Commissie: Voertuigen
Categorie: (non)conformiteit / Herstel
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: deels gegrond
Referentiecode:
863756/1041526
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een consument kocht een BMW Touring 325 xi zonder garantie en met de aantekening “auto met werk”. Kort na aankoop raakte de motor defect en liet de consument deze op eigen initiatief vervangen bij een externe partij. Daarbij werd ontdekt dat de auto geen 4WD had, omdat de aandrijfas naar de voorwielen ontbrak. De Geschillencommissie Voertuigen oordeelde dat de consument de ondernemer eerst een redelijke termijn had moeten geven om het motorprobleem te onderzoeken en te verhelpen, waardoor de hoge reparatiekosten niet op de ondernemer verhaald kunnen worden. Wel is sprake van non-conformiteit vanwege het ontbreken van de 4WD, wat de ondernemer erkende. Hij moet dit gebrek kosteloos herstellen en het klachtengeld van €127,50 vergoeden.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Voertuigen
Zaaknummer 863756/1041526
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een koopovereenkomst van 13 augustus 2024 met betrekking tot een occasion auto BMW Touring 325 xi High Executive met bouwjaar 2006 en een kilometerstand van 254.171 voor de koopprijs van € 4.950,–. De koop is gesloten zonder garantie en met de aantekening: “Let op, auto met werk: (…) – soms motorstoring”.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De motor is reeds twee weken na de koop defect geraakt. Ondanks diverse pogingen om met de ondernemer de oorzaak en de gevolgen hiervan te bespreken is dit steeds niet gelukt, naar zeggen van de ondernemer vanwege drukte en vakantie. Omdat de consument op korte termijn over een rijdende auto diende te beschikken, heeft hij zich toen gewend tot [externe partij] die de gehele motor heeft moeten vervangen. Daarbij is ontdekt dat de aandrijfas naar de voorwielen ontbrak, zodat – anders dan het type veronderstelt – de auto ook geen 4WD bleek te zijn. De auto heeft dus van het begin af aan niet de eigenschappen gehad die de consument op grond van de koopovereenkomst daarvan mocht verwachten. Hij eist ontbinding van de koopovereenkomst met terugbetaling van de koopsom en vergoeding van de kosten die [externe partij] in rekening heeft gebracht, totaal € 7.555,34.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer heeft geen schriftelijk verweer ingediend. Ter zitting is verklaard dat hij wel degelijk open heeft gestaan voor onderzoek van de motor en overleg met de consument nadat de motor defect was geraakt, maar dat dit eerst na enkele weken mogelijk was in verband met drukte in de werkplaats en vakantie van de directeur. Erkend wordt dat sprake is geweest van non-conformiteit voor zover het betreft het ontbreken van de aandrijfas naar de voorwielen. Hij verklaart zich bereid dit gebrek kosteloos te herstellen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Het had op de weg van de consument gelegen om, toen de ondernemer niet direct actie ondernam na de melding van het defect raken van de motor, de ondernemer ter zake in gebreke te stellen door hem een strikte termijn te geven om het probleem op te lossen met de aanzegging dat, indien de ondernemer daaraan niet voldeed, hij een andere garage opdracht zou geven om op kosten van de ondernemer het probleem op te lossen. Dat heeft de consument niet gedaan maar hij heeft zonder die ingebrekestelling een andere garage, [externe partij], opdracht gegeven tot reparatie. Dat de consument niet wilde wachten totdat de ondernemer tijd had om met hem in overleg te gaan, kan de consument in juridische zin niet ontlasten in deze. De ondernemer had er immers recht op zijnerzijds het defect te onderzoeken en zijn standpunt daarover te bepalen zonder geconfronteerd te worden met een voldongen feit en de kosten van een kostbare reparatie. Als de consument de ondernemer een redelijke termijn had gegeven om het probleem op te lossen en als de ondernemer daartoe niet binnen die termijn was overgegaan, dan had de consument het recht gehad om een andere garage voor herstel in te schakelen. Nu die situatie niet voorligt, is het juridische gevolg dat de consument niet met succes de reparatiekosten op de ondernemer kan verhalen.
Wat betreft het ontbreken van de aandrijfas naar de voorwielen, waardoor de auto niet de verkochte eigenschap van 4WD heeft, is sprake van non-conformiteit. De ondernemer heeft dat ook erkend. Conform diens aanbod zal hij dan ook worden verplicht dit gebrek deugdelijk en kosteloos te herstellen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer dient binnen zes weken na verzending van deze uitspraak en in overleg met de consument het gebrek met betrekking tot het ontbreken van de aandrijfas naar de voorwielen deugdelijk en kosteloos te herstellen.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer C.J. Bosboom, mevrouw mr. L. Schots – Smit, leden, op 7 juli 2025.
De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.