consument beroept zich erop dat hij al geruime tijd van het gas af is en gebruik maakt van een warmtepomp, iets waarmee geen rekening is gehouden bij de schattingen op basis waarvan hem elektraverbruik in rekening is gebracht. Daarbij komt dat bij hem op 3 augustus 2020 een slimme meter is geïnstalleerd die niet goed zou hebben gewerkt, waarna op 16 januari 2024 deze meter is verwisseld door een slimme P4 meter. De commissie wenst van de netbeheerder concrete informatie omtrent het vorenstaande en stelt de netbeheerder in de gelegenheid een herberekening te maken met betrekking tot het elektraverbruik van de consument met inachtneming van het gegeven dat de consument beschikt over een warmtepomp.

Oordeel van de commissie

De netbeheerder heeft een herberekening uitgevoerd waarin met de verwijdering van het gas en het gebruik van de warmtepomp rekening is gehouden. De ondernemer heeft vervolgens met gebruikmaking van de door de netbeheerder ter beschikking gestelde gegevens een nieuwe jaarrekening over de betreffende periode opgemaakt. De netbeheerder heeft bij de herberekening gebruik gemaakt van een IC205 procedure die in de wet is vastgelegd. Daarop valt naar het oordeel van de commissie niet af te dingen, zodat de herziene jaarrekening moet worden geaccepteerd. Ter zitting is echter gebleken dat bij het opmaken van die herziene rekening is verzuimd rekening te houden met het verbruik dat eerder aan de consument in rekening is gebracht. Daarom dient de ondernemer 1174 KWH alsnog in die rekening te verwerken en het resultaat aan de commissie voor te leggen, waarna de commissie het bij haar door de consument in depot gestorte bedrag kan verrekenen.

Op grond van het voorgaande zal als volgt worden beslist.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer dient binnen twee weken na datum verzending bindend advies 1174 KWH in mindering te brengen op de herziene rekening en het resultaat daarvan aan de commissie voor te leggen. De consument heeft vervolgens twee weken de gelegenheid om daarop schriftelijk te reageren, waarna de commissie op basis van de stukken bindend zal adviseren.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer R.A. Timmer, mevrouw mr. M.J. Boon, leden, op 21 maart 2025.

Print/PDF