Commissie: Water
Categorie: Meterstanden
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
826431/938598
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument betwistte een gemeten waterverbruik van 355 m³ in 2022/2023, dat sterk afweek van eerdere jaren. Hij stelde dat het verbruik op basis van historische gegevens moest worden vastgesteld, tenzij de ondernemer een verklaring kon geven. De ondernemer verwees naar de meterstanden en bood aan de meter te laten ijken op kosten van ongelijk. De Geschillencommissie Water oordeelde dat de meter functioneerde en dat de ondernemer niet verantwoordelijk is voor verbruik achter de meter. Omdat geen sprake was van een defecte meter, werd de klacht ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Een hoog verbruik volgens de watermeter in een bepaald jaar kan de consument niet verklaren. Hij is van mening dat de ondernemer die verklaring dient te leveren, bij gebreke waarvan het verbruik op basis van historische gegevens bepaald dient te worden.
Beoordeling
De consument heeft een jaarlijks waterverbruik als volgt: in 2015/2016 130 m³, in 2016/2017 138 m³, in 2017/2018 144 m³, in 2018/2019 137 m³, in 2019/2020 169 m³, in 2020/2021 125 m³, in 2021/2022 72 m³, in 2022/2023 355 m³ en in 2023/2024 62 m³. Hij neemt jaarlijks de meterstanden op. In 2021, 2022, 2023 en 2024 verbleef hij vier maanden in Frankrijk, vandaar in het betreffende jaar (behalve 2023) een laag verbruik. Het in 2023 gemeten verbruik van 355 m³ kan volgens de consument niet juist zijn nu hij in dat jaar wat waterverbruik betreft niets aparts heeft gedaan en ook vier maanden in Frankrijk verbleef. De consument is van mening dat in die situatie de ondernemer een onderzoek dient in te stellen om het hoge verbruik te verklaren. Hij vindt dat de ondernemer vooringenomen is door die verklaring bij de consument neer te leggen nu de ondernemer aan de consument heeft aangeboden dat de consument de meter op kosten van ongelijk laat ijken. De consument stelt voor het verbruik in 2023 te bepalen aan de hand van historische gegevens. Dat komt zijns inziens neer op 80 m³.
De ondernemer gaat ervan uit dat de meterstanden bepalend zijn; er is geen reden om te twijfelen aan de werking van de meter. Als de consument dan toch aan de werking van de meter twijfelt, kan hij op kosten van ongelijk de meter laten ijken, bijvoorbeeld tegen een laag ijktarief bij de ondernemer.
De commissie overweegt dat de ondernemer niet kan zien wat er achter de meter gebeurt en dus een hoog verbruik in een bepaald jaar niet kan verklaren. Als er verder geen bijzonderheden zijn (bijvoorbeeld lekkage), bieden de toepasselijke Algemene Voorwaarden (verder: AV; artikel 12) de mogelijkheid voor de consument de meter op kosten van ongelijk te laten ijken. Vaststelling van het verbruik op basis van historische gegevens komt pas aan de orde als de meter niet aanwezig is of niet functioneert (artikel 13 lid 2 AV). Van dat laatste is geen sprake. De ondernemer heeft dan ook in overeenstemming met de in de AV tussen partijen gemaakte afspraken gehandeld.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Water, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer mr. E.F. Verduin, de heer H.H. van der Linden, leden, op 27 mei 2025.