Deskundigenonderzoek nodig naar wateroverlast en nakoming jaarstaanplaatsovereenkomst

  • Home >>
  • Recreatie >>
De Geschillencommissie




Commissie: Recreatie    Categorie: Overig    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: tussenadvies   Uitkomst: aanvullend deskundigenonderzoek nodig   Referentiecode: 875073/1018722

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De commissie kan alleen oordelen over het geschil tussen recreant en ondernemer, niet over dat met de verkoper. Klachten die gaan over de manier waarop de ondernemer met de recreant omgaat (bejegeningsklachten) vallen buiten de bevoegdheid van de commissie. De kernvraag is of de ondernemer de jaarstaanplaatsovereenkomst goed is nagekomen. Omdat dit niet duidelijk is, wordt een deskundige ingeschakeld om onderzoek te doen. Die moet onder meer nagaan of wateroverlast op de kavel te voorzien was, welke maatregelen de ondernemer heeft genomen, of die voldoende zijn, en of er schade is ontstaan. Ook boomonderhoud en andere relevante punten moeten worden meegenomen. Pas na dit onderzoek neemt de commissie een eindbeslissing.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit:

– een in november 2022 tussen verkoper en recreant gesloten koopovereenkomst waarbij recreant van verkoper een chalet heeft gekocht.

– een in december 2022/januari 2023 tussen de ondernemer en recreant tot stand gekomen vaste staanplaats overeenkomst voor kavel 52, welke is verlengd. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het ter beschikking stellen van jaarplaats Kavel 52 tegen een jaarlijks verschuldigde vergoeding, die voor 2025 is bepaald op € 3.400,–

Recreant heeft op 28 augustus 2023 de klacht voorgelegd aan zowel de verkoper als aan de ondernemer.

De bevoegdheid van de commissie

De door verkoper en recreant als koper gesloten koopovereenkomst voor de koop van een chalet is in het geding gebracht. Daarvan maakt geen hier voor de bevoegdheid van de commissie (om het geschil van die partijen te behandelen en tussen die partijen met bindend advies te mogen beslissen) relevant bindend adviesbeding deel uit. Zelfs als al zou zijn overeengekomen dat daarvan (ook) deel uitmaken de RECRON-voorwaarden voor Vaste Plaatsen (voor verplaatsbare kampeermiddelen), dan levert het daarin opgenomen bindend-adviesbeding geen bevoegdheid van deze commissie op omdat de toepassing van die voorwaarden zich blijkens de definitiebepaling beperkt tot een overeenkomst voor huur van een jaarplaats. Dus ook alleen geschillen over de totstandkoming en vervulling van een dergelijke huurovereenkomst kunnen aan de commissie ter behandeling en beoordeling met bindend advies worden voorgelegd.

Voor zover recreant een geschil met verkoper aan de commissie wenst voor te leggen, dient de commissie zich onbevoegd te verklaren.

Dit is echter anders voor wat betreft de rechtsverhouding van recreant en de ondernemer. Weliswaar is geen op schrift gestelde (verlengde) jaarplaatsovereenkomst in het geding gebracht, maar die rechtsverhouding kwalificeert zich ondubbelzinnig als een jaarlijks steeds verlengde overeenkomst van huur/verhuur van jaarplaats 52. Immers is jaarlijks door de ondernemer de jaarplaatsvergoeding bij recreant in rekening gebracht met bijkomende kosten en afrekeningen. Facturen/nota’s hiervan zijn in het geding gebracht, waaruit zulks blijkt. Door de ondernemer is een en ander erkend, en ook dat recreant (steeds) is voldaan aan deze ondernemer wat deze verschuldigd is te betalen op die huurovereenkomst(en).

Partijen zijn het erover eens dat van die overeenkomst (wel) deel uitmaken de hier voor de bevoegdheid van de commissie relevante RECRON-voorwaarden voor Vaste Plaatsen. De commissie deelt dat standpunt. Weliswaar wordt nergens met zoveel woorden verwezen naar het van toepassing zijn van algemene voorwaarden, maar de ondernemer staat als zodanig ingeschreven bij diens brancheorganisatie RECRON, en heeft zich in het kader van diens lidmaatschap van die organisatie onvoorwaardelijk verplicht om bij met recreanten te sluiten jaarplaatsovereenkomsten, daarvan deel uit te laten uitmaken de RECRON-voorwaarden voor Vaste Plaatsen (voor verplaatsbare kampeermiddelen). Die door de ondernemer op zich genomen verplichting is juridisch beschouwd een beding ten behoeve van een derde, welk derdenbeding door recreant is geaccepteerd door de indiening van het geschil tegen de ondernemer bij de geschillencommissie.

De commissie is dus (alleen) bevoegd te beslissen in het hieronder qua omvang nader te duiden geschil tussen recreant en de ondernemer.

Standpunt van de recreant

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Indachtig het hiervoor overwogene dient het standpunt van recreant in diens geschil met alleen de ondernemer als volgt te worden uitgelegd. De klachten van recreant aan het adres van de ondernemer zijn de volgende:

1. wateroverlast op de staanplaats;
2. gebreken in het kader van de huurovereenkomst;
3. niet verstrekte specificatie van de in rekening gebrachte kosten;
4. ontbrekende boomverzorging;
5. geen of onvoldoende communicatie en overleg;
6. eenzijdige aanpassing parkreglement;
7. slagboompas werkt niet voor 07.00 uur en niet na 22.00 uur.

De toelichting op die klachten aan het adres van de ondernemer luidt als volgt:

1. Wateroverlast:
Het chalet op huurkavel 52 kampt structureel met wateroverlast. Dit heeft geleid tot vochtproblemen, wat aanzienlijke hinder en mogelijke schade veroorzaakt. Bij de ondernemer was dit overigens al bekend voordat wij de staanplaatsovereenkomst sloten.

2. Gebreken in het kader van de huurovereenkomst:
Volgens de huurovereenkomst is de ondernemer verplicht om de kavel in goede staat te houden, zodat dat het gebruik dat ik als huurder ervan mag verwachten niet in de weg staat. Helaas heb ik meermalen wateroverlast ervaren, wat leidt tot schade aan het chalet, tuinmeubilair en het woongenot ernstig aantast. Dit is niet het gevolg van noodweer of extreem weer, maar een structureel probleem dat strijdig is met de verplichtingen uit de wet en de huurovereenkomst. Met de huidige klimaatverandering en daardoor meer kans op (hevige) neerslag is dit een onwenselijke situatie. Zoals in de mail van 5 mei 2024 aangegeven heeft de ondernemer te zorgen voor een situatie die recht doet aan de jaarstaanplaatsovereenkomst, hetgeen betekent dat de wateroverlast wordt weggenomen. Wateroverlast staat het normale gebruik van het chalet in de weg.

3. De ondernemer laat na om een duidelijke en gespecificeerde opgave te verstrekken van de kosten voor de huur van de grond, belastingen en nutsvoorzieningen (gas, water en elektriciteit). Dit bemoeilijkt mijn mogelijkheid om de juistheid van de in rekening gebrachte bedragen te controleren. De ondernemer dient een transparante en gedetailleerde specificatie van deze kosten te verstrekken.

4. Ontbrekende boomverzorging: Op het park ontbreekt adequate boomverzorging, wat leidt tot een gevaarlijke situatie. Dode takken en (grote) overhangende takken kunnen op het chalet of de berging vallen, wat schade en veiligheidsrisico’s met zich meebrengt. De betreffende bomen staan niet op de huurkavel, maar op grond van het park en vallen daarom onder de verantwoordelijkheid van ondernemer. Artikel 5.17 van het parkreglement is onduidelijk op dit punt en in tegenspraak met de RECRON voorwaarden, artikel 11 Onderhoud en aanleg, § 1 & 3. Afgebroken en vallende takken hebben al schade toegebracht aan eigendommen van onze naaste – en achterburen. Regelmatig liggen er takken op het dak en in de tuin. Ik verzoek de ondernemer dringend om de bomen buiten onze kavel professioneel te laten onderhouden om verdere problemen te voorkomen.

5. De ondernemer is niet benaderbaar en communiceert onvoldoende.

6. Artikel 7.1 van het parkreglement onder het kopje ‘Betalingsbeleid’ is eenzijdig aangepast. De oorspronkelijke tekst: ‘Recreanten met een huurkavel ontvangen half december een nieuwe overeenkomst met het verzoek € 1000,- aan te betalen binnen 14 dagen. De restantbetaling dient voor 18 maart te geschieden.’ is eenzijdig gewijzigd in ‘De betalingstermijnen van de jaarkostennota is gewijzigd naar twee maal 50%’. Deze wijziging is doorgevoerd zonder overleg of instemming.

7. Toegang en parkeren: in het parkreglement artikel 2. Toegang en parkeren, in het bijzonder § 2.1, staat ‘Voor het bedienen van de slagboom heeft u een slagboompas nodig. Deze ontvangt u bij de overdracht van uw chalet tegen een borg’. Tot mijn schrik kwam ik het park niet af met de slagboompas voor 07.00 uur en niet op na 22.00 uur. Navraag bij de ondernemer leerde dat de toegang met de slagboompas alleen kon tussen ‘omstreeks 7.00 uur en omstreeks 22.00 uur’ en ‘s ’nachts niet werkt‘. Dit met als toevoeging ‘Wij hebben deze instelling al 18 jaar, en kan niet worden veranderd’. Dat bewoners er niet ten alle tijden uit kunnen (voor spoed of wat dan ook) vind ik, en met mij vele medebewoners, een angstig en opgesloten gevoel. In het parkreglement staat dit niet als zodanig vermeld.

In reactie op het verweer van de ondernemer is voor zover hier relevant door recreant het volgende naar voren gebracht:

Enkele bodemplaten van het chalet zijn inmiddels aangetast door schimmels/zwammen en dienen vervangen te worden alsook de complete houten fundering van het chalet. De oorzaak hiervan is (mede) ontoelaatbaar veel vocht in de bodem. Dit is beschreven in het rapport van [naam] d.d. 17 april 2025, bijgesloten. Overigens huren wij de kavel niet per 13 november 2022 zoals de heer [naam] aangeeft maar per 6 januari 2023.

Herhaling verdient hier dat ons chalet op de laagste plek van fase 2 ligt, en in een kom. Er komt ondanks de aangebrachte goot buiten de kavel nog steeds te veel water op de kavel en het water blijft ook op de kavel staan. Als gevolg daarvan is er te veel vochtvorming onder het chalet zoals door meerdere deskundigen al is aangegeven. Het hele chalet zit van voor tot achter en van links tot rechts onder de schimmel en zwammen. Er is geen sprake van een lekkend kraantje of waterleiding, dit zou door [bedrijf] wel zijn gezien. Zij hebben grondig onderzoek gedaan onder het chalet. Het vocht heeft al zodanig veel schade aangebracht dat de constructie van het chalet verzwakt is en dus vervangen moet worden.

Ik verwijs u hiervoor naar het [bedrijf] rapport en de bijbehorende foto’s en brochure. Voordat ventilatie echter kan worden aangebracht zal het chalet en de berging zo’n 10 tot 20 cm opgehoogd moeten worden. En zal de bestrating daarop aangepast moeten worden. Dan kan in het opgehoogde straatwerk de ventilatie worden aangelegd. De waterleiding en afvoeren zullen dan ook geïsoleerd moeten worden. Verder zal het rooster boven in het pad naar onder moeten worden verplaatst en aangesloten worden op drainage koffers. Op de opmerkingen wanneer de 1e melding is gedaan van beginnende zwam- en schimmelvorming en foto’s zijn gemaakt verwijs ik u naar de rapporten van [bedrijf] van 6 juni 2024 en 17 april 2025, en ook de eerdere communicatie door ons en onze advocaat.

Recreant wenst ook vergoeding van de volgende kosten omdat de ondernemer niet tijdig bereid was in te grijpen om de (vele) gemelde klachten van vocht en wateroverlast te verhelpen:
– zandzakken;
– aanbrengen tijdelijk drainage;
– advocaat kosten, kosten Geschillencommissie, kosten [bedrijf] en een billijke vergoeding voor geleden immateriële (psychische) schade.

Er is inmiddels door alle ontstane problemen en nasleep een zodanige vertrouwensbreuk en persoonlijke schade ontstaan dat ons plezier daardoor is weggeëbd. Daarom lijkt het recreant beter dat de verkoper – en dus niet de ondernemer – het aankoopbedrag, aansluitkosten en aankleding van het chalet terugbetaalt alsook de bovengenoemde vergoeding van de gemaakte kosten en zelf weer eigenaar wordt van het chalet.

Ter zitting heeft recreant verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Ik blijf bij wat door mij is aangevoerd. Het gaat op deze kavel niet goed met de waterloop, en dat probleem blijft en is dus niet opgelost met de werkzaamheden van de ondernemer. Bij meer regenbuien achter elkaar is het probleem van wateroverlast gewoon weer zichtbaar. Dat zich alleen een probleem aandient bij extreem weer, is dus niet waar. Een paar keer is het water alweer over de over de drempel gekomen. Wij vinden het doodeng. Met zandzakken is het niet te keren. Onze buurman op kavel 51 heeft ook wateroverlast. Wij zijn de laagste gelegen kavels. Experts geven ons dus ook gelijk. Het water komt dan over de rand en loopt onder het chalet met alle gevolgen van dien. Onder het chalet is aangetoond dat sprake is van schimmel- en planvorming. Ook met nog aan te brengen ventilatie laat zich dat niet oplossen. Sprake is van een onmogelijke situatie waarin de ondernemer niets wil veranderen. Ondertussen zijn wij zover dat we willen stoppen met dit chalet; het is heel erg vochtig en ik ben ziek. Ik begrijp nu dat de commissie eerst ook moet beoordelen of zij bevoegd is met bindend advies te beslissen in de door mij aanhangig gemaakte geschillen tegen de verkoper en de ondernemer. Hier ter zitting wordt mij gezegd dat ook (nog) de mogelijkheid bestaat dat de commissie een tussenbeslissing gaat wijzen om een deskundige te laten rapporten over de klachten. Ik heb daarop zich geen bezwaar tegen en wil daar ook aan meewerken; wel jammer is dat het allemaal veel tijd gaat kosten.

Recreant verzoekt de commissie om de ondernemer bij wijze van nakoming van de staanplaatsovereenkomst te verplichten tot het volgende:

– het verhelpen van de wateroverlast op de kavel;
– het onderhouden (blad- en zandvrij houden) van de geul buiten huurplaats 52;
– het vergoeden van door wateroverlast veroorzaakte schade;
– het verstrekken van een gedetailleerde specificatie van de kosten en de verhoging voor huurgrond, belastingen en nutsvoorzieningen;
– het uitvoeren van professioneel onderhoud aan de bomen in de nabijheid van huurplaats 52;
– tijdige, volledige, juiste en constructieve communicatie in de toekomst;

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Als eerste de gestelde wateroverlast:
Inderdaad heeft er 1 x ernstige wateroverlast plaats gevonden op [plaatsnaam] en omgeving. Dit was dusdanig heftig dat de brandweer eraan te pas moest komen om kelders e.d. leeg te pompen. [plaats] is die dag zelfs om die reden op T.V. gekomen. Na een reactie van recreant ben ik consequent [plaatsnaam] en de kavel van recreant gaan monitoren op wateroverlast. Op 3 Mei 2024 was er zo’n moment dat er op naast gelegen camping het [naam] stukken weg zijn weggespoeld (foto 1). Bij recreant was er toen niets aan de hand (foto 2). Op foto 3 is te zien dat er elders ook wateroverlast plaats vindt bij extremen. In Juni 2024 is recreant op de hoogte gebracht dat wij buiten de kavel een extra beveiliging gingen aanbrengen d.m.v. een goot. Daarna kregen wij een brief van zijn advocaat. Op 9 Juli 2024 zijn uiteindelijk de werkzaamheden gestart. Bij toeval heeft er die avond een wolkbreuk plaats gevonden boven [plaats] (bevestigd door recreant in de mail van 24 November 2024). Uit foto 4 en 5 kan worden opgemaakt dat er geen water de kavel op stroomt. Foto 6 en 7 maken duidelijk dat alleen de bestrating nat is. Wateroverlast is dan ook niet meer aantoonbaar. Tijdens deze werkzaamheden zijn er 2 emmers (20 liter) water gebruikt voor het aanmaken van cement.

Uiteindelijk heeft op 23 Juli 2024 na veel e-mail verkeer een gesprek plaats gevonden met de advocaat van recreant op locatie. Zijn mening was ook dat er alles aan was gedaan om evt. wateroverlast te voorkomen.

Ook het onderwerp ventilatie is besproken:
Er is door ook door de ondernemer gevraagd om aantoonbare bewijzen te leveren voor schimmel en/of zwamvorming. Wat ik begreep waren deze er niet, en tot op de dag van vandaag zijn deze bewijzen ook niet geleverd. Deze discussie rondom de ventilatie is ontstaan bij een ander chalet, waarbij de fabrikant een faliekante fout heeft gemaakt bij het aansluiten van de vaatwasmachine. Hierbij heeft dit weken staan lekken, waarna de isolatie en houten vloer doordrenkt werd door water met alle gevolgen van dien. Daarna gaat de schuld bij de ondernemer neerleggen over ventilatie, niet helemaal netjes. Het chalet van recreant en de andere 50 chalets van [plaats] Vakantieparken staan hier dan ook helemaal van buiten. De eigenaar van dat onderwater gelopen chalet heeft [bedrijf] ingehuurd, welke het houtmieren nest heeft verwijderd en de schade vastgesteld wat door moest worden hersteld. Gemakshalve worden de 3 daartegenover gelegen chalets er maar even bij betrokken in opdracht, terwijl deze er totaal los van staan.

Specificatie van de rekening:
In de mail van 16 Januari 2025, is al aangegeven dat in mijn loopbaan van 50 jaar deze vragen nooit zijn gesteld. Ook in een rondvraag bij andere recreatieondernemers worden deze vragen nimmer gesteld. Mits er on reële tarieven worden gerekend. Het voelt als een uitputting. De vraag is ook bij onze accountant neergelegd, met als reactie “dat het de zout niet in de pap is”. Maar wel een zeer tijdrovende en kostbare situatie. Ook als er geïnvesteerd wordt in zonnepanelen is de opbrengst niet gratis.

Ontbreken boomverzorging:
Door een afgebroken gezonde tak, welke door de storm naar beneden is gekomen kan niet worden uitgegaan dat er achterstallig onderhoud is. Deze tak is immers niet bij recreant op de kavel terechtgekomen maar bij de buren. Deze gaven aan dat dit kan gebeuren op de [plaats].

Geen of onvoldoende communicatie:
Er heeft in mijn loopbaan nog nooit zoveel communicatie plaats gevonden met een gast als nu met recreant.

Slagboompas:
Op 6 Januari 2023 heeft de sleuteloverdracht plaats gevonden. Daarbij is ook de slagboompas aan [naam] overhandigd. Daarbij is ook uitleg gegeven over de werking van de slagboom (antipassback) en de opening en sluiting tijd van de slagboom. Deze tijden zijn niet vreemd op een vakantiepark, anders is er een groot deel van de nacht verkeer. Voor noodgevallen is er op al onze slagbomen een SOS-functie, waarbij alle hulpdiensten 24/7 met behulp van bluetooth het park altijd op en af kunnen. Recreant is akkoord gegaan met deze tijden. Meer dan 2 jaar later hierop terugkomen is dan ook niet passend.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Ook de ondernemer blijft bij wat door hem is aangevoerd. De ondernemer begrijpt dat de commissie heeft te oordelen over haar bevoegdheid in het door de consument ook tegen de verkoper aanhangig gemaakte geschil. De ondernemer is het standpunt toegedaan dat de commissie wel bevoegd is te beslissen in het geschil van recreant en de ondernemer. De ondernemer is ook gewoon lid van de RECRON. De verkoper is dat uiteraard niet. Er bestaat tussen de ondernemer en recreant gewoon een (verlengde) overeenkomst tot huur/verhuur van een jaarstaanplaats. Die is tot op heden inderdaad niet separaat (steeds) schriftelijk vastgelegd zoals zou moeten. Er is maar 1 x sprake geweest van wateroverlast, dat was na extreme regenval. Sindsdien heeft de ondernemer veelvuldig de situatie bij de huurkavel van recreant in de gaten gehouden. De ondernemer heeft daar ook maatregelen getroffen, waaronder de aanleg van een bezinkput. Niet mag uit het oog worden verloren dat er op de camping hoogteverschillen zijn. Fase 1 van de camping ligt zelfs 1 meter lager. De ondernemer heeft van de gemeente geen toestemming gekregen om hoogteverschillen uit te vlakken. Ook heeft de ondernemer ten behoeve van de huurkavel van recreant een goot (zie foto’s) aangebracht. Nu kan water van buiten de kavel de kavel van recreant niet meer bereiken. De ondernemer durft te stellen dat al het mogelijke is gedaan om herhaling van wateroverlast te voorkomen. Na genoemde extreme wateroverlast is geen herhaling opgetreden. Als de commissie een tussenbeslissing wijst met benoeming van een deskundige, dan heeft de ondernemer daar geen bezwaar tegen en zal hij daaraan meewerken. De wens van de consument om diens chalet te laten terugkopen door de verkoper, is gehoord. Daartoe zal ongetwijfeld eerst een taxatie door een makelaar moeten plaatsvinden.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Hiervoor bij de beoordeling van de bevoegdheid van de commissie is al overwogen dat de commissie alleen bevoegd is om het geschil tussen recreant en de ondernemer te behandelen en om daarin met bindend advies te beslissen. De weergave van de standpunten van partijen is door de commissie dienovereenkomstig “gestroomlijnd”.

Zowel in de hier van toepassing zijnde RECRON-Voorwaarden voor vaste staanplaatsen (artikel 19) als in het reglement van deze commissie (artikel 3) is vastgelegd dat dat de taak van de commissie zich beperkt tot (….) “het beslechten van geschillen voortvloeiend uit totstandkoming of de uitvoering van overeenkomsten, tussen consumenten en ondernemers, met betrekking tot verblijfsrecreatie”(…).

De commissie heeft dus niet tot taak het zijn van tuchtcommissie, die in voorkomende gevallen een waarschuwing, berisping, boete of een andere vorm van “bestraffing” zou kunnen uitdelen. Bejegeningsklachten vallen aldus beschouwd buiten de reikwijdte van deze commissie. Daar waar bejegeningsklachten tegen de ondernemer zijn aangevoerd, zal de commissie recreant niet-ontvankelijk moeten verklaren.

Wat in het licht van het door recreant gestelde resteert, is de beoordeling of de ondernemer de door partijen (achtereenvolgens) gesloten jaarstaanplaatsovereenkomst juist en volledig is nagekomen.

Relevant is daarbij het bepaalde in artikel 18, de leden 1 tot en met 3, van voormelde RECRON-voorwaarden (met onderstreping van de commissie):

Artikel 18: Aansprakelijkheid
1. De wettelijke aansprakelijkheid van de ondernemer voor andere schade dan
letsel- en overlijdensschade is beperkt tot een maximum van € 455.000 per
gebeurtenis. De ondernemer is verplicht zich hiervoor te verzekeren.
2. De ondernemer is niet aansprakelijk voor een ongeval, diefstal of schade op
zijn terrein tenzij dit het gevolg is van een toerekenbare tekortkoming van de
ondernemer.
3. De ondernemer is niet aansprakelijk voor gevolgen van extreme weersinvloeden of andere
vormen van overmacht.
4. (……).

Er is alsnog een deskundigenonderzoek vereist alvorens de commissie op de klachten van de consument kan beslissen.

Van de deskundige wordt gevraagd om op basis van de inhoud van het gehele dossier en ook op basis van onderzoek ter plaatse (in aanwezigheid van partijen) te rapporteren of – kort gezegd – de ondernemer al dan niet toerekenbaar is tekortgeschoten in de juiste en/of volledige nakoming van de door partijen (achtereenvolgens) gesloten jaarstaanplaatsovereenkomsten voor huurplaats [nummer].

In het bijzonder wordt van de deskundige gevraagd om daarbij de volgende vragen te betrekken:

– welke maatregelen zijn door de ondernemer getroffen om wateroverlast op huurplaats [nummer] te voorkomen;
– waarvan en wanneer is wateroverlast te duchten?
– is alleen bij extreem weer wateroverlast te duchten op huurplaats [nummer]?
– was wateroverlast op deze huurplaats [nummer] voorzienbaar voor de ondernemer?
– zo ja, per wanneer?
– zijn de door de ondernemer getroffen maatregelen tegen wateroverlast afzonderlijk of in totaliteit voldoende adequaat te noemen?
– zo nee, welke wateroverlast verminderende maatregelen zijn nog meer aangewezen?
– is huurplaats [nummer] aanstonds of later alsnog geschikt gemaakt voor het daarop plaatsen van het
chalet?
– zo nee, hoe had dat dan moeten gebeuren? Door ophoging?
– heeft wateroverlast als directe oorzaak bij recreant schade tot gevolg gehad?
– Zo ja, welke schade, en waarop is die schade c.q. het herstel daarvan te begroten?
– is in de onmiddellijke nabijheid van huurplaats [nummer] gevaar/overlast te duchten van geen c.q. onvolledige boomverzorging?
– wat is nog meer van belang voor een goede oordeelsvorming van de commissie?

De commissie zal in afwachting van het resultaat van dit onderzoek elke nadere beslissing aanhouden.

Daarom wordt eerst als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

Verklaart zich onbevoegd het geschil tussen recreant en verkoper te behandelen.

Alvorens nader te beslissen in het geschil tussen recreant en ondernemer:

Oordeelt voormeld deskundigenonderzoek noodzakelijk en draagt het secretariaat van de commissie op om het daarheen te leiden dat dat onderzoek plaatsvindt en dat de door het secretariaat van de commissie aan te wijzen deskundige over diens bevindingen en conclusies schriftelijk rapporteert.

Bepaalt dat partijen in de gelegenheid worden gesteld om nog schriftelijk te reageren op die rapportage van de deskundige, en wel binnen 4 weken nadat partijen daarvan kennis hebben kunnen nemen.

Bepaalt dat daarna door de commissie op basis van het dan voorhanden zijnde dossier – en dus zonder dat een vervolgzitting wordt gehouden – een eindbeslissing zal worden gegeven. Dit tenzij een van partijen alsnog te kennen geeft dat een opvolgende mondelinge behandeling dient plaats te vinden, in welk geval een zitting wordt bepaald en partijen daarvoor worden opgeroepen.

Houdt in afwachting van een en ander elke nadere beslissing aan.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie, bestaande uit de heer mr. M.L.J. Koopmans, voorzitter, mevrouw mr. M. de Rooij – Slager, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 15 mei 2025.

Print/PDF