Tussenadvies motorschade: deskundigeonderzoek moet oorzaak oliefilterdefect bevestigen

  • Home >>
  • Voertuigen >>
De Geschillencommissie




Commissie: Voertuigen    Categorie: Herstel    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: tussenadvies   Uitkomst: aanvullend deskundigenonderzoek nodig   Referentiecode: 255840/582633

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument kocht in september 2021 een auto met garantie. In oktober 2022 trad een ernstig motorprobleem op, waarbij het motorblok geblokkeerd raakte. Volgens de consument was dit te wijten aan een montagefout of slechte kwaliteit van het oliefilter dat door de ondernemer vóór aflevering was vervangen. De ondernemer stelde dat het probleem voortkwam uit het overschrijden van het onderhoudsinterval en mogelijk uit nalatigheid van de consument. De Geschillencommissie Voertuigen besloot dat een onafhankelijk deskundige een schriftelijk rapport moet uitbrengen om de oorzaak vast te stellen. Tot die tijd houdt de commissie iedere verdere beslissing aan.

De volledige uitspraak

TUSSENADVIES
Geschillencommissie Voertuigen

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Kern van het geschil betreft het antwoord op de vraag of de herstelkosten het gebrek dat zich op 7 oktober 2022 aan de motor van de auto van de consument heeft geopenbaard voor rekening en risico van de ondernemer komen.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 6 september 2021 heeft de consument een auto aangekocht bij de ondernemer. Het voertuig is aangekocht voor een totaalprijs van € 21.150, –, met 12 maanden garantie. Vóór aflevering aan de consument is door de ondernemer een kleine beurt uitgevoerd. Daarbij is eveneens het oliefilter vervangen. Op 7 oktober 2022 werd de consument ineens geconfronteerd met het wegvallen van motorvermogen. Nader onderzoek aldaar heeft uitgewezen dat de motor geheel geblokkeerd was, waardoor de motor blijvend beschadigd is geraakt en het motorblok vervangen dient te worden.
Naar aanleiding van het ontstane defect heeft de consument, door een door hem ingeschakelde deskundige, nog verder onderzoek laten uitvoeren naar het ontstaan van het defect en de achterliggende oorzaken daarvan. In opdracht van de consument heeft op 8 december 2022 een onderzoek plaatsgevonden door de deskundige, waarna de ondernemer bij schrijven van diezelfde dag is uitgenodigd om een contra-expertise bij te wonen op 26 januari 2023, om op die manier zelfstandig onderzoek te doen naar de oorzaken van het defect. De ondernemer heeft van tevoren niets laten weten. De ondernemer liet telefonisch desgevraagd weten van de gelegenheid geen gebruik te willen maken.
Vervolgens is een (tevens naar het Nederlands vertaald) expertiserapport uitgebracht de dato 27 januari 2023, waarin de oorzaken van het ontstane defect en de gevolgen daarvan worden uiteengezet, dat als bijlage bij de dossierstukken is gevoegd. Uit het rapport volgen de volgende vaststellingen:

• Niveau van de motorolie: niet conform.
• (…)
• De motor van het voertuig is geblokkeerd in rotatie;
• Het olieniveau is laag;
• (…)
• Het onderzoek van de onderkant van het voertuig toont een belangrijk spoor van een olie lek.
• De olie lek is afkomstig van een defect van de afdichting van de verbinding van de oliefilter.
• De afdichting van de oliefilter is gespleten en uit zijn behuizing gekomen.

De door de consument ingeschakelde deskundige stelt ter zake de oorzaak van het ontstaan van de schade het volgende vast:

“De oorzaak van de panne in de motor van dit voertuig is te wijten aan een montagedefect en slechte kwaliteit van de afdichting van de oliefilter die vervangen werd door de verkoper op 03/09/21 op 15307 km, voor de verkoop (…).
Momenteel bedraagt de kilometerstand van de auto 18.328 km. De eigenaar heeft dus slechts 3021 km aangelegd sinds de aankoop van het voertuig en er is geen enkele interventie aan het defect van de oliefilter gerealiseerd sinds de aankoop. De laatste gekende tussenkomende persoon die deze filter heeft vervangen is de verkoper.”

Op basis van de bevindingen van de deskundige concludeert de consument dat het bij aflevering verwisselde oliefilter door de ondernemer niet op de juiste wijze is aangebracht, althans dat het oliefilter niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen. Daarom is de oliefilter uit de behuizing kunnen komen en gespleten, waardoor vervolgens zeer snel het oliepeil heeft kunnen dalen, hetgeen tot blokkade van de motor leidde en blijvende schade aan het motorblok heeft aangericht. Het motorblok zal derhalve vervangen moeten worden.
De kosten voor herstel van de schade, worden door de deskundige begroot op een bedrag van
€ 11.977,21.
Bij schrijven van 23 februari 2023 is de ondernemer door de rechtsbijstandsverzekeraar van de consument aangeschreven onder toezending van het deskundigenrapport en in de gelegenheid gesteld om het gebrek aan het voertuig te herstellen, met in het bijzonder herstel van het motorblok.
In reactie daarop heeft de ondernemer bij schrijven van 15 maart 2023 laten weten dat het probleem zich buiten de garantieperiode heeft voorgedaan, de consument niet op tijd de onderhoudsbeurt heeft laten uitvoeren, ten gevolge waarvan dit probleem is ontstaan en de consument te lang zonder motorolie heeft doorgereden. De conclusie die de consument daaruit trekt is dat de ondernemer alle aansprakelijkheid ter zake afwijst.

Aangezien de ondernemer in de gelegenheid is gesteld om het voertuig te repareren en aansprakelijkheid ter zake bij herhaling is afgewezen, is de ondernemer in verzuim komen te verkeren.

De consument verlangt dat de ondernemer de kosten voor herstel van de motor, begroot op een bedrag van € 11.977,21, te vermeerderen met de wettelijke rente per 28 december 2023 en buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 1.082,67 aan hem vergoedt.

Standpunt van de ondernemer

De ondernemer heeft gemotiveerd verweer gevoerd waarop voor zover nodig hieronder zal worden ingegaan.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Partijen hebben over en weer een aantal stellingen ingenomen, waarover de commissie graag een oordeel van een door haar in te schakelen technisch deskundige wenst te vernemen. Deze stellingen zijn de volgende:

De consument stelt dat het oliepeil ten gevolge van het opgetreden gebrek zeer snel is kunnen dalen. Voorts stelt de consument dat de oorzaak van het opgetreden gebrek redelijkerwijs niet gelegen kan zijn in het overschrijden van het voorgeschreven onderhoudsinterval met één maand. Voorts merkt de consument op dat het voorschrift om het filter naar maximum 12 maanden te vervangen niet zozeer gelegen is in de reden die de ondernemer daarvoor geeft (het uitharden van de O-ring van de oliefilter), maar in de vervuiling van de oliefilter zelf.

De ondernemer stel dat de oorzaak van het opgetreden gebrek wel gelegen kan zijn in het overschrijden van het voorgeschreven onderhoudsinterval met één maand. Meer in het bijzonder voert de ondernemer daartoe aan dat de O-ring van de oliefilter ten gevolge van hoge temperaturen uithardt, minder veerkrachtig worden, waardoor de inklemming minder wordt, het oliefilter losser komt te zitten, en de O-ring door de hoge druk zelfs tussen het filter en de afdichting kan worden weggeslagen (zoals in dit geval gebeurd is). En dat daarom ook het voorschrift om het filter na maximaal 12 maanden te laten vervangen (voorschrift fabrikant). Voorts merkt de ondernemer op dat de olielekkage ten gevolge van het opgetreden gebrek niet zonder meer snel heeft plaatsgevonden, maar gedurende langere tijd kan hebben plaatsgevonden (hetgeen de consument naar de mening van de ondernemer had kunnen en moeten opmerken).

Tenslotte voert de ondernemer nog aan dat de motorschade voorkomen had kunnen worden indien de consument tijdig op het rode olielampje had gelet. Door het branden van het rode olielampje te negeren is de grote motorschade ontstaan, aldus de ondernemer. De consument betwist dat de auto voorzien is van een dergelijk lampje en dat er ook geen sprake is geweest van een brandend lampje, zodat het verwijt dat de schade het gevolg is van zijn eigen schuld onterecht is.
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De deskundige zal schriftelijk rapport aan de commissie uitbrengen. Het rapport zal in afschrift aan partijen worden gezonden. Partijen worden in de gelegenheid gesteld daarop binnen twee weken schriftelijk hun op- en aanmerkingen aan de commissie kenbaar te maken.

Tenzij (één der) partijen uitdrukkelijk te kennen geven (geeft) een nadere mondelinge behandeling op prijs te stellen, zal de commissie vervolgens op basis van de stukken bindend adviseren.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. D.P.C.M. Hellegers, voorzitter, de heer R. Vlasveld, mevrouw mr. C.R.J.M. den Hartog-Kaaij, leden, op 31 januari 2025.

 

 

 

Print/PDF