Klacht over factuur bij private lease deels gegrond verklaard

De Geschillencommissie




Commissie: CommissieVoertuigen    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 503955/681858

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument diende een klacht in over een factuur van €1.843,15 voor schade en vervanging van onderdelen aan zijn geleasete Toyota Aygo. Hij betwistte kosten voor vervanging van een spiegel, mistlamp en autosleutels, en klaagde over het uitblijven van vervangend vervoer. De Geschillencommissie Private Lease oordeelde dat de kosten voor de spiegel en sleutels terecht zijn, omdat sprake was van cascoschade en onzorgvuldig gebruik. Wel moet de ondernemer €115,11 crediteren voor de mistlamp, omdat alleen het eigen risico mag worden doorbelast. De consument had eerder en correct melding moeten doen van de schade en het sleutelverlies. De commissie stelde het totaal verschuldigde bedrag vast op €1.728,04. Het eerder door de consument gestorte depotbedrag van €1.000 wordt aan de ondernemer uitbetaald. Omdat de consument deels in het gelijk is gesteld, ontvangt hij €127,50 terug aan klachtengeld. De overige klachten zijn ongegrond verklaard.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
van de Geschillencommissie Private Lease

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 22 februari 2021 tussen partijen tot stand gekomen leaseovereenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht om aan de consument een auto ter beschikking te stellen, merk Toyota, type Aygo occasion x-play, voor de door consument te betalen prijs van € 219,– per maand bij een duur van de overeenkomst van 60 maanden, een jaarlijks te rijden aantal kilometers van 15.000 en overige voorwaarden als vermeld in de schriftelijke overeenkomst die is gedagtekend op 28 januari 2021. De consument heeft op 4 juni 2024 de klacht voorgelegd aan de ondernemer. De consument heeft een bedrag van € 1.843,15 niet betaald en met instemming van de ondernemer een bedrag van € 1.000, — bij de commissie gedeponeerd.

Standpunt van de consument

De consument maakt bezwaar tegen de factuur voor reparatie van spiegel, mistlamp en het vervangen van sloten van de auto. De reparatie heeft meer dan 1,5 maand geduurd en pas na één maand is vervangend vervoer aangeboden. De mistlamp was gestolen wat niet blijkt uit de factuur en communicatie en de spiegel kon men niet repareren op korte termijn waardoor de consument zelf een oplossing heeft geregeld en onkosten heeft gemaakt.

Volgens de folder van de ondernemer zouden alle autokosten in een vast bedrag per maand zijn inbegrepen: geen zorgen over verzekeringen, wegenbelasting, onverwachte reparatiekosten, pechhulp of nieuwe banden. Deze factuur betreft echter wel degelijk onverwachte kosten.

De kosten van vervanging van sloten valt gewoonlijk gewoon onder de allrisk dekking van de autoverzekering. De kosten van de mistlamp zijn gewoon kosten ten gevolge van diefstal of onderhoudskosten en vallen dus ook onder de dekking van de verzekering. In elk geval is niet aangetoond dat de mistlamp vervangen moest worden als gevolg van nalatig gebruik of extern toedoen door de consument. Een oorzaak voor het los raken van de mistlamp is nooit vastgesteld.

De kosten voor het vervangen van de ECU en sleutel zijn disproportioneel hoog. Het verlies van sleutels zou volgens de ondernemer “onzorgvuldig gebruik” opleveren, maar de voorwaarden omschrijven niet wat onder “onzorgvuldig gebruik” wordt begrepen. De eerste sleutel, de reservesleutel, is verloren, vermoedelijk tijdens een verhuizing, en de tweede sleutel is vermoedelijk gestolen. Dat lag buiten controle van de consument. De diefstal kan niet worden aangemerkt als “onzorgvuldig gebruik” aangezien het een onvoorziene gebeurtenis was. Zowel het verlies als de diefstal van de sleutel wordt volgens de consument gedekt door de casco dekking van de verzekering. Overigens was de auto volgens de consument allrisk verzekerd.

Volgens de communicatie van de ondernemer zou de klant altijd over vervangend vervoer beschikken bij reparaties langer dan één dag of diefstal. Maar pas na ruim een maand heeft de consument vervangend vervoer gekregen. Eigenlijk zou de ondernemer de kosten voor vervangend vervoer moeten vergoeden, gemiddeld € 34,95, voor 31 dagen. Dat is € 1.083,45 in totaal.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
De spiegel is gemeld bij de ondernemer, maar kon bij de dealer pas op een termijn van zes weken gerepareerd worden. Omdat ik de auto voor woon-werk-verkeer nodig heb en niet mag rijden zonder linker buitenspiegel, was dat voor mij geen optie. Daarom heb ik de auto bij een ander bedrijf laten repareren door (tijdelijk) een tweedehands spiegel te plaatsen.

Een kapotte mistlamp is geen reden om de auto bij een APK af te keuren. Het verweer van de ondernemer op dit punt is ook niet helder. De ene keer zeggen ze dat er helemaal geen mistlamp was, dan zeggen ze weer dat deze ergens achter zat. Zo spreken ze zich herhaaldelijk tegen. Dat geldt ook voor het verweer met betrekking tot het vervangend vervoer. Nu zit de mistlamp in elk geval weer zichtbaar op de auto.

Toen ik de auto ter reparatie aanbood, heb ik meteen om vervangend vervoer gevraagd. De garage vertelde mij toen dat dat veel geld zou gaan kosten. Toen heb ik daarvan afgezien, in de veronderstelling dat de ondernemer hier nog wel contact over zou opnemen om dit te regelen. Dat gebeurde echter niet. Toen mij bleek dat de reparatie langer zou gaan duren, heb ik alsnog om vervangend vervoer gevraagd.

Als ik de tekst van de ondernemer op het internet zie, dan leid ik daaruit af dat de auto allrisk verzekerd is.

Met betrekking tot de autosleutels vraag ik me af wat nu eigenlijk moet worden verstaan onder ‘onzorgvuldig gebruik’. Ik ben na een verhuizing de sleutels kwijtgeraakt. Daar kwam ik pas achter toen ik een vriendin zag zitten op een bank, op een afstand van ongeveer 50 meter. Daar ben ik een praatje mee gaan maken en toen ik terugkwam waren de autosleutels weg. Het kan niet anders dan dat iemand die heeft gestolen. Toen ben ik gaan zoeken naar de reservesleutel, maar die kon ik niet meer vinden. Die moet ik dus bij de verhuizing kwijtgeraakt zijn, zonder dat ik dat op dat moment heb gemerkt. Ik heb dat dus ook niet eerder kunnen melden bij de leasemaatschappij. En toen ik het wel meldde, had de ondernemer mij erop kunnen wijzen dat ik eerst aangifte van diefstal/verlies had moeten doen bij de politie.

Ik merk tot slot nog op dat ik aanmaningen heb gekregen terwijl deze procedure al liep. En dat terwijl mij was toegezegd dat ik niet zou hoeven te betalen zo lang dit geschil nog zou lopen.

De consument verlangt een passende oplossing en verlaging van de gezonden factuur.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Het is aannemelijk dat de sleutels onbewaakt zijn achtergelaten. Dat is onzorgvuldig gebruik. Daar komt bij dat het verlies van één sleutel niet direct is gemeld. Wanneer de sleutels vervangen moeten worden, moet ook de ECU worden vervangen.

Op grond van de leaseovereenkomst is de auto casco verzekerd en niet allrisk. Omdat de kosten niet te wijten zijn aan het product, de auto, maar aan handelen van de consument, vallen de kosten voor het vervangen van de sleutels niet onder de dekking van de verzekering.

De mistlamp en spiegel waren beschadigd en moesten vervangen worden om de auto bij een APK goedgekeurd te krijgen. Volgens de dealer was de mistlamp niet gestolen, zoals de consument aanvoert, maar zat deze niet goed op zijn plek. De ondernemer heeft nooit een schademelding gekregen, waardoor deze niet verhaalbaar is op een derde. Bovendien is de consument ook op dit punt tekortgeschoten in het nakomen van een meldingsplicht. Voor het herstel van de spiegel is alleen het eigen risico in rekening gebracht.

Het klopt dat de consument recht heeft op vervangend vervoer, maar een verzoek daartoe heeft de ondernemer pas na een maand gekregen. Daarna is dat ook direct geregeld. De consument had op 8 mei aan de dealer gevraagd om vervangend vervoer. Die heeft toen laten weten dat de kosten daarvan voor rekening zouden komen van de consument in de lijn van artikel 39 van de Algemene Voorwaarden Keurmerk Private Lease. Op 17 mei heeft de consument bericht gekregen dat de reparatie langer zou gaan duren (omdat de ECU niet direct leverbaar was) en pas daarna heeft de consument om vervangend vervoer gevraagd. Dat is toen direct ter beschikking gesteld en uit coulance zijn daarvoor geen kosten in rekening gebracht.

De documentatie die de consument in het geding brengt betreft informatiemateriaal van een andere onderneming van de wederpartij in het leasecontract. Overigens is de daarin opgenomen informatie feitelijk juist, begrijpelijk en niet misleidend.

De ondernemer concludeert dat het verlangde afgewezen zou moeten worden.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
De leaseovereenkomst is een vorm van een huurovereenkomst. Wanneer een huurder schade heeft aan een gehuurde zaak, moet hij dat aan de verhuurder melden. Wanneer de consument sleutels verliest, moet hij dat verlies ook melden. En daarvan aangifte doen bij de politie. Met zo’n aangifte kunnen wij iets doen in de richting van een verzekeraar. Zonder zo’n aangifte niet. Dan lopen wij het risico en dan brengen wij de kosten in rekening bij de consument. Zou er netjes aangifte zijn gedaan, dan zouden wij anders hebben gereageerd.

Een sleutel is overigens een essentieel onderdeel van de auto. Zou na het eerste verlies meteen melding zijn gemaakt van het verdwijnen van een sleutel, dan had tegen heel wat lagere kosten nog een duplicaat van de andere sleutel gemaakt kunnen worden.

Vanuit de klant bezien kan ik me voorstellen dat deze meent dat de auto ‘allrisk’ verzekerd is. Dat is de auto niet. Voor ons is dat een economische afweging. De premies voor een allriskverzekering zijn hoger dan die voor een casco-dekking. Zo lang het bedrag aan schades die niet onder de cascoverzekering vallen lager is dan het bedrag dat wij boven de cascopremie meer moeten betalen voor een allriskdekking, loont het voor ons om die schades (met uitzondering van een eigen risico voor de klant) voor eigen rekening te nemen. In feite komt dat dus voor de klant neer op een allriskdekking met een beperkt eigen risico.

De factuur met aanmaning die na indiening van de klacht is verstuurd is automatisch vanuit ons administratief systeem verzonden op het moment dat de rekening te lang open stond. Het sturen van die aanmaning was echter niet de bedoeling en het incassotraject voor de openstaande factuur is inmiddels gestaakt. Wij wachten de beslissing van de commissie af.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De discussie tussen partijen spitst zich toe op de vraag of twee gefactureerde bedragen door de consument betaald moeten worden of niet.

De factuur met nummer 24199722 van 10 juni 2024.

Deze ziet op het vervangen van een linker buitenspiegel. Uit de reactie van de consument op het verweer van de ondernemer vloeit voort dat de consument tijdelijk een andere buitenspiegel heeft laten monteren. Daaruit volgt dat de definitieve reparatie inderdaad door of in opdracht van de ondernemer heeft plaatsgevonden.

Op de aangehaalde factuur is het eigen risico van € 150,– in rekening gebracht. Volgens de door de consument overgelegde leaseovereenkomst is de huurder van de auto in het geval van een cascoschade per schadegebeurtenis een eigen risico van € 150,– verschuldigd. Dat het schadebedrag in werkelijkheid lager is geweest, is niet gebleken. De commissie is dan ook van oordeel dat de verschuldigdheid van dit bedrag uit de leaseovereenkomst voortvloeit.

Ten aanzien van schades vermelden de Algemene Voorwaarden Keurmerk Private Lease onder K. achter nummer 28 dat in de Aanvullende voorwaarden of in afzonderlijke dekkings- en verzekeringsvoorwaarden is vermeld wat de klant moet doen bij een casco- of WA-schade. De commissie constateert dat op de overeenkomst van toepassing zijn verklaard de Aanvullende Voorwaarden Private Lease van GO Private Lease. Deze vermelden in aanvulling op nummer 28 van de Algemene Voorwaarden Keurmerk Private Lease het navolgende:
“Aanvulling op Artikel 28
Wat moet ik doen bij casco- of WA-schade?
Uiteraard gaan wij ervan uit dat u géén gebruik hoeft te maken van deze service. Mocht u onverhoopt toch hulp nodig hebben met uw voertuig dan stelt het u vast gerust dat wij 24 uur per dag en 7 dagen per week voor u klaar staan in binnen- en buitenland. Met één telefoontje wordt u door onze specialisten weer op weg geholpen met uw eigen auto, of een vervangende auto indien noodzakelijk. Wat kunnen wij voor u doen?

Bij pech onderweg of bij schade:
– (nood)Reparatie
– Repatriëren, slepen of takelen van de auto, inclusief eventuele aanhangwagen of caravan
– Vervoer van uzelf, passagiers en bagage
– Vervangende auto

Wat moet u doen als u hulp nodig heeft?

Bel het nummer wat aangegeven staat in het berijdersmapje. U krijgt dan de [ondernemer] alarmcentrale aan de lijn. Die is 7 dagen per week, 24 uur per dag bereikbaar.”

De commissie stelt vast dat de toepasselijke voorwaarden niets vermelden ten aanzien van verplichtingen van de ondernemer met betrekking tot het herstel van schades. In dat geval grijpt de commissie terug op de wettelijke regels ten aanzien van het nakomen van overeenkomsten in het algemeen en huurovereenkomsten in het bijzonder. Daaruit vloeit voort dat een verhuurder op verlangen van de huurder gehouden is om gebreken aan het gehuurde te herstellen (artikel 206, lid 1 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, art. 7:206, lid 1 BW). Artikel 7:206, lid 3 BW bepaalt dat de huurder het herstel van een gebrek zelf mag verrichten en de gemaakte kosten in rekening mag brengen bij de verhuurder, wanneer de verhuurder in verzuim is met het verhelpen van het gebrek.

Dit laatste betekent dat de ondernemer pas aansprakelijk is voor herstelkosten, nadat deze schriftelijk een redelijke termijn is gegeven waarbinnen het gebrek hersteld moet zijn. In dit geval is echter niet gebleken dat de ondernemer een dergelijk schrijven (in juridische termen: een ingebrekestelling) heeft gekregen. Voor de tijd gedurende welke het huurgenot van het gehuurde verminderd is, bestaat op grond van het bepaalde in artikel 7:207, lid 1 BW aanspraak op een vermindering van de huursom die in verhouding staat tot de mate waarin het huurgenot is verstoord. Die vermindering gaat in op het moment waarop de huurder deugdelijk kennis heeft gegeven aan de verhuurder van het bestaan van het gebrek.

De commissie stelt vast dat de consument een schade aan de auto heeft gekregen (door schade onbruikbare linker buitenspiegel) op grond waarvan volgens de geldende verkeersregels niet meer met de auto aan het verkeer deelgenomen mocht worden. Met deze schade is de consument naar een dealer gegaan, die meedeelde dat de schade niet direct hersteld zou kunnen worden. Dat de consument vervolgens ook aan de verhuurder (lees: de ondernemer) heeft gemeld dat de linker buitenspiegel eraf lag en de verhuurder heeft gesommeerd om op de kortst mogelijke termijn de schade te (laten) herstellen, is echter niet gebleken. De commissie is van oordeel dat voor dit onderdeel van de leaseovereenkomst (de afwikkeling van schades) de dealer die de auto feitelijk ter beschikking heeft gesteld niet kan gelden als een deugdelijke (want tot het doen van toezeggingen bevoegde) vertegenwoordiger van de ondernemer. Melding aan de dealer staat dus niet gelijk aan melding aan de ondernemer. Nu niet is gebleken wanneer de schade daadwerkelijk bij de ondernemer is gemeld, kan ook niet vastgesteld worden of, en zo ja: vanaf wanneer, aanspraak bestaat op een vergoeding in de vorm van een vermindering van de leasesom.

De slotsom luidt dat de commissie geen (juridische) gronden zijn gebleken op grond waarvan de consument aanspraak kan maken op een vergoeding ter zake de vervanging van de spiegel. De factuur van € 150,– berust op de overeenkomst en hetgeen daarin is vermeld ten aanzien van het eigen risico bij cascoschade. Voor wat betreft deze factuur is de klacht daarom ongegrond.

De factuur met nummer 24197991 van 1 juni 2024.

Deze factuur betreft een drietal posten:
• een schade wegens voortijdige vervanging van een band, die valt onder het eigen risico;
• de kosten voor het vervangen/repareren van een mistlamp;
• de kosten die samenhangen met de vervanging van de autosleutel.

De klacht van de consument ziet niet op de eerste post, zodat de verschuldigdheid daarvan verder niet meer ter discussie staat.

Ten aanzien van de mistlamp is de commissie niet gebleken op grond waarvan de ondernemer een hoger bedrag in rekening brengt dan het op grond van de leaseovereenkomst verschuldigde eigen risico van € 150,–. Ter zitting heeft de ondernemer uitgelegd waarom zij de auto casco verzekert en eventuele allriskschades voor haar rekening neemt. Dat zo zijnde, bestaat naar het oordeel van de commissie slechts onder bijzonder omstandigheden (te denken valt aan opzet aan de zijde van de klant) aanspraak op vergoeding van de volledige schade. De commissie is dan ook ten aanzien van deze post van oordeel dat die beperkt moet blijven tot het bedrag van het eigen risico, dat per schadegeval van toepassing is. De ondernemer dient ten aanzien van deze post een bedrag van € 115,11 inclusief btw (€ 95,13 exclusief btw) te crediteren.

De derde klacht ziet op de vervanging van de sleutels. De commissie merkt op dat het bezit van de sleutels het gebruik van de auto mogelijk maakt. Dat geldt ongeacht de persoon die de sleutels in zijn bezit heeft. Het wegraken van de sleutels, zeker wanneer deze gestolen zijn, schept dus het risico dat onbevoegden de auto kunnen meenemen. Op de tweede plaats is het vervangen van de sleutels tegenwoordig een kostbare aangelegenheid. In verband met ingebouwde beveiligingsmaatregelen is de vervanging van een sleutel niet langer een kwestie van een sleuteltje bijmaken. Zijn beide sleutels kwijt, dan zal bij de levering van nieuwe sleutels ook de elektronica die door de sleutels wordt aangestuurd vervangen moeten worden. Dat maakt de vervanging tot een dure aangelegenheid. Het daarvoor berekende bedrag is in dat verband niet onredelijk hoog.

Gelet op het belang van de sleutels voor het gebruik van de auto mag van een huurder van die auto een bijzondere achtzaamheid worden verlangd. Het kwijtraken ervan dient naar het oordeel van de commissie direct gemeld te worden en sleutels mogen niet onbeheerd achtergelaten worden. Dat laatste heeft zich hier naar het oordeel van de commissie wel voorgedaan en dat levert een mate van onachtzaamheid op die maakt dat de kosten voor het vervangen van de sleutels in redelijkheid voor rekening en risico van de consument mogen worden gebracht.

Wat de ondernemer heeft opgemerkt ten aanzien van de keuze voor een casco- of allriskverzekering ziet op schade die aan een voertuig wordt gereden. Artikel 3 van de ‘Voorwaarden casco dekking’ geeft daar voorbeelden van. Maar daar vallen naar het oordeel van de commissie niet de gevolgen onder van een onachtzaamheid die ertoe heeft geleid dat de sleutels kwijt zijn geraakt. Een dergelijke onachtzaamheid valt naar het oordeel van de commissie wel degelijk onder “onzorgvuldig gebruik” en de commissie volgt hierin het verweer van de ondernemer.

De slotsom ten aanzien van de tweede factuur luidt dan dat de consument van het gefactureerde bedrag van € 1.693,15 een bedrag van € 1.578,04 verschuldigd is. Vermeerderd met € 150,– voor de andere factuur komt het totaal verschuldigde bedrag dan neer op € 1.728,04. Omdat dit bedrag het in depot gestorte bedrag overtreft, zal de commissie bepalen dat het depot wordt uitbetaald aan de ondernemer, die voor het restant een nadere factuur kan sturen.

Op grond van het voorgaande wordt daarom beslist als hierna vermeld. Omdat de consument deels in het gelijk wordt gesteld, dient de ondernemer hem het klachtengeld te vergoeden (artikel 21, lid 1 onder a Reglement Geschillencommissie Private Lease).

Op grond van artikel 22 van het Reglement is de ondernemer een door de stichting vastgesteld bedrag verschuldigd voor de behandeling van het geschil, waarbij tevens is bepaald dat dit bedrag afhankelijk is van het oordeel van de commissie over de (on)gegrondheid van de klacht. Gelet op de omstandigheid dat het overgrote deel van de klachten ongegrond is bevonden, is de commissie van oordeel dat in dit geval de ondernemer als de hoofdzakelijk in het gelijkgestelde partij kan worden beschouwd en om die reden vrijgesteld moet worden van de verplichting om een bijdrage in de kosten van behandeling van dit geschil te voldoen.

Beslissing

De commissie stelt het door de consument op grond van de beide facturen aan de ondernemer verschuldigde bedrag vast op € 1.728,04.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Het door de consument meer of anders verlangde wordt afgewezen.

Met in achtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend. Het in depot gestorte bedrag (€ 1.000, –) wordt uitbetaald aan de ondernemer.

Aldus beslist op 20 december 2024 door de Geschillencommissie Private Lease, bestaande uit
mr. R.J.M. Cremers, voorzitter, drs. C.J. Bal en mr. P.B. Vos, leden.

 

Print/PDF