Klacht over uitleesstoring slimme meter ongegrond verklaard

De Geschillencommissie




Commissie: Energie    Categorie: Meterstanden    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 804618/993841

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument stelde dat hij schade had geleden door een uitleesstoring van zijn slimme meter en dat de ondernemer proactief had moeten optreden. De Geschillencommissie Energie oordeelde dat het de verantwoordelijkheid van de consument is om storingen te melden. De ondernemer heeft de storing binnen de gestelde termijn van twee maanden opgelost nadat deze op 30 oktober 2024 werd gemeld. Omdat er geen verplichting tot proactief handelen bestaat en de ondernemer correct heeft gehandeld, werd de klacht ongegrond verklaard.

De volledige uitspraak

Samenvatting
De slimme meter van de consument had een uitleesstoring. Is de ondernemer gehouden in een dergelijke situatie proactief op te treden? De commissie is van oordeel dat in deze casus daartoe geen gehoudenheid bestaat.

Beoordeling
De consument heeft een dynamisch contract met zijn energieleverancier.
De ondernemer heeft in maart 2023 een slimme meter geplaatst. Deze was echter niet op afstand uitleesbaar, waarvan de consument in november 2023 aan ondernemer melding heeft gedaan. Eerst op 7 december 2024 was de uitleesbaarheid hersteld. De consument berekent dat hij door dit probleem een nadeel heeft gehad van € 314,15, waarvan afgetrokken kan worden de vergoeding die hij van de energieleverancier (wegens niet eerder waarschuwen over de niet op afstand uitleesbaarheid) heeft ontvangen (€ 70,33).

De ondernemer betoogt dat primair de vraag relevant is wie moet signaleren dat een slimme meter een (uitlees)storing heeft. Subsidiair is de vraag relevant of de ondernemer na signalering tijdig de uitleesstoring heeft verholpen en zo nee, of de ondernemer een schadevergoedingsverplichting heeft. De aard van de contractuele verhouding tussen de ondernemer en zijn aangeslotenen brengt met zich mee dat op de aangeslotene – de consument dus – een verplichting rust om te zorgen voor en toe te zien op correct gebruik van de aansluiting en de meter. Naast de aard van de contractuele verhouding, vloeit dit ook voort uit de algemene voorwaarden. Hierin is onder andere bepaald dat de contractant de ondernemer zo spoedig mogelijk op de hoogte moet stellen van door hem waargenomen of vermoede schade, gebreken of onregelmatigheden in in het perceel aanwezige gedeelte van de aansluiting en/of de meter (artikel 4.2 sub a). De meter bevindt zich immers in beginsel in de macht van de consument. Indien de consument twijfelt of behoort te twijfelen aan de juiste werking van de meter, ligt het in beginsel op de weg van de consument dit te melden bij de ondernemer en zo nodig gebruik te maken van de in artikel 13.1 van de Aansluitvoorwaarden genoemde mogelijkheid om deze meter te laten onderzoeken. Dit blijkt tevens uit eerdere bindend adviezen van de commissie (bijv. de uitspraak met zaaknummer 61256/61291, gewezen op 21 april 2021 en uitspraak met zaaknummer 194826/194830, gewezen op 17 juli 2023). Het ligt dus op de weg van de consument om zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de ondernemer als er sprake lijkt te zijn van een storing. De consument had de storing dan ook meteen, na de installatie van de slimme meter, dan wel vóór het aangaan van het dynamisch contract, moeten opmerken én moeten melden bij de ondernemer. Ook na het aangaan van het dynamische contract heeft het nog ruim een jaar geduurd voordat de consument zich bij de ondernemer heeft gemeld. Een storing of uitleesstoring van de slimme meter kan ontstaan vanwege diverse redenen, ook redenen die door een netbeheerder zoals de ondernemer niet op afstand te herleiden zijn. Ook vervult de ondernemer geen proactieve rol in het proces dat bekend staat als het werkproces van het Marktfaciliteringsforum (‘MFF’) en het Beheer Afsprakenstelsel (‘BAS’) voor uitwisseling van meterstanden. In de praktijk werkt het als volgt. De leverancier verzoekt om de meterstanden via het Portaal CTS, dat door Energie Data Services Nederland (‘ESDN’) wordt beheerd. Via de back-end (‘Connexo’) worden dan de meterstanden van de netbeheerder opgevraagd, die vervolgens via de applicatie van het Portaal CTS automatisch aan de leverancier worden teruggekoppeld. Als Connexo geen meterstanden heeft kunnen registreren, omdat er een uitleesstoring is, genereert Portaal CTS automatisch de juiste storingscode met een bijbehorende toelichting (zoals foutcode 14: ‘Meetdata niet beschikbaar. Storing bekend en in behandeling’). Dit betreft een volledig geautomatiseerd systeem, dat op dagelijkse basis ongeveer 27 miljoen verzoeken afhandelt, waarvan zo’n 10 miljoen verzoeken per dag voor aansluitingen van de ondernemer. De ondernemer vervult dus geen proactieve rol bij een uitleesstoring. Dit neemt niet weg dat zodra de ondernemer een uitleesstoring signaleert, bijvoorbeeld wanneer de klant of de leverancier de uitleesstoring bij hem aankaart, hij die storing – mits mogelijk en mits de klant dit ook wil – zo spoedig mogelijk oplost. Het zou voor de ondernemer ook ondoenlijk zijn om de uitleesstand van ruim 2 miljoen bij hem in beheer zijnde slimme meters frequent te controleren. Zodra een aangeslotene of leverancier een klacht indient, gaat de ondernemer aan de slag zoals ook in dit geval. De consument heeft de storing voor het eerst bekend gemaakt op 30 oktober 2024. De ondernemer heeft de storing definitief opgelost op 7 december 2024. Dit is ruim binnen de gestelde marge van 2 maanden in artikel 4.2.3.1. van de Meetcode. Kortom: het was aan de consument dan wel diens leverancier om de uitleesstoring op te merken en te melden bij de ondernemer. De ondernemer hoeft en kan niet van 2 miljoen slimme meters frequent de uitleesstand controleren. Omdat er voor de ondernemer geen verplichting bestaat en hij tijdig na melding van de consument – binnen gestelde 2 maanden – de storing heeft verholpen, bestaat er voor de ondernemer in deze ook geen schadevergoedingsplicht.

De commissie overweegt dat de consument ter zitting erkende zijn gestelde melding van de uitleesstoring in november 2023 niet te kunnen aantonen. Nu de ondernemer die melding niet geregistreerd heeft, moet de commissie uitgaan van de onbetwiste melding van 30 oktober 2024. De ondernemer heeft de storing binnen de in de Meetcode genoemde periode opgelost. De commissie is van oordeel dat in zoverre de ondernemer geen verwijt gemaakt kan worden.

Verder is nog de vraag of de ondernemer eerder had moeten bemerken dat er een uitleesstoring was. De commissie verwijst naar haar door de ondernemer overgelegde uitspraak van 8 april 2025, waarin zij (met aanpassing van de betiteling van partijen) geoordeeld heeft dat het op de weg van de consument ligt om in geval de meter niet goed werkt, daarover bij de ondernemer te klagen. Dat heeft de consument, aldus genoemde uitspraak, niet gedaan; hij heeft op de door de ondernemer geschatte standen niet gereageerd. In die situatie kan van de ondernemer, mede gezien het geautomatiseerde berichtenverkeer betreffende opgevraagde meterstanden, niet verwacht worden dat hij onderzoek instelt naar een communicatiestoring. Er is dan ook – nog steeds volgens de geciteerde uitspraak – geen reden een deel van de jaarnota voor zijn rekening te laten komen.

De commissie overweegt dat deze uitspraak mutatis mutandis van toepassing is op onderhavige situatie nu de consument ter zitting verklaarde vanaf de plaatsing van de meter onderkend te hebben dat de meter niet uitleesbaar was (hetgeen de ondernemer overigens weerspreekt en meldt dat er periodes waren dat geen uitleesbaarheid was maar dat het systeem dat automatisch hersteld heeft). De commissie is van oordeel dat in de situatie dat de consument van de door hem gestelde langdurige niet-uitleesbaarheid op de hoogte was, het op zijn weg lag, mede ter voorkoming van verdere schade en zeker nu zulks voor een dynamisch contract van belang was, een en ander aan de netbeheerder te melden. Dat heeft hij niet gedaan. De ondernemer kan dan ook niet verweten worden dat hij niet eerder de storing verholpen heeft.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer ing. C. Verloop, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 9 mei 2025.

Print/PDF