Commissie: Voertuigen
Categorie: (non)conformiteit / Betaling
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
680373/726045
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht een Renault Twingo met 12 maanden BOVAG-garantie, maar kreeg te maken met startproblemen en kraakgeluiden. Onderzoek wees uit dat de auto bij levering ernstige schade aan de onderzijde had, waaronder ontbrekende montagebouten, een beschadigde bodemplaat en verroeste remschijven. De Geschillencommissie Voertuigen oordeelde dat de auto niet voldeed aan de verwachtingen en dat het gebrek gevaar voor verkeersveiligheid opleverde. De koopovereenkomst werd ontbonden. De ondernemer moet €15.250 terugbetalen, rekening houdend met €1.250 waardevermindering, plus €127,50 klachtengeld. De klacht werd gegrond verklaard.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Voertuigen
Zaaknummer 680373/726045
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft schade aan een Renault Twingo van bouwjaar 2022.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument kocht de auto op 29 juni 2024 voor € 16.500,– met kilometerstand 13.554. In de beschrijving stond dat er 12 maanden BOVAG garantie zou gelden. Na een paar weken begon de auto te kraken en wilde auto niet meer starten. Pech onderweg heeft de auto gestart en de consument is met de auto naar de ondernemer gegaan. Daar kreeg zij te horen dat zij moest betalen omdat de ondernemer geen garantie geeft op gekochte auto’s. Bij een Renault dealer is naar het probleem gekeken de auto had flinke schade aan de onderkant.
De consument heeft een laadkabel meegekregen ter vervanging die te kort was (geen 10 meter). Ze heeft niet kunnen rijden omdat de kabel er niet was. Uiteindelijk heeft ze zelf een kabel gekocht.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft bij aankoop afgezien van BOVAG garantie. De consument is naar de Renault-dealer geweest en heeft daar met de medewerkers besproken dat de platen kapot waren. Vervolgens is ze naar de ondernemer gekomen waarop deze heeft aangegeven dat hij bereid is mee te betalen aan de kosten. Het voorgestelde bedrag was € 1.000,–, waarvan de ondernemer € 600,– zou bijdragen. Hiermee ging zij aanvankelijk akkoord, maar zij veranderde plotseling van mening en eiste dat de ondernemer het volledige bedrag zouden betalen. Vervolgens verliet ze het pand en begon willekeurige voorbijgangers lastig te vallen. Ze sprak ze negatief over de ondernemer tegen klanten en probeerde hen weg te jagen. Nu beweert de consument opeens dat er ook remschijven vervangen moeten worden, terwijl dit niet het geval is. De slijtage aan de remmen is te wijten aan het feit dat de consument nauwelijks met de auto rijdt, iets wat ze zelf ook heeft aangegeven. De auto staat vaker stil dan dat hij wordt gebruikt.
Daarnaast stelt de consument dat schade aan de onderkant van de auto is ontstaan door de hefbrug van de ondernemer. Echter, hoe kan zij met zekerheid beweren dat dit bij de ondernemer is gebeurd? De schade kan net zo goed bij de Renault-dealer zijn ontstaan of bij een andere garage waar zij is geweest. Verder is het goed om te benadrukken dat de Renault-modellen aan de voorkant grotendeels uit plastic bestaan. De motor bevindt zich aan de achterkant, en het voorste gedeelte van de auto kan relatief eenvoudig losgemaakt worden. Bovendien is de HV-sleutel specifiek en kan daar niet zomaar iemand bij.
Deskundige
Voor de bevindingen van de deskundige verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het oordeel van de deskundige op het volgende neer.
De auto heeft op 10 februari 2025 14.063 gereden. De consument geeft aan dat het voertuig kraakt en diverse bouten aan de onderzijde van het voertuig ontbreken. Ook ontbreekt de gehele bodemplaat. Aan de onderzijde zijn diverse panelen beschadigd. Deskundige heeft vastgesteld dat er aan de onderzijde opvallende beschadigingen aanwezig zijn. Zo ontbreken er diverse montage bouten aan de onderzijde van het voertuig. De overgebleven bodemplaat is ernstig beschadigd. Diverse beschadigingen en gaten zijn ontstaan doordat het voertuig onzorgvuldig met een hefbrug is opgetild. De afscherming, wat ongewenst toegang tot het HoogVolt HV-systeem ontbreekt. Hierdoor is het HV-systeem makkelijk toegankelijk voor onbevoegden. De voorzijde van het voertuig heeft een schade gehad welke niet deugdelijk is hersteld. Voorafgaande aan het bezit van de consument heeft de auto zeer lange tijd stil gestaan. De remschijven zijn dermate verroest dat er niet veilig mee gereden kan worden.
De schade moet opnieuw worden hersteld, de bodemplaat vervangen en een remrevisie moet plaatsvinden. Geschatte kosten bedragen € 3.500,– tot € 4.500,–.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De consument mag verwachten dat de auto de eigenschappen bezit die voor normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. Als een tweedehandsauto wordt gekocht om daarmee aan het verkeer deel te nemen, geldt als regel dat de auto niet beantwoordt aan de overeenkomst, indien als gevolg van een eraan klevend gebrek dat niet op eenvoudige wijze kan worden ontdekt en hersteld, zodanig gebruik van de auto gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren. Mede gezien het deskundigenbericht, acht de commissie aannemelijk dat de auto bij aankoop een dergelijk gebrek vertoonde. De deskundige heeft vastgesteld dat er aan de onderzijde opvallende beschadigingen
aanwezig zijnen diverse montage bouten aan de onderzijde van het voertuig ontbreken. De overgebleven bodemplaat is ernstig beschadigd. De voorzijde van het voertuig heeft een schade gehad welke niet deugdelijk is hersteld. Tevens heeft de deskundige vastgesteld dat voorafgaande aan het bezit van de consument heeft de auto zeer lange tijd stil heeft gestaan. De remschijven zijn dermate verroest dat er niet veilig mee gereden kan worden. De ondernemer heeft bovengenoemde bevindingen van de deskundige naar het oordeel van de commissie onvoldoende weersproken. Het feit dat niet duidelijk is wie de schade heeft veroorzaakt doordat het voertuig kennelijk onzorgvuldig met een hefbrug is opgetild, doet hier niet aan af.
Omdat de auto niet de eigenschappen bezit die de koper mocht verwachten, zal de koopovereenkomst worden ontbonden. Na inlevering van de auto zal de ondernemer zal de aankoopprijs moeten terugbetalen, verminderd met een vergoeding voor waardevermindering die de commissie naar billijkheid vaststelt op
€ 1.250–. In dit bedrag van de waardervemindering heeft de commissie zowel de gereden kilometers verdisconteerd als de onduidelijkheid over de schade die is veroorzaakt doordat het voertuig onzorgvuldig met een hefbrug is opgetild.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie ontbindt de koopovereenkomst. De consument dient de auto in de huidige staat over te dragen aan de ondernemer en de ondernemer dient de koopprijs van € 16.500,– aan de consument terug te betalen. Op deze koopprijs kan de ondernemer een bedrag van € 1.250,– in mindering brengen wegens waardevermindering. Binnen 7 dagen nadat de consument de auto en kentekengegevens ter beschikking heeft gesteld aan de ondernemer, dient het kenteken op naam van de ondernemer te worden overgeschreven en dient de ondernemer een bedrag van € 15.250,– terug te betalen aan de consument.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer A. Belt, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 25 juli 2025.
De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.