Commissie: Commissie
Categorie: Herstel
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
766312/860522
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument heeft op 14 augustus 2024 een antieke typemachine uit 1913 via [ondernemer] naar de Verenigde Staten gestuurd. Bij aankomst bleek de typemachine beschadigd. De consument had het pakket verzekerd verzonden en goed verpakt met bubble wrap, karton en een stevige doos. Toch wees [ondernemer] de schadeclaim af, omdat volgens een Amerikaans schaderapport de verpakking niet voldoende zou zijn geweest. De consument was het hier niet mee eens en liet met foto’s zien dat hij de typemachine wel degelijk goed had verpakt. De Geschillencommissie Post oordeelde dat [ondernemer] aansprakelijk is voor de schade. De commissie vond dat de consument voldoende maatregelen had genomen om het pakket goed te beschermen en dat [ondernemer] niet zomaar mocht uitgaan van het buitenlandse rapport. Ook stelde de commissie dat [ondernemer] op zijn website alleen verpakkingsadviezen geeft, geen verplichte regels. Daarom moet [ondernemer] de schade aan de consument vergoeden. De klacht is gegrond en [ondernemer] moet €591,95 betalen plus €27,50 voor het klachtengeld.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Post
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een beschadigd pakket
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 14 augustus 2024 heeft de consument in een grote doos een antieke typemachine van het type Oliver model 5 verzonden. Deze typemachine dateert van 1913 en bestaat uit (plaat)metaal en gietijzer. Helaas is die gebroken aangekomen. Consument heeft de schade geclaimd onder referentienr. 27817226. [Ondernemer] heeft de schadeclaim afgewezen met de volgende redenering: “Wij gaan af op het oordeel van USPS in het schaderapport.” In het schaderapport van 30 augustus 2024 wordt als conclusie genoemd: “11. Item was not wrapped in packing material. Packing material was only placed in the box above the item.” Onder ‘7.’ is het vakje ” bubble wrap” niet aangekruist. Consument wijst op de bijgevoegde foto’s waarop te zien is dat de typemachine geplaatst was op een stevige kartonnen plaat. Met die kartonnen plaat tezamen is het gewikkeld in twee lagen bubble wrap (grote 2 cm bubbels), één laag over dwars en één laag over de lengte. Vervolgens zijn dikke delen “Ikea-karton” en kreukelkarton gebruikt om de machine vast te zetten in een stevige 60 cm x 40 cm x 42 cm dubbelgolfskartonnen doos “ASTRO”. De ontvanger schreef op 25 augustus 2024: “You seem to have done a good job packing it. It was labeled fragile on the packing too. I think it wasn’t properly handled. I’ll get you as many photos as you need.” En op 7 oktober 2024: “I can’t believe the claim was rejected. The post office kept the package. Did they send it back to you? (…) The postal employee seemed to think the claim was good.” (bijlage 3) Wat opvalt aan het schaderapport is dat het vakje [bubble wrap] niet is aangekruist. Op de foto’s verwijst consument dat daarvan wel gebruik gemaakt is. Mogelijk is de bubble wrap zoekgeraakt bij het postkantoor? Als het er niet bij zat, verklaart dat ook de conclusie van het rapport. Consument begrijpt niet dat [ondernemer] is afgegaan op het schaderapport. Het schaderapport is gebaseerd op de verkeerde feiten. Dat blijkt uit de foto’s. Consument heeft [ondernemer] er eind oktober 2024 op gewezen dat consument wel degelijk bubble wrap gebruikt heeft, en dat op de foto’s ook te zien is. Helaas kon deze claim niet voorkomen worden. Zij bleven mij stug naar De Geschillencommissie verwijzen. Kortom, de machine was – staande op een kartonnen plaat – gewikkeld in bubble wrap. Dat wordt onderbouwd door de foto’s. Daarom kon [ondernemer] niet uitgaan van het schaderapport. Ook overigens was de typemachine voldoende verpakt (nog daargelaten dat de machine wel een heel forse klap moet hebben gemaakt om die schade te veroorzaken). Consument vraagt dan ook de navolgende claim toe te wijzen: €421,70 Typemachine Oliver 5 € 170,25 Gemiddeld pakket (aangetekend €500,–) (Verenigde Staten) € 27,50 Griffiegeld geschillencommissie € P.M. Verletkosten.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft op 24 augustus 2024 een verzekerd pakket met een typemachine van het type Oliver
model 5 onder de barcode CL122791330NL met een waarde van € 421,70,- verzonden naar een
geadresseerde in Verenigde Staten.
Bij aflevering van het pakket bij de geadresseerde bleek de inhoud van het pakket beschadigd te zijn. Hierop heeft de consument contact opgenomen met [ondernemer] om een schadeclaim in te dienen. Door de schadebeoordelaar is vervolgens informatie (foto’s van de inhoud en de verpakking) opgevraagd over het pakket zodat er een schadebeoordeling gedaan kan worden. Deze foto’s zijn door de consument ingediend.
Door de schadebeoordelaar is de verpakking die de consument heeft gebruikt vervolgens beoordeeld en tot de conclusie gekomen dat de verpakking ondeugdelijk is. De consument is geïnformeerd dat hij hierdoor helaas niet in aanmerking komt voor een schadevergoeding.
Wanneer de inhoud van een Verzekerd pakket tijdens het postvervoer beschadigd raakt, is [ondernemer] daarvoor in principe aansprakelijk en heeft de consument aanspraak op een schadevergoeding. Die aanspraak vervalt als de schade aan de inhoud wel tijdens het postvervoer is ontstaan, maar deze bijvoorbeeld het gevolg is van een ondeugdelijke verpakking ofwel aard of een gebrek aan de inhoud van het poststuk zelf (artikel 9.6 lid 1 AVP, eerste en tweede bullit).
De inhoud van het pakket betrof een typemachine. De consument heeft de typemachine verpakt in een enkelgolvige doos. De doos kan hierdoor draagkracht verliezen omdat karton na herhaaldelijk gebruik verslechterd en kan leiden tot slijtage ofwel verzwakking van het materiaal. Verder bestond de binnen verpakking alleen uit bubbeltjesplastic. Buffering in de bin verpakking is evenzeer gewenst om verticale gewichtsbelasting op te vangen, dat wil zegge er moet in de verpakking rekening mee worden gehouden dat op een transportdoos andere dozen gestapeld moeten kunnen worden zonder dat die doos zijn structuur verliest en/of het gewicht rechtstreeks op de inhoud kan gaan drukken. [Ondernemer] stelt zich op het standpunt dat de typemachine als het ware in een verpakking opgehangen dient te worden in een beschermende frame waardoor schokken en stoten die zich mogelijk tijdens het transport voordoen, adequaat opgevangen kunnen worden. Het gebruik van bubbeltjesplastic in een doos alleen was in dit geval niet voldoende. De hoeken van de typemachine dienen daarbij beter beschermd te worden. Bij de geautomatiseerde verwerking van internationale poststromen komen pakketten namelijk bij herhaling met elkaar en de sorteerapparatuur in aanraking. Dit kan soms stevig gaan. Dat vergt goede verpakkingsmaterialen en technieken toegesneden op
de omvang, vorm en gewicht van de verzonden inhoud (zie artikel 13.2 AVP). Pakketten worden gestapeld en in een bulk vervoerd in containers. Dat pakketten in die dynamiek wel eens met elkaar in aanraking komen en met verschillende maten en gewichten in containers op elkaar gestapeld worden is dan ook inherent aan dit proces.
is, is een feit van algemene bekendheid. In dit proces gaat het per definitie om een extreme verscheidenheid naar formaat, vorm en gewicht van pakjes en pakketten die stuk voor stuk gesorteerd worden, door glijgoten en kantelinrichtingen gaan en ‘en masse’ in containers vervoerd worden. [Ondernemer] wijst de eis tot schadevergoeding van de hand. [Ondernemer] acht de schade niet aan [ondernemer] toerekenbaar en verzoekt de commissie de klacht ongegrond te verklaren.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is de commissie van oordeel dat PostNL wel degelijk aansprakelijk is voor de schade aan de typmachine. Uit de foto’s in het dossier blijkt duidelijk dat de consument wel degelijk de nodige maatregelen heeft genomen voor een deugdelijke verzending door niet alleen bubbeltjesfolie te gebruiken maar ook een deugdelijke kartonnen doos. Met betrekking tot een deugdelijke verpakking vermeldt [ondernemer] op de website, anders dan ter zitting werd gesteld, geen eisen, maar slechts tips. Ten onrechte wordt van een consument verwacht dat hem zonder meer duidelijk is dat hij, zoals [ondernemer] ter zitting stelde, bij verzending van een typemachine aan alle zijden gebruik moet maken van piepschuim. De claim van de consument is toewijsbaar.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
[Ondernemer] betaalt binnen 4 weken na datum verzending van dit bindend advies aan de consument een bedrag van € 591,95.Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 27,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit mr. D.J. Buijs, voorzitter, drs. G.J.F.M. Klaas en mr. M.J. Boon, leden, op 11 april 2025.