Auto met herhaalde storingen: consument mag koop ontbinden en krijgt geld terug

De Geschillencommissie




Commissie: Voertuigen    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: 113.298 km op de teller)gegrondOnderwerp van het geschil Het geschil vloeit voort uit een op 10 juni 2024 gesloten overeenkomst tussen partijentegen (inruil en bij-)betaling door de consument van een bedrag van in totaal € 20.995waarbij de ondernemer zich heeft verplicht tot de verkoop en levering van een auto (Land Rover Discovery uit 2016   Referentiecode: 677403/720600

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kocht op 10 juni 2024 een tweedehands auto met Bovag-garantie. Al op de dag van aflevering ontstond een motorstoring. De auto werd meerdere keren opgehaald en gerepareerd, maar de problemen bleven terugkomen. De consument had in de eerste drie maanden nauwelijks in de auto kunnen rijden en verloor het vertrouwen. Op 24 september 2024 gaf de consument duidelijk aan de koop te willen ontbinden en gaf de sleutels en kentekenpapieren mee. De ondernemer weigerde dit en wilde opnieuw repareren. De commissie oordeelde dat de auto niet voldeed aan de verwachtingen en dat de consument de koop terecht heeft ontbonden. De ondernemer moet het aankoopbedrag van € 20.995 terugbetalen en zorgen voor vrijwaring. Ook moet hij € 127,50 klachtengeld vergoeden.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 10 juni 2024 gesloten overeenkomst tussen partijen, waarbij de ondernemer zich heeft verplicht tot de verkoop en levering van een auto (Land Rover Discovery uit 2016, [km stand] op de teller), tegen (inruil en bij-)betaling door de consument van een bedrag van in totaal € 20.995, — voor de auto.

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 10 juni 2024 heeft de consument bij de ondernemer de auto gekocht en op 21 juni opgehaald. Er zit 1 jaar Bovag garantie op de auto. Op diezelfde dag kreeg de consument een storing met de auto met beperkt motorvermogen. De consument heeft contact opgenomen met de ondernemer. Op 1 juli 2024 is de auto opgehaald voor reparatie en heeft de consument een leenauto gekregen. Op 10 juli 2024 heeft de consument de auto weer opgehaald en de leenauto ingeleverd. Op 12 juli 2024 kreeg de auto een motorstoring. Op 18 juli 2024 is de auto opgehaald door de ondernemer voor reparatie. Op 6 september 2024 is de auto weer thuis afgeleverd. Op 22 september 2024 wederom een storing beperkt vermogen.
Op 24 september 2024 is de auto door de ondernemer opgehaald met de kentekenpapieren en beide sleutels, na telefonisch overleg met de ondernemer.

Op 23 september 2024 heeft de consument een mail aan de ondernemer gestuurd met de mededeling dat de consument de koop wil ontbinden. Op 24 september 2024 heeft de consument telefonisch contact gehad met de ondernemer en aangegeven de koop te willen ontbinden. De ondernemer gaf aan hierover met de Bovag in overleg te gaan over hoe de koop ontbonden moet worden (de ondernemer had dit nog nooit in z’n carrière meegemaakt). Met de ondernemer is afgesproken dat de auto wordt opgehaald met alle kentekenpapieren en beide sleutels. In week 40 zou de ondernemer uitsluitsel geven over het ontbinden van de koop.

Op 27 september 2024 heeft de consument een mail gestuurd aan de ondernemer met daarin de gemaakte afspraken. Op 2 oktober 2024 is wederom telefonisch contact gezocht. De ondernemer was in afwachting van advies en zou hier donderdag 3 oktober 2024 op terug zou komen. Op 4 oktober 2024 heeft de consument een email van de ondernemer ontvangen waarin hij stelt dat dit een andere storing betreft en de auto gerepareerd kan worden en dat de ondernemer niet akkoord gaat met ontbinden van de verkoop. Op 4 oktober 2024 heeft de consument een mail aan de ondernemer gestuurd met ingebrekestelling. Deze brief is ook aangetekend verstuurd op 5 oktober 2024. De consument heeft naast de ingebrekestelling nogmaals aangegeven de koop te willen ontbinden omdat de consument geen vertrouwen meer heeft in deze auto. Uit telefonisch contact met de ondernemer blijkt dat:
Roetfilter 2x verstopt
EGR kleppen dicht gekoold waardoor ze niet meer functioneren
Sensoren werkten niet goed meer door extreme roetvorming (hitte?)
Software dat recirculatie regelt was kennelijk niet goed
Turbo functieverlies door koolvorming
Een dergelijke extreme koolvorming die voor al deze problemen zorgt is niet verholpen door de onderdelen te vervangen. Ook lijkt er niet te zijn gekeken naar een dieper liggende oorzaak, maar wordt telkens het falen van een onderdeel als oorzaak aangewezen. De consument is van mening dat de auto zodanig defect is dat het ontbinden van de koop de enige oplossing is.

In reactie op het verweer van de ondernemer heeft de consument onder meer het volgende naar voren gebracht. Uit de reactie van de ondernemer maakt de consument op dat in de periode van 24 september 2024 tot 4 oktober 2024 niets met de auto is gedaan, terwijl de ondernemer aangegeven heeft de auto hoe dan ook (met of zonder ontbinding) te repareren. Een redelijk termijn is 2 weken. De ondernemer heeft bijna 2 weken laten verstrijken en deelt mede dat de auto uiterlijk over 5 weken klaar is. Dit zou betekenen dat de auto van 24 september 2024 tot 13 november 2024 (7 weken) voor reparatie bij de ondernemer staat. Dat is geen redelijke termijn. De laatste keer is de auto 9 weken voor reparatie bij de ondernemer geweest.
In reactie op het rapport van de deskundige heeft de consument onder meer – zakelijk weergegeven – gesteld dat uit het onderzoek niet is gebleken wat de onderliggende oorzaak van de problemen is. Ook is niet beschreven hoe zoveel belangrijke zo dicht na elkaar hebben kunnen falen.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Het enkele feit dat een tweedehandsauto na aflevering kort achter elkaar een aantal keer een storing geeft, maakt de auto niet direct ongeschikt voor normaal gebruik en daarmee non-conform. Daarbij gaat het niet om de storingsmelding die een auto geeft, maar om de achterliggende oorzaak. De achterliggende oorzaak was de eerste twee keer de EGR. Dit is door de ondernemer opgelost. De non-conformiteit, voor zover die er al was, is daarmee door de ondernemer weggenomen. De ondernemer heeft voor kosteloos herstel zorggedragen op grond van de overeengekomen garantie van 12 maanden en vervangend vervoer ter beschikking gesteld.

De meest recente oorzaak van de storingsmelding betreft een mankement aan de turbo en uitlaatspruitstuk. Van een terugkerend probleem is dan ook geen sprake en een dergelijk mankement maakt de auto ook niet non-conform. De consument moet als koper van een tweedehandsauto van 8 jaar oud en 115.301 kilometer op de teller er namelijk rekening mee houden dat er zich kort na aankoop gebreken kunnen voordoen en dat er reparaties nodig zijn. Naarmate een occasion ouder is zal als eigenschap van de auto moeten worden aangenomen dat de kans op (groot) onderhoud als gevolg van normale slijtage toeneemt. Dat is een eigenschap van een tweedehandsauto waarmee de consument bekend zou moeten zijn. De consument mocht derhalve – anders dan zij stelt – niet verwachten dat er volledig storingsvrij met de auto kon worden gereden.

De ondernemer heeft de auto bovendien inmiddels weer hersteld, waardoor de non­conformiteit ook deze keer, voor zover die er al was, is weggenomen. De ondernemer heeft voor kosteloos herstel zorggedragen op grond van de overeengekomen garantie van 12 maanden en vervangend vervoer aangeboden.
Ook de – niet objectief gemotiveerde en onderbouwde – vrees dat de meest recente reparatie niet succesvol zal zijn en het gestelde gebrek aan vertrouwen in de auto zijn geen juridische argumenten op grond waarvan een tekortkoming kan worden aangenomen.

De stelling van de consument dat het onderliggende probleem niet zou zijn verholpen door de uitgevoerde reparaties wordt betwist. De ondernemer heeft bij elke storing grondig onderzoek gedaan naar de oorzaak van die storing en het vastgestelde probleem verholpen. Dat het de eerste keer niet is gelukt om de storing direct te verhelpen rechtvaardigt niet de conclusie dat er door de ondernemer geen deugdelijk onderzoek zou zijn gedaan. Van non-conformiteit is dus geen sprake, zodat de koopovereenkomst niet kan worden ontbonden.

De bevoegdheid tot ontbinding bestaat pas wanneer herstel en vervanging onmogelijk zijn of niet gevergd kunnen worden, dan wel de verkoper te kort is geschoten in een verplichting om binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor de koper (in dit geval) herstellen van de afgeleverde zaak.
De ondernemer is niet tekortgeschoten in die verplichting. De ondernemer kan erkennen dat het haar niet gelukt is om binnen de door de consument gestelde termijn van 2 weken de auto te herstellen, maar de termijn van 2 weken is in de gegeven omstandigheden geen redelijke termijn. Wat een redelijke termijn is, is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval.

In onderhavig geval diende de ondernemer, nadat zij had vastgesteld dat de motorstoring deze keer werd veroorzaakt door de turbo, de turbo uit te bouwen en eerst voor nadere diagnose op te sturen naar een gespecialiseerd bedrijf. De diagnose alleen al zou enkele dagen in beslag nemen en daarna zouden de herstelwerkzaamheden nog moeten worden uitgevoerd en de turbo weer gemonteerd moeten worden. Met alle beste wil van de wereld was dat voor de ondernemer niet binnen een termijn van 2 weken te realiseren. Dat zou onmogelijk zijn geweest. Uiteindelijk heeft de ondernemer de auto binnen een termijn van 5 weken hersteld. Zij heeft direct actie ondernomen en binnen de kortst mogelijke termijn aan haar nakomingsverplichting voldaan, voor zover die al op haar zou rusten. Voor zover er al sprake zou zijn van ‘verzuim’ als gevolg waarvan de consument de bevoegdheid zou hebben om de koopovereenkomst te ontbinden, dan is dat verzuim naar de mening van de ondernemer gezuiverd doordat zij alsnog tot nakoming van de overeenkomst is overgegaan. Om die reden kan de koopovereenkomst niet meer worden ontbonden.

Tot slot stelt de ondernemer zich nog op het standpunt dat, wanneer de consument de bevoegdheid tot ontbinding wel zou hebben, de afwijking van het overeengekomen de ontbinding met al zijn gevolgen niet rechtvaardigt.
Op de zitting is namens de ondernemer betoogd dat er geen sprake is geweest van een buitengerechtelijke ontbinding, maar dat de consument alleen te kennen heeft gegeven het voornemen te willen ontbinden.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport van 20 december 2024, voorzover thans van belang, het volgende vastgesteld.
De deskundige heeft geconstateerd bij het inspecteren van het motorcompartiment dat onder andere de turbo en het spruitstuk vervangen zijn. De motor sloeg direct aan en de motor loopt perfect. Aan de hand van de werkorders en facturen heeft de deskundige kunnen zien welke werkzaamheden zijn uitgevoerd. De reparatie heeft lang geduurd, hetgeen veroorzaakt werd doordat de diagnose en de levertijden van de benodigde onderdelen veel vergde. Er is een roetmeting gedaan met de deeltjesteller welke aangeeft dat deze ruimschoots onder de 1.000.000 deeltjes per kubieke centimeter is. Deze 1.000.000 deeltjes per kubieke centimeter betekent dat circa 20% van de deeltjes wordt doorgelaten.

Naar aanleiding van het commentaar van de consument op de rapportage heeft de deskundige onder meer nog het volgende meegedeeld. Voor wat betreft de onderdelen die vervangen waren, was alleen het uitlaatspruitstuk aanwezig. De overige onderdelen zoals de turbo waren niet meer aanwezig. Wat en waardoor de problemen zijn ontstaan kon de deskundige niet meer uit eigen waarneming vaststellen. Tijdens het onderzoek heeft de deskundige de motor gestart. De motor sloeg onmiddellijk aan en liep perfect.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Naar het oordeel van de commissie is de consument in de correspondentie met de ondernemer helder geweest omtrent haar wil en verklaring, strekkend tot ontbinding van de koopovereenkomst. In kort tijdsbestek heeft de consument meermalen meegedeeld dat en waarom zij niet verder wil met deze auto, met het verzoek om de overeenkomst ongedaan te maken. Daarbij heeft de consument aan de ondernemer bij het ophalen van de auto beide sleutels en het kentekenbewijs overhandigd. Met zoveel woorden spreekt de consument uit de overeenkomst te willen ontbinden. Dat is niet alleen een voornemen of aankondiging, maar een op rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard. Een rechtshandeling dus, te weten een buitengerechtelijke ontbinding.

De ondernemer heeft betoogd dat de consument niet tot ontbinding bevoegd was. Daarin krijgt de ondernemer geen gelijk, gelet op het volgende.
Direct op de eerste dag dat de consument met de auto bij de ondernemer is weggereden kreeg zij te maken met een storing van het motorvermogen. Daarmee beantwoordde de afgeleverde auto niet aan de overeenkomst, want de storing van het motorvermogen staat in de weg aan normaal gebruik van de auto. De consument had daarom aanspraak op herstel binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast. Tien dagen later is de auto opgehaald door de ondernemer ter reparatie en negen dagen daarna door de consument opgehaald.

Binnen twee dagen na het ophalen kreeg de auto wederom een motorstoring. Na zes dagen heeft de ondernemer de auto opgehaald ter reparatie en zeven weken later is de auto bij de consument afgeleverd.
Zestien dagen daarna, op 22 september 2024, heeft de auto wederom een storing, te weten beperkt vermogen. Op dat moment is zonder meer sprake van een ernstige afwijking van het overeengekomen: de auto kan niet goed rijden en de consument heeft in de eerste drie maanden na aankoop nog geen drie weken in de auto kunnen rijden. De ondernemer heeft dan inmiddels meermalen de gelegenheid gekregen tot herstel, maar is tekortgeschoten in de verplichting dat binnen een redelijke termijn, zonder ernstige overlast voor de consument en afdoende te verrichten. Op grond van artikel 7:22 BW heeft de consument dan de bevoegdheid de koopovereenkomst te ontbinden.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is. De consument heeft met recht de koopovereenkomst ontbonden. De auto staat reeds bij de ondernemer. De consument heeft aan de ongedaanmakingsverbintenis voldaan door de sleutels en het kentekenbewijs aan de ondernemer te geven. De ondernemer dient van zijn kant de vrijwaring van de consument in orde te maken en het aankoopbedrag terug te betalen aan de consument.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De klacht is gegrond.

De koop is ontbonden. Partijen moeten de over en weer geleverde prestaties ongedaan maken. De ondernemer zorgt voor vrijwaring van de consument voor de auto. De ondernemer betaalt een bedrag van € 20.995,– aan de consument terug.

De vrijwaring en terugbetaling dienen te geschieden binnen één maand na de verzenddatum van dit bindend advies. Partijen dienen elkaar over en weer in staat te stellen te voldoen aan hun verplichtingen uit dit bindend advies.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. J.P.C. van Dam van Isselt, voorzitter, de heer C.J. Bosboom, de heer mr. B.W. Weilers, leden, op 11 maart 2025.

Print/PDF