Commissie: Energie
Categorie: Totstandkoming overeenkomst
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
254661/277378
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een consument heeft een energiecontract vernietigd omdat hij tijdens een telefoongesprek door een tussenpersoon van de energieleverancier misleid zou zijn. Hem werd een zogenaamd goedkoper contract aangeboden, wat later niet bleek te kloppen. De Geschillencommissie Energie oordeelt dat de overeenkomst onder valse voorwendselen tot stand is gekomen en daarom vernietigd moet worden. De consument hoeft niets te betalen en krijgt al het betaalde geld terug. Ook moet de ondernemer het klachtengeld van € 52,50 vergoeden. De commissie benadrukt dat de handelswijze van de ondernemer in strijd is met de gedragscode en Europese regels over eerlijke handelspraktijken. De klacht is gegrond verklaard.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Omdat de overeenkomst onder valse voorwendselen tot stand is gekomen wordt deze vernietigd en wordt bepaald dat de consument niets aan de ondernemer verschuldigd is en dat de ondernemer al hetgeen de consument aan hem heeft betaald dient terug te betalen.
Beoordeling
Tussen partijen is op 11 augustus 2023 een overeenkomst tot levering van energie tot stand gekomen. De consument heeft deze overeenkomst op 8 november 2023 vernietigd op grond van misleiding. Dit geschil gaat over de vernietiging van de overeenkomst.
De ondernemer heeft zich allereerst beroepen op de klachtplicht van art. 6:89 BW. De commissie verwerpt dit beroep, omdat in dit geval de discussie niet gaat over een gebrekkige prestatie. Ook het beroep van de ondernemer op rechtsverwerking moet worden verworpen. In de eerste plaats is rechtsverwerking op grond van Alleen tijdsverloop niet mogelijk (HR 24 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:24). Ook voor zover de ondernemer stelt dat hij inmiddels in een nadelige bewijspositie is gebracht omdat de opname van het telefoongesprek inmiddels is vernietigd gaat de commissie eraan voorbij. Dat een opname wordt vernietigd na afloop van de bedenktermijn ligt in de risicosfeer van de ondernemer omdat de omstandigheid dat de consument de bedenktermijn daarmee heeft laten verlopen niet in de weg staat aan een beroep op een wilsgebrek. De commissie laat dan nog daar dat dergelijke opnames slechts een gedeelte van het gesprek plegen te bevatten, hetgeen ook lijkt te volgen uit hetgeen de ondernemer heeft opgemerkt over deze opname. De klacht gaat juist over wat aan de consument tijdens het telefoongesprek dat is gevoerd door een intermediair namens de ondernemer is voorgehouden. In dat opzicht heeft de consument onvoldoende gemotiveerd weersproken gesteld dat hij de overeenkomst is aangegaan onder invloed van de als misleiding aan te merken informatie dat hem een goedkoper contract werd aangeboden hetgeen tot uitdrukking werd gebracht in een laag maandbedrag. Daarbij is art. 1.2 van de Gedragscode Consument en Energieleveranciers 2020 volstrekt niet nageleefd. Van een beroep van de consument op (oneigenlijke) dwaling is dan ook geen sprake. De commissie merkt de gang van zaken aan als een kunstgreep in de zin van art. 3:44, lid 3 BW, hetgeen leidt tot vernietigbaarheid van de overeenkomst, hetgeen met zich brengt dat de consument niets aan de ondernemer verschuldigd is. Bovendien valt deze gang van zaken aan te merken als een oneerlijke handelspraktijk in de zin van de Richtlijn van de EU betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt (Richtlijn 2005/29 EG Pb EU 2005, L149/22). Daarom zou, nu de overeenkomst vernietigd wordt, het toekennen aan de ondernemer van een vergoeding voor de geleverde energie aan effectieve consumentenbescherming in de weg staan en afbreuk doen aan de doeltreffendheid en afschrikkendheid van de toegepaste sanctie en zich niet verdragen met de redelijkheid en billijkheid. Immers; de ondernemer zou dan via een achterdeur alsnog ten koste van de consument op oneigenlijke wijze omzet genereren.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De in geschil zijnde overeenkomst wordt vernietigd.
Bepaald wordt dat de consument niets aan de ondernemer verschuldigd is.
De ondernemer dient binnen 14 dagen na datum verzending bindend advies al hetgeen de consument aan hem heeft betaald terug te betalen.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 8 augustus 2024.