Commissie: Water
Categorie: Onbevoegd
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Onbevoegdverklaring
Uitkomst: onbevoegd
Referentiecode:
241573/250251
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een consument klaagde over een geschatte meterstand op zijn waterrekening en wilde een nieuwe factuur, excuses en vergoeding van het klachtengeld. De leverancier heeft de klacht behandeld, de jaarrekening aangepast, het klachtengeld terugbetaald en excuses aangeboden. De consument vond dit niet voldoende en stelde nieuwe eisen, zoals een fruitmand of waardebon. De geschillencommissie oordeelde dat de leverancier al volledig is tegemoetgekomen aan de oorspronkelijke klacht en dat er daarom geen sprake meer is van een echt geschil. De commissie mag zich alleen bezighouden met echte conflicten over levering of uitvoering van diensten. Omdat de nieuwe eisen buiten de regels vallen, verklaart de commissie zich onbevoegd om de klacht verder te behandelen.
De volledige uitspraak
Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen.
Tussen partijen bestaat een overeenkomst voor de waterlevering voor het adres van de consument.
De consument heeft zich over het volgende beklaagd. Over het jaar 2022 heeft de ondernemer bij de consument de meterstand opgevraagd en de consument heeft die doorgegeven. Ten onrechte stelt de ondernemer dat de consument de stand niet heeft opgegeven, waardoor de ondernemer het verbruik heeft geschat. Dit is niet vermeld op de jaarafrekening in 2022. Dit in tegenstelling tot de factuur van 2023 waarop dit wel expliciet wordt vermeld. De consument wil daarover een verklaring van de ondernemer. In de visie van de consument is alles correct verlopen, maar door de versie van de ondernemer is bij de consument een vervelend gevoel ontstaan omdat hij voor 100% zeker weet dat hij de stand wel heeft doorgegeven en de ondernemer hierover niet de waarheid vertelt. De consument wil weten of de ondernemer correct heeft gehandeld op dit punt.
De consument heeft ook bezwaar tegen de geschatte meterstand op de jaarafrekening van 2022/2023. De meterstand was bij de consument bekend (1144m³), maar de consument heeft de stand niet doorgegeven, omdat daarom niet was gevraagd, waartoe de ondernemer verplicht is. De consument zou de stand hebben opgegeven indien daarom was gevraagd. Het geschatte verbruik (1172 m³) komt ook niet in de buurt van het werkelijke verbruik van 1124m³ het vorige jaar. Een verschil van 28m³ met de werkelijkheid.
De ondernemer beweert dat hij de stand wel heeft opgevraagd. De consument heeft twee keer verzocht op te geven, datum en tijdstip, wanneer dit dan gebeurd is. De consument heeft de ondernemer één brief gestuurd, die volgens de ondernemer nooit is ontvangen. De ondernemer kan niet aantonen dat hij de stand heeft opgevraagd dus is die niet opgevraagd. Hetzelfde principe als met de zoekgeraakte brief.
De reactie van de ondernemer was niet correct en onbehoorlijk want zonder die woorden te gebruiken was de consument een leugenaar en werd niet ingegaan op redelijke en ophelderende vragen van de consument. De ondernemer impliceert dat de consument liegt zonder dit letterlijk zo te benoemen, weigert bewijs te leveren voor haar beweringen ondanks twee verzoeken hiertoe van de consument, werkt niet volgens haar eigen gedragscode en weigert om kosteloos een nieuwe factuur op te maken.
De consument wil dat de ondernemer kosteloos een nieuwe jaarfactuur over 2023 opstelt, erkent dat hij ten opzichte van de consument niet gehandeld heeft conform de eigen gedragscode, excuses maakt voor zijn
`monopolistisch` optreden en hem het klachtengeld van deze procedure vergoedt.
De ondernemer heeft aangevoerd dat hij de consument een schikkingsaanbod heeft gedaan waarbij volledig is tegemoetgekomen aan het voorstel van de consument op het vragenformulier. De ondernemer heeft vervolgens hieraan uitvoering gegeven. De jaarrekening is gecorrigeerd op basis van de meterstand die de consument heeft opgegeven, het klachtengeld is gecrediteerd en de creditbedragen zijn uitbetaald. Ook is uitleg gegeven over het al dan niet schatten van de meterstand en heeft de ondernemer bij e-mail van 6 februari 2024 aan de consument excuses gemaakt voor het geval de consument de indruk heeft gekregen dat hij onheus is bejegend door de ondernemer door deze kwestie. De ondernemer meent dat de consument daarom geen belang meer heeft bij behandeling van zijn klacht en geen grondslag bestaat voor de nieuwe eisen van de consument. Voorts is door de ondernemer inhoudelijk verweer gevoerd.
Blijkens de door partijen overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting, heeft de ondernemer de consument voormeld voorstel gedaan. De consument heeft dit voorstel niet aanvaard. De ondernemer is vervolgens wel tot uitvoering van het voorstel overgegaan zoals hiervoor vermeld en zoals verlangd door de consument in het vragenformulier. Het voorstel van de ondernemer en de uitvoering daarvan betekent dat aan al hetgeen de consument in het vragenformulier heeft genoemd ter oplossing van het geschil en in de onderhavige procedure heeft verlangd tegemoet wordt gekomen.
Op grond van artikel 17, lid 1 van het Reglement van de Geschillencommissie Water (hierna: reglement) dient de commissie te beslissen over haar bevoegdheid.
Aan de commissie is in artikel 3 van het reglement de taak – en daarmee de bevoegdheid – toebedeeld geschillen tussen consument en ondernemer te beslechten, voor zover deze betrekking hebben op de totstandkoming of de uitvoering van overeenkomsten met betrekking tot door de ondernemer te leveren of geleverde diensten. Er dient dus sprake te zijn van een geschil.
Aangezien de ondernemer volledig is tegemoetgekomen aan de klacht van de consument is er geen sprake meer van een geschil tussen de consument en de ondernemer. De commissie heeft de consument daarom ter zitting gevraagd wat zijn belang nog is bij onderhavige procedure. Al hetgeen de consument daarover heeft aangevoerd valt echter gezien het reglement buiten de taakomschrijving c.q. bevoegdheid van de commissie.
De consument is andere dan in het klachtenformulier opgegeven eisen gaan stellen. Zo wil hij een fruitmand in plaats van vergoeding van het door hem aan de commissie betaalde klachtengeld of een waardebon voor planten of platen. Ook heeft hij te kennen gegeven dat hij de gemaakte excuses niet aanmerkt als excuses zodat hij kennelijk andere bewoordingen van de ondernemer wil ontvangen. Ook wil de consument een verklaring dat de ondernemer niet aan de eigen – overigens interne – gedragscode heeft gehandeld. Wat daar ook van zij, dit maakt niet dat sprake is van een geschil als bedoeld in voormeld artikel. Overigens zou voor toewijzing van deze eisen het reglement geen grondslag bieden. Al hetgeen de consument verder heeft aangevoerd stuit op het voorgaande af.
Gelet hierop zal de commissie zich onbevoegd verklaren kennis te nemen van de klacht. Dit betekent dat de commissie niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht.
Uit het voorgaande leidt de commissie overigens tevens af dat de consument geen redelijk belang heeft bij een uitspraak van de commissie.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie stelt vast dat er geen sprake meer is van een geschil tussen de consument en de ondernemer en verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen en om zich over de resterende klacht van de consument uit te laten.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Water, bestaande uit mevrouw mr. I.K. Rapmund, voorzitter, de heer mr. E.F. Verduin, mevrouw mr. A. Dantuma, leden, op 14 juni 2024.