Commissie: Voertuigen
Categorie: Overig
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
1011862/1075320
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht op 14 december 2021 een AEG-droger. In januari 2025 werkte de droger niet meer. Een monteur zei dat het filter met water gereinigd moest worden, terwijl in de handleiding staat dat dit niet mag. De consument vindt dat de reparatiekosten van € 165,46 voor rekening van de ondernemer moeten komen. De ondernemer zegt dat het defect komt door verkeerd onderhoud. De commissie oordeelt dat de ondernemer onvoldoende heeft aangetoond dat het probleem door de consument is veroorzaakt en dat de klacht gegrond is. De ondernemer moet de kosten terugbetalen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de vraag of een defect aan een droger het gevolg is van verkeerd onderhoud door de consument of verkeerde instructies door de fabrikant.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 14 december 2021 heeft de consument een AEG-droger gekocht van de ondernemer. Op 9 januari 2025 heeft de consument contact opgenomen met de ondernemer omdat de droger het niet meer deed. Namens ondernemer is de droger onderzocht door een monteur. Deze constateerde dat er te veel fijnstof in het filter zat Dit kon volgens de monteur alleen verwijderd worden door het filter te reinigen met water. In de gebruiksaanwijzing van AEG staat echter, dat het niet gereinigd mag worden met water. De consument vindt daarom dat de reparatiekosten ad € 165,46 voor rekening van de ondernemer dienen te komen. Ook dient de gebruiksaanwijzing te worden aangepast.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Volgens de ondernemer moet het defect te wijten zijn aan verkeerd gebruik door de consument. Dit type verstopping ontstaat geleidelijk door ophoping van pluizen, stof en microdeeltjes, en is een bekend gevolg van onvoldoende reiniging. Deze schade valt niet onder de fabrieksgarantie. Het betreft schade die bij zorgvuldig gebruik en onderhoud voorkomen had kunnen worden. De consument draagt de bewijslast ten aanzien van haar stelling dat het product niet beantwoordt aan de overeenkomst.
De ondernemer merkt verder op dat de consument haar stelling ten aanzien van de mededeling van de monteur niet heeft onderbouwd en dat de gestelde mededeling niet objectief controleerbaar is. Voor zover de instructies van de monteur zouden afwijken van de officiële gebruiksinstructies van de fabrikant, geldt dat de ondernemer niet gebonden is aan foutieve mondelinge mededelingen van derden.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Vooropgesteld zij dat het inderdaad aan de consument is om te bewijzen dat het defect aan de droger het gevolg is van een onjuiste instructie in de gebruiksaanwijzing. Daartegenover heeft te gelden dat op de ondernemer de verplichting rust om, in het kader van haar voldoende gemotiveerde betwisting, aan de consument nadere feitelijke gegevens of aanknopingspunten te verschaffen ten behoeve van haar bewijslevering. Met andere woorden, de ondernemer dient de stelling van de consument gemotiveerd te betwisten en relevante informatie waarover zij kan beschikken, te verschaffen.
In dit verband heeft de ondernemer in het bijzonder de stelling van de consument dat de monteur heeft aangegeven dat het filter met water moet worden gereinigd onvoldoende gemotiveerd weersproken. De ondernemer heeft geen navraag gedaan bij deze monteur, die in dienst is, althans in opdracht handelde van de ondernemer, ook niet nadat de consument in diens reactie op het verweer van de ondernemer heeft gesuggereerd dat de ondernemer contact zou opnemen met de monteur. Ook heeft de ondernemer haar stelling dat de fijnstofophoping het gevolg moet zijn van onvoldoende reiniging, op geen enkele wijze onderbouwd.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer dient de reparatiekosten ad € 165,46 aan de consument te crediteren, en voor zover die door de consument zijn voldaan, aan de consument binnen twee weken na de datum van deze uitspraak terug te betalen.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel, bestaande uit de heer mr. H.F.R. van Heemstra, voorzitter, de heer W.H.X. Amian, de heer mr. P. P. van der Neut, leden, op 26 mei 2025.