Commissie: Water Zakelijk
Categorie: Bevoegdheid commissie
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: tussenadvies
Uitkomst: aanhouding beslissing
Referentiecode:
467523/586620
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument heeft een klacht ingediend over het vastrecht voor drinkwater. Hij vindt dat dit moet worden berekend op basis van één wateraansluiting, niet op basis van tien wooneenheden in het pand. Eerder verklaarde de Geschillencommissie Water zich onbevoegd. Nu ligt de klacht bij de Commissie Water Zakelijk, maar de consument vindt dat hij als consument moet worden behandeld. Hij heeft hierover een rechtszaak aangespannen bij de rechtbank Den Haag. De commissie besluit de behandeling van de klacht uit te stellen tot de rechter een definitieve uitspraak heeft gedaan. Daarna kunnen beide partijen vragen om de behandeling voort te zetten.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Consument is contractant van de ondernemer voor de drinkwatervoorziening met betrekking tot het pand aan de straatnaam, plaatsnaam, welk pand is opgedeeld in tien wooneenheden. Deze wooneenheden worden van water voorzien door middel van één wateraansluiting. De ondernemer heeft vanaf 2 juli 2022 het vastrecht aan de consument in rekening gebracht op basis van het aantal wooneenheden. De consument acht dit onjuist en stelt dat dit op basis van de enkele wateraansluiting had moeten geschieden.
Beoordeling
Eerder is een eenzelfde klacht voorgelegd aan de Geschillencommissie Water, welke commissie zich op 29 april 2024 onbevoegd heeft verklaard het geschil te behandelen. Op 8 augustus heeft de consument de klacht ingediend bij deze commissie, de Geschillencommissie Water Zakelijk. Voorts heeft hij op 26 juli 2024 de Stichting Geschillencommissie voor Consumentzaken gedagvaard voor de rechtbank Den Haag met vordering om de onbevoegd verklaring van 29 april 2024 te vernietigen. De consument is van oordeel dat hij als consument dient te worden aangemerkt, zodat niet de Commissie Water Zakelijk maar alsnog de Commissie Water bevoegd is zijn klacht te behandelen.
Ter zitting heeft de consument hetzelfde standpunt ingenomen en toegelicht. Hij verzoekt de commissie zich onbevoegd te verklaren, zodat alsnog de Commissie Water zijn klacht zal kunnen behandelen.
Gelet hierop en op de vooralsnog onzekere uitkomst van de procedure bij de rechtbank Den Haag, acht de commissie het aangewezen de inhoudelijke behandeling van dit geschil aan te houden totdat in de procedure aanhangig bij de rechtbank Den Haag onherroepelijk is beslist.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie houdt de inhoudelijke behandeling van dit geschil aan totdat in de door de consument aanhangig gemaakte procedure bij de rechtbank Den Haag onherroepelijk is beslist.
In dat geval kan elk van partijen een verzoek doen aan de commissie tot voortzetting van de behandeling, voor zover dan nog aan de orde gelet op die beslissing.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Water zakelijk, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer mr. E.F. Verduin , de heer J.H.L. den Otter , leden, op 5 november 2024.