Klacht over warmteafleverset ongegrond verklaard

De Geschillencommissie




Commissie: Energie    Categorie: Verbruik    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies na tussenadvies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 525571/602394

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument stelde dat hij jarenlang te veel warmte in rekening gebracht kreeg door een verouderde warmteafleverset, die pas in 2022 werd vervangen. Na vervanging daalde zijn verbruik aanzienlijk, wat volgens hem wees op eerdere foutieve metingen. De ondernemer betoogde dat het verbruik steeds correct op basis van werkelijke meterstanden was berekend en dat geen afwijkingen waren vastgesteld. De commissie oordeelde dat het enkele feit van een verouderde afleverset niet betekent dat de metingen onjuist waren en dat de ondernemer voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de meter correct functioneerde. De klacht is daarom ongegrond.

De volledige uitspraak

Samenvatting

De commissie heeft niet kunnen vaststellen dat aan de consument door een verouderde afleverset te veel warmte inrekening is gebracht.

Beoordeling

Standpunt van de consument

Namens de consument is het volgende standpunt ingenomen. Cliënt heeft [energieleverancier] aansprakelijk gesteld wegens een defecte en verouderde warmteafleverset. Deze registreerde jarenlang een te hoog warmteverbruik. Cl is sinds 1999 woonachtig op het adres Theo Thijssenhove en runt een tweepersoonshuishouden. De ACM adviseert dat een warmteafleverset elke 10- 15 jaar vervangen wordt. Echter is de warmteafleverset van ouder dan 1998 pas 16 september 2022 vervangen. Cliënt merkt sinds de installatie dat het aantal GJ aanzienlijk gedaald. Cl gebruikt nu ongeveer 23 GJ per jaar in plaats van 65GJ per jaar. In m3 betreft 23 GJ ongeveer 726 m3 en is 65 GJ ongeveer 2054 m3. Het huidige gemiddelde van 23 GJ komt zelfs lager dan het gemiddelde verbruik dat geschat wordt voor een 2 persoonshuishouden. Het verbruik van 65 GJ vertegenwoordigd daarentegen het verbruik van een 6-7 persoonshuishouden. Het gemiddelde voor een 5 persoonshuishouden wordt po jaarbasis immers geschat op 1900 m3. Cliënt was zich niet bewust van het extreme hoge verbruik, dit terwijl levenspatroon of huishouden in alle jaren niet is veranderd. Cliënt is door [energieleverancier] ook nooit gewezen op het extreme hoge verbruik & opvallende verbruik. Ook heeft [energieleverancier] verzuim de verouderde warmteafleverset tijdig te vervangen. Derhalve heeft cliënt bij [energieleverancier] geklaagd en hen aansprakelijk gesteld. Echter geeft [energieleverancier] geen gehoor aan de aansprakelijkstelling.

Standpunt van de ondernemer

Na grondige analyse onzerzijds is niet gebleken dat het warmteverbruik van de consument op basis van onjuiste gronden is berekend. Het warmteverbruik is, zoals uit bovenstaand overzicht blijkt, telkens op basis van werkelijke meterstanden berekend. [Energieleverancier] is niet gehouden om een verklaring te geven voor het warmteverbruik aangezien we niet achter de meter kunnen kijken. [Energieleverancier] heeft in dit dossier alles in het werk gesteld om de consument van juiste informatie te voorzien. Zo hebben we in maart van dit jaar de aanwezige warmtemeter in het perceel van de consument uitgelezen. Bij de uitlezing van de meterstanden zien wij geen significante afwijkingen in het verbruik optreden. [Energieleverancier] is thans van mening dat het warmteverbruik ingevolge artikel 10 lid 1 van de Algemene Voorwaarden 2014 rechtmatig in rekening is gebracht. [Energieleverancier] kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor de binneninstallatie van de woning. Feit blijft dat de consument voor het afgenomen verbruik moet te betalen conform de toepasselijke Algemene Voorwaarden Warmte 2014. [Energieleverancier] ziet geen gronden om op het afgenomen verbruik een correctie toe te passen. [Energieleverancier] wijst iedere vorm van correctie van de hand aangezien de jaarnota’s telkens zijn opgemaakt op basis van werkelijke meterstanden. In tegenstelling tot wat de consument in zijn vragenformulier betoogt, heeft de werking van de afgenomen afleverset geen rol gespeeld in de geregistreerde verbruikseenheden. Vooral niet als wij het warmteverbruik na de vervanging van de afleverset verder in ogenschouw nemen.

Oordeel van de commissie

In het tussenadvies heeft de commissie de ondernemer verzocht monteurs verslagen in het geding te brengen. Deze verslagen zijn vanwege tijdsverloop niet meer beschikbaar. De consument stelt dat hem doordat de warmte afleverset verouderd zou zijn jarenlang te veel warmte in rekening is gebracht. Hij baseert zijn stelling erop dat na vervanging van de set zijn warmtegebruik is afgenomen. Het enkele feit dat op enig moment de economische levensduur van een warmte aflevering gezet verstreken is, wil nog niet zeggen dat geen sprake is van juiste metingen met betrekking tot geleverde warmte. Kennelijk was de consument ook niet opgevallen dat hem meer warmte in rekening werd gebracht dan in vergelijking met andere huishoudens wellicht verwacht zou mogen worden. Naar het oordeel van de commissie heeft de ondernemer voldoende beargumenteerd naar voren gebracht dat aan de juistheid van het functioneren van de warmtemeter niet behoeft te worden getwijfeld. De klacht treft geen doel.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer drs. G.J. Visser, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 4 april 2025.

Print/PDF