Geen reparatie of vervanging: consument krijgt volledige aankoopbedrag televisie terug

De Geschillencommissie




Commissie: Thuiswinkel    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 831150/984140

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kocht in juni 2021 een Philips-televisie voor € 701,73. In mei 2024 ging de televisie kapot en werd deze opgehaald voor reparatie. De consument kreeg de televisie echter nooit terug. Na meerdere verzoeken en een officiële ingebrekestelling vroeg hij om reparatie, vervanging of terugbetaling. De ondernemer stuurde een creditfactuur voor het volledige bedrag, maar maakte slechts € 304,08 over. De commissie oordeelde dat de consument mocht vertrouwen op volledige terugbetaling en dat de ondernemer nog € 397,65 moet betalen. Ook moet de ondernemer € 52,50 klachtengeld vergoeden.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 27 juni 2021 met de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een Philips televisie, type [model] voor de som van € 701,73.

De consument heeft de klacht eerst voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Ik heb op 27 juni 2021 een tv gekocht bij de ondernemer. Deze televisie is op 6 mei 2024 kapot gegaan. De televisie vertoont aldus een gebrek en heeft niet alle eigenschappen voor normaal gebruik: er is namelijk geen beeld meer. De televisie is door een door de ondernemer gekozen reparatiebedrijf opgehaald. Voordat dit gebeurde heb ik mijn twijfels bij dit bedrijf al bij de ondernemer aangegeven, maar ik had geen keus. Ik heb de televisie niet meer terugontvangen. Daarom heb ik de ondernemer op 4 november 2024 een ingebrekestelling gestuurd. Daarin schreef ik: “Ik vraag u vriendelijk om het product binnen 2 weken te repareren. Als dat niet mogelijk is, wil ik een nieuwe van vergelijkbaar merk en grootte. Doet u dit niet of te laat? Dan ontbind ik de koopovereenkomst. U moet dan het geld terugbetalen dat ik al betaald heb. Als u het er niet mee eens bent, ontvang ik uw reactie graag schriftelijk binnen 14 dagen.”

Na precies 14 dagen ontving ik van de ondernemer een mail met als inhoud: “Graag ontvang ik onderstaande gegevens zodat we zo spoedig mogelijk over kunnen gaan tot uitbetaling. IBAN: Tenaamstelling:”
Ik ging er vanuit dat het geregeld ging worden en ben voor het eerst gaan kijken naar een
vervangende televisie. Pas op 28 november 2024 kreeg ik antwoord. Hierin stond: “We hebben je vraag over de terugbetaling van de restwaarde in goede orde ontvangen en doorgezet naar de desbetreffende afdeling. Zodra we een reactie hebben, laten we het weten.”
Ik heb niet om de restwaarde gevraagd, want schreef: U moet dan het geld terugbetalen dat ik al betaald heb.
Daarop heb ik op 28 november 2024 de koopovereenkomst schriftelijk ontbonden. Op 9 december 2024 kreeg ik een creditfactuur van de ondernemer voor het bedrag van € 701,73 zonder enig bijgevoegd schrijven. Weer dacht ik dat het daarmee geregeld was.
Echter heb ik alleen de restwaarde van € 304,08 bijgeschreven gekregen. Ik ben het hier niet
mee eens. Ik heb de ondernemer volgens alle richtlijnen duidelijk laten weten dat ik de aankoop wil ontbinden. Ook heb ik de ondernemer alle tijd en kansen geboden om het probleem op te lossen. Het komt er dus op neer dat ik zonder dat ik ervoor heb gekozen voor de restwaarde toch verplicht
word dit te accepteren. Dit terwijl ik bewust voor een reparatie heb gekozen en hier ook maanden zonder televisie op gewacht heb.

De consument verlangt of zijn oude televisie gemaakt terug zoals afgesproken, of een vergelijkbare nieuwe televisie of het volledige aankoopbedrag terug.

Standpunt van de ondernemer

Hoewel daartoe uitgenodigd heeft de ondernemer niet aan de commissie laten weten wat haar standpunt in dit geschil is.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Onomstreden is dat de consument in juni 2021 een televisie heeft gekocht bij de ondernemer en dat deze televisie in mei 2024 kapot is gegaan. Dit betekent dat de televisie een gebrek vertoont en niet de eigenschappen voor normaal gebruik heeft. Ook is onomstreden dat de televisie door een door de ondernemer aangewezen reparatiebedrijf bij de consument is opgehaald, dat de televisie niet meer ter beschikking is gesteld aan de consument en dat de consument heeft aangedrongen op teruggave van zijn herstelde televisie danwel vervanging door een nieuwe televisie danwel restitutie van het door de consument betaalde aankoopbedrag. Verder staat vast dat de ondernemer op 9 december 2024 zonder begeleidend schrijven aan de consument een creditfactuur heeft gezonden voor een bedrag van € 701,73, zijnde het door de consument betaalde aankoopbedrag voor de televisie, maar heeft uiteindelijk een bedrag van € 304,08 aan de consument overgemaakt.

Daaraan voorafgaand had de consument aan de ondernemer laten weten dat zijn wens was (i) teruggave van zijn herstelde televisie danwel (ii) vervanging door een nieuwe televisie danwel (iii) restitutie van het door hem betaalde aankoopbedrag. Voorts had hij de ondernemer op 4 november 2024 een ingebrekestelling gestuurd, waarin hij onder meer schreef dat als reparatie niet mogelijk was en hij geen vergelijkbare televisie zou ontvangen hij de koopovereenkomst zou ontbinden en de ondernemer hem dan het aankoopbedrag zou moeten terugbetalen. Hierop ontving de consument van de ondernemer een mail met als inhoud: “Graag ontvang ik onderstaande gegevens zodat we zo spoedig mogelijk over kunnen gaan tot uitbetaling. IBAN: Tenaamstelling:”
Op grond van het in de vorige alinea genoemde komt de commissie tot de conclusie dat toen de consument de creditfactuur van € 701,73 ontving, hij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat hij dat bedrag zou ontvangen en dat aan zijn wens was tegemoet gekomen. Het betekent dat de ondernemer aan de consument nog een bedrag van € 397,65 is verschuldigd.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 397,65. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie een bijdrage in de behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel, bestaande uit de heer prof. mr. A.W. Jongbloed, voorzitter, de heer mr. S.L.R. van Nuijs, mevrouw mr. L. Schots – Smit, leden, op 22 april 2025.

Print/PDF