Commissie: Energie
Categorie: Warmte
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: deels gegrond
Referentiecode:
604408/919623
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagde bij de Geschillencommissie Energie over gebrekkige warmtevoorziening in zijn woning. De ondernemer wees de oorzaak zonder onderzoek toe aan de binneninstallatie, waarvoor de consument verantwoordelijk is. Na inschakeling van derden bleek echter dat het probleem lag bij een kapotte debietregelaar en lekkage in de installatie van de ondernemer. Omdat de ondernemer geen verweer voerde en de consument kosten had gemaakt voor onnodige vervanging van onderdelen (€ 760), kende de commissie deze kosten toe. Verzoeken om compensatie voor onvoldoende geleverde warmte en koude werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Ook het verzoek om een uitspraak over toekomstige vervuiling werd afgewezen. De consument had de jaarrekening inmiddels ontvangen, dus dat punt hoefde niet beoordeeld te worden. Omdat de klacht deels gegrond is, moet de ondernemer het klachtengeld van € 52,50 vergoeden.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De consument heeft onder meer klachten over de geleverde warmte. De ondernemer was van mening, zonder enig onderzoek, dat het aan de binneninstallatie lag die voor verantwoordelijkheid van de consument komt. Nadien bleek een onderdeel van de voor verantwoordelijkheid van de ondernemer komende installatie vervuild en was er sprake van lekkage. De ondernemer heeft geen verweer gevoerd.
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Energie (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer. De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.
De consument heeft ter zitting het standpunt toegelicht. Door de ondernemer is geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid ter zitting het standpunt toe te lichten.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 9 mei 2025 te Den Haag.
De commissie heeft het volgende overwogen.
Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen.
De consument heeft bij de ondernemer herhaaldelijk gemeld dat zijn woning niet warm te krijgen was. De ondernemer deed dit af als probleem van de thuisinstallatie. Na inschakeling derde partij om de thuissituatie te controleren waarbij tevens vervuilde kraantjes werden vervangen en drie motortjes, bleek het probleem toch niet in de thuisinstallatie te zitten. De ondernemer constateerde uiteindelijk een kapotte debietregelaar en een lekkage, welke door de ondernemer werd vervangen c.q. verholpen. De consument wijt de ontstane problematiek aan vervuiling van de installatie omdat de ondernemer te weinig maatregelen heeft genomen om dat te voorkomen. De consument verzoekt vergoeding van de kosten voor inschakelen derden voor werkzaamheden aan de thuisinstallatie. Ook verzoekt hij vergoeding voor de dagen dat hij geen warmte had. Voorts verzoekt hij een jaarrekening te ontvangen van vorig jaar (2023). Ten slotte wil hij een uitspraak over de koude die wordt geleverd. Hij betaalt daar het gehele jaar voor, meer dan in het contract is afgesproken. Het bedrag is verhoogd terwijl hij er nauwelijks gebruik van kan maken.
Het verzoek van de consument met betrekking tot de kostenvergoeding voor het inschakelen van derden voor het plaatsen van nieuwe kraantjes en motortjes in de binnenhuisinstallatie (€ 700 en € 60) wordt toegewezen bij gebrek aan verweer door aanbieder, nu het verzoek de commissie niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Voor dat laatste acht de commissie van belang dat de ondernemer de klachten van de consument eerst niet serieus nam, althans het probleem heeft afgedaan als een probleem van de binnenhuisinstallatie en ook heeft aangedrongen bij de consument om een partij in te schakelen om de binnenhuisinstallatie te controleren, met als gevolg dat consument de vervuilde kraantjes van de verdeler heeft laten vervangen en drie motortjes. Vast staat ook dat het probleem daarmee niet opgelost was. Vast staat ook dat de debietregelaar van de aanbieder kapot was.
Het verzoek van de consument om een uitspraak van de commissie over voorkoming van problemen voor de toekomst door aanpak van de gestelde vervuiling wijst de commissie af omdat niet onderbouwd is dat de ondernemer in dat kader onvoldoende maatregelen heeft genomen. Niet gezegd kan dan ook worden dat deze vordering de commissie gegrond voorkomt.
Het verzoek van de consument tot compensatie voor onvoldoende geleverde warmte en het verzoek om een uitspraak over de koude die (nauwelijks) wordt geleverd, wijst de commissie af om reden dat beide verzoeken niet voldoende specifiek zijn om toe te wijzen, ook niet bij gebrek aan verweer.
Vast staat dat de consument de jaarrekening 2023 inmiddels heeft ontvangen, zodat dit verzoek geen nadere beoordeling behoeft.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is. In die situatie dient de ondernemer aan de consument het klachtengeld te vergoeden.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie
- bepaalt dat de ondernemer aan de consument een bedrag dient te betalen van € 760,=; indien betaling niet binnen twee weken na verzending van deze beslissing plaatsvindt is de ondernemer over dat bedrag wettelijke rente verschuldigd;
- wijst het meer of anders verzochte af.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer ing. C. Verloop, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 9 mei 2025.