Commissie: Energie
Categorie: Meterstanden
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies na tussen advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
240501/240504
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument diende een klacht in over onjuiste meterstanden in de jaarrekening van 17 december 2021 tot 17 december 2022. De ondernemer had per abuis de meter van de consument gekoppeld aan die van een buurman, waardoor foutieve beginstanden werden doorgegeven aan de energieleverancier. Tijdens de zitting bevestigde de ondernemer dat de juiste standen op 17 december 2021 waren: 7344 (hoog tarief), 6411 (laag tarief) voor elektriciteit en 4995 voor gas. De consument ging hiermee akkoord. De commissie oordeelde dat de opgegeven beginstanden onjuist waren en dat de jaarrekening moet worden aangepast op basis van de juiste meterstanden. De klacht is daarom gegrond. Het volledige depotbedrag van € 1.748,75 wordt aan de energieleverancier uitgekeerd. De ondernemer is daarnaast behandelingskosten aan de commissie verschuldigd.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Ter discussie stonden de beginstanden van de meters van de consument. De ondernemer heeft bevestigd dat die standen onjuist waren.
Beoordeling
In voornoemde tussenbeslissing overwoog de commissie naar aanleiding van de brief van de ondernemer d.d. 29 januari 2025 het volgende:
De commissie acht de hiervoor genoemde brief van de ondernemer onduidelijk en innerlijk tegenstrijdig. Onduidelijk omdat het meternummer op het uit het CARM verkregen overzicht onvolledig vermeld wordt. Ook is onduidelijk waarom de op 15 november 2022 vermelde standen afwijken van de eerder door de ondernemer genoemde standen van die datum, waarover partijen het overigens eens waren. Voorts is onduidelijk of de ondernemer nu tevens meldt dat ook de beginstand van het gas onjuist was (hij meldt als stand op 3 december 2021 4995, terwijl [bedrijf] een stand per 17 december 2021 van 3878 in de jaarrekening hanteerde). Tegenstrijdig omdat de ondernemer eerst vermeldt dat de door [bedrijf] gehanteerde beginstand elektriciteit (hoog tarief) onjuist is, maar in de laatste zin van die brief mededeelt dat het door [bedrijf] gefactureerde verbruik ”dus” werkelijk is afgenomen.
In het dictum werd bepaald dat een nadere zitting gehouden moest worden teneinde duidelijkheid te krijgen over de gerezen vragen.
In de vervolgens gehouden zitting is door partijen niet weersproken dat de meternummers die op het door de ondernemer overgelegde overzicht staat, de juiste nummers zijn van de bij de consument geplaatste meters. De ondernemer verklaarde dat de standen van de elektriciteitsmeter van de consument op 17 december 2021 luidden 7344 (hoog) en 6411 (laag); van de gasmeter was de stand op die datum 4995. De standen van de elektriciteitsmeter op 15 november 2022 bedroegen 9523 (hoog) en 8437 (laag). Daarmee zijn de gerezen vragen beantwoord. De consument herhaalde zijn eerdere verklaring dat hij met die standen akkoord is.
Uit het voorgaande volgt dat de consument op goede gronden heeft aangevoerd dat de door de ondernemer aan de energieleverancier ([bedrijf]) opgegeven beginstanden per 17 december 2021 niet juist waren. [Bedrijf] zal dan ook opgedragen worden de jaarnota over de periode 17 december 2021 tot
17 december 2022 zodanig te herzien dat de hiervoor vermelde meterstanden per 17 december 2021, waarover beide partijen het eens zijn, en de standen per 15 november 2022 waarover partijen het eerder eens waren, daarin verwerkt worden.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer dient aan [bedrijf] te bevestigen dat de meterstanden per 17 december 2021 luidden als hiervoor vermeld.
De commissie bepaalt dat het gehele depotbedrag ad € 1.748,75 aan [bedrijf] uitgekeerd wordt.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer ing. C. Verloop, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 9 mei 2025.