Commissie: Voertuigen
Categorie: Overig
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
853557/1062744
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht op 3 december 2023 een Samsung Galaxy A23 en stuurde deze op 12 december terug. De ondernemer vond schade aan het scherm en wilde het geld terugvorderen, maar trok de vordering later in en gaf een tegoedbon van € 50. De consument wilde ook schadevergoeding voor studievertraging. De commissie oordeelt dat er geen bewijs is voor een directe link tussen het retourproces en studievertraging. De ondernemer heeft correct gehandeld en hoeft geen extra vergoeding te betalen. De klacht is ongegrond.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de afhandeling van een retourzending van de klant.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft op 3 december 2023 een Samsung Galaxy A23 128GB 5G bij de ondernemer gekocht voor de prijs van € 279,–. Op 12 december 2023 heeft de consument de telefoon geretourneerd, waarbij hij een beroep deed op het herroepingsrecht. Vervolgens heeft de ondernemer vastgesteld dat de telefoon gebruikersschade had, namelijk barsten in het scherm. Ondanks dat is (een deel van) het aankoopbedrag per abuis aan de consument terugbetaald. Om deze fout te corrigeren, heeft de ondernemer een betaalverzoek aan de consument gestuurd. Na het uitblijven van betaling is de vordering overgedragen aan een incassobureau. De ondernemer heeft vervolgens besloten het incassotraject te beëindigen en de vordering in te trekken. Daarbovenop heeft de ondernemer een tegoedbon van € 50,– aan het account van de consument toegekend. De consument wenst echter ook vergoeding te ontvangen voor de schade die hij heeft geleden doordat hij als gevolg van het handelen van de ondernemer studievertraging heeft opgelopen.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De schadeclaims die de consument opvoert zijn volgens de ondernemer buitenproportioneel, feitelijk ongeloofwaardig en bovendien ongegrond. Zo ontbreekt iedere grond en logische onderbouwing voor het
verband tussen het retourproces en een jaar studievertraging, gemiste studiepunten of uitstel van een diploma. Evenmin is er sprake van immateriële schade.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De feiten die de consument naar voren heeft gebracht, wettigen niet de conclusie dat de ondernemer onrechtmatig heeft gehandeld of zich schuldig heeft gemaakt aan oneerlijke handelspraktijken.
Voor zover er wel sprake zou zijn van enige grond voor aansprakelijkheid en voor zover de consument de door hem gestelde schade inderdaad heeft geleden (dit is niet nader onderbouwd), heeft de consument niet aangetoond dat er een causaal verband bestaat tussen het handelen van de ondernemer en die schade. Echter, ook indien dat causaal verband er wel zou zijn, staat die schade in een zeer ver verwijderd verband van het handelen van de ondernemer, was die schade voor de ondernemer niet voorzienbaar en is er ook geen sprake van opzet of bewuste schuld aan de zijde van de ondernemer om die schade toe te brengen. Die omstandigheden bij elkaar genomen maken dat de schade die de consument stelt te hebben geleden, in redelijkheid niet aan de ondernemer kan worden toegerekend.
Nu de ondernemer de aankoopprijs aan de consument heeft terugbetaald, heeft de ondernemer alles gedaan waartoe hij verplicht is in het kader van het uitoefenen van het herroepingsrecht. Voor het toekennen van overige schadevergoeding is geen grond.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel, bestaande uit de heer mr. H.F.R. van Heemstra, voorzitter, de heer W.H.X. Amian, de heer mr. P. P. van der Neut, leden, op 26 mei 2025.