Commissie: Thuiswinkel
Categorie: -
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1005787/1237314
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument diende een klacht in tegen een telecomaanbieder wegens een tariefverhoging van €1 per maand voor een extra tv-ontvanger. Hij stelde dat dit hem het recht gaf om het volledige abonnement (internet en tv) kosteloos op te zeggen. De ondernemer voerde aan dat het om een afzonderlijke, maandelijks opzegbare dienst ging en dat het hoofdabonnement niet gewijzigd was. De Geschillencommissie Telecommunicatiediensten oordeelde dat er sprake is van meerdere afzonderlijke diensten en dat de prijsverhoging alleen betrekking heeft op de extra tv-ontvanger. Artikel 7.2 Telecommunicatiewet en de algemene voorwaarden zijn daarom niet van toepassing. De klacht werd ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Thuiswinkel
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een retourzending.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft op 8 november 2024 een JBL Bar 800 Zwart ad € 588,- gekocht bij de ondernemer. Hij heeft het product op 18 december 2024 met gebruikmaking van het retourlabel van de ondernemer teruggestuurd, maar de ondernemer heeft het aankoopbedrag niet terugbetaald. Uit de e-mailbevestiging van de verzending blijkt dat het pakket is teruggestuurd. De consument kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor het verloren product tijdens het transport. De consument heeft contact opgenomen met de vervoerder, maar die heeft de consument verwezen naar de ondernemer.
De ondernemer stelt dat hij product niet heeft ontvangen en weigert een onderzoek te starten naar het pakket omdat het te laat was om het te behandelen. De medewerker van de ondernemer heeft de consument opzettelijk misleid en hem te kennen gegeven dat hij met de vervoerder contact moest opnemen, wetende dat de vervoerder niets met deze zaak kan doen omdat hun retourlabels worden beheerd door de ondernemer en deze vervoerder en de consument daarin geen betekenis heeft.
De consument heeft het product retour gestuurd en verlangt daarom terugbetaling van het
aankoopbedrag van € 588,–.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft op 8 november 2024 bij de ondernemer een JBL Bar 800 Zwart gekocht en op
9 november 224 geleverd gekregen.
De consument kon het product binnen 30 dagen kosteloos retourneren waarvoor de ondernemer een
gratis retourlabel ter beschikking stelt. De consument stelt dat hij het product op 18 december 2024 met dit retourlabel heeft teruggestuurd, maar de ondernemer heeft dit niet ontvangen. De ondernemer heeft de consument meegedeeld dat het aankoopbedrag niet wordt terugbetaald.
De consument draagt op grond van wet- en regelgeving het verzendrisico voor het verzenden van het product. Het risico op verlies van de retourverzending gaat niet over op de ondernemer door het ter beschikking stellen van een retourlabel. De consument blijft de opdrachtgever van de vervoerder.
De consument heeft niet aangetoond dat hij het product heeft teruggestuurd. Uit het retourbewijs blijkt niet de inhoud van het pakket. De ondernemer is daarom niet verplicht het aankoopbedrag terug te betalen.
Verzocht wordt de klacht ongegrond te verklaren.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Vast staat dat de consument bij de ondernemer een Bar gekocht en betaald heeft en deze bij de consument is afgeleverd. Vanaf de aflevering/ontvangst was de zaak voor risico van de consument. Kennelijk heeft de consument gebruik gemaakt van zijn herroepingsrecht, dus het recht om de koop op afstand te ontbinden. De consument stelt dat hij het product op 18 december 2024 naar de ondernemer heeft teruggestuurd.
Op grond van de wet (artikel 6:230o lid 5 BW) en artikel 8.4 van de op de overeenkomst toepasselijke Algemene Voorwaarden dient de consument te bewijzen dat hij het product heeft geretourneerd wil hij zijn herroepingsrecht kunnen uitoefenen. Uit artikel 6:230r lid 4 BW vloeit voort dat een consument pas recht op terugbetaling heeft als de ondernemer het artikel retour ontvangen heeft, of als een consument heeft aangetoond dat de producten zijn teruggestuurd. Op grond van artikel 6:230s BW is het aan een consument om te zorgen voor terugzending van een artikel bij herroeping van een koopovereenkomst.
Het is dus aan de consument om aan te tonen dat het product aan de ondernemer is teruggestuurd. In dat verband is niet voldoende dat de consument aantoont de zaak te hebben verzonden. De consument moet ook kunnen aantonen dat dit daadwerkelijk door de ondernemer is ontvangen. Daarin is de consument niet geslaagd.
De commissie constateert dat de consument geen retourbewijs van afgifte van de Bar heeft overgelegd. Het enkele overleggen van de printscreens van de vervoerder is naar het oordeel van de commissie niet voldoende om aan te tonen dat de consument de Bar heeft teruggezonden. Daaruit blijkt slechts dat enig pakket naar de ondernemer is gestuurd, maar niet wat dat precies was. Ook staat daarop slechts dat het pakket door de vervoerder is ontvangen en niet dat het pakket bij de ondernemer is afgeleverd. Rechtens komt het terugzenden van de Bar voor risico van de consument ook in het geval deze daarbij gebruik maakt van een als service door de ondernemer verstrekte retourlabel waarmee de Bar gratis kan worden geretourneerd. Ook betwist de ondernemer de ontvangst van de Bar.
De commissie is daarom van oordeel dat niet is aangetoond dat het aan de consument geleverde product aan de ondernemer is teruggestuurd of door hem is ontvangen. De ondernemer is dan ook niet gehouden het aankoopbedrag aan de consument terug te betalen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel, bestaande uit mevrouw mr. I.K. Rapmund, voorzitter, de heer mr. S.L.R. van Nuijs, de heer mr. dr. S.O.H. Bakkerus, leden, op 1 september 2025.
De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.