Commissie: Energie
Categorie: Defect artikel
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
697467/818512
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een consument huurde sinds 2004 een combiwarmtepomp, waarvan de compressor in januari 2019 defect raakte. De pomp functioneerde sindsdien enkel via het elektrisch element, wat leidde tot extra energieverbruik en huurkosten. Pas in augustus 2023 werd de pomp vervangen. De commissie oordeelt dat de consument recht heeft op volledige compensatie voor de periode januari 2019 tot augustus 2023: € 3.563,71 voor energieverbruik en € 3.001 voor huur. Immateriële schade wordt afgewezen. De klacht is gegrond.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De commissie stelt de compensatie vast voor het extra energieverbruik en de huur vanwege een defecte warmtepomp die de consument van de ondernemer in huur heeft gehad.
Beoordeling
De klacht betreft een huurovereenkomst voor een combiwarmtepomp, in 2004 aangegaan met [energieleverancier] en thans voortgezet door de ondernemer. De consument stelt dat de compressor van de warmtepomp in januari 2019 defect is geraakt waardoor deze enkel nog (niet te reguleren) warmte leverde door middel van het elektrisch element. Pas in augustus 2023 is een nieuwe pomp geplaatst. Hij wenst gecompenseerd te worden voor het extra energieverbruik vanaf januari 2019 tot augustus 2023 ad € 5.203,– en voor de betaalde huur vanaf januari 2019 ad € 3.001,–. Voorts stelt hij immateriële schade te hebben geleden tot
€ 4.296,–.
De ondernemer heeft een compensatie aangeboden van € 3.563,71 voor 50% extra energiegebruik vanaf januari 2019 tot augustus 2023 en € 690,39 voor huurkosten gedurende 9 maanden in 2013. Het geschil betreft aldus de hoogte van de compensatie waarop de consument recht heeft.
Uit de in het geding gebrachte werkbon van de onderhoudsmonteur van [bedrijf] van 23 januari 2019 blijkt eenduidig dat de compressor van de warmtepomp alstoen al defect was: “eteck compressor komt niet meer in, er zit al een nieuwe softstarter in. weber aansturen om compressor te laten vervangen. wp nu op toevoegen gezet.” Dat brengt naar het oordeel van de commissie mede dat de compensatie de gehele periode van januari 2019 tot augustus 2023 dient te betreffen, zowel ten aanzien van het extra energieverbruik als de huur.
Bij gebreke van concrete gegevens van het energieverbruik door de consument acht de commissie de schatting door de ondernemer, dat het over voormelde periode om een extra verbruik elektriciteit zou kunnen gaan van 50%, redelijk, mede gelet op de omstandigheid dat elektriciteit ook verbruikt is voor andere doeleinden in huis dan voor het elektrisch element in de warmtepomp. Het hiervoor door de ondernemer berekende bedrag van € 3.563,71 is niet weersproken.
Het argument van de ondernemer, dat de warmtepomp wel degelijk heeft gewerkt, namelijk via het elektrisch element, en dat dus vanaf januari 2019 in beginsel de overeengekomen huur verschuldigd is, wordt niet door de commissie gedeeld. Door het defect van de compressor heeft de pomp sedert januari 2019 niet meer in de bedoelde functie van warmtepomp kunnen werken, zodat compensatie ook voor de vanaf die datum betaalde huur dient te gelden. De consument heeft die compensatie onweersproken berekend op € 3001,–. Voor vergoeding van immateriële schade ontbreekt een wettelijke grond gelet op het bepaalde bij artikel 6:106 Burgerlijk Wetboek. De slotsom is dat de consument een compensatie toekomt van in totaal € 6.564,71.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Aan de consument komt een compensatie toe van in totaal € 6.564,71, welk bedrag de ondernemer
(onder verrekening van het aan de consument terug te betalen depotbedrag van € 1.854,53) binnen 14 dagen na verzending van deze uitspraak aan de consument dient te betalen.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.
Depotverrekening, bedrag aan ondernemer € 0
Depotverrekening, bedrag aan consument € 1854,53
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer R.A. Timmer, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 28 april 2025.