Commissie: Particuliere Onderwijsinstellingen
Categorie: Terugbetaling
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
347205/472044
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een buitenlandse student verhuisde met haar gezin naar Nederland om een masteropleiding te volgen. Kort na de start stopte zij met de opleiding, omdat ze dacht dat de informatie over de duur van de studie niet klopte. Ze vroeg een deel van het betaalde lesgeld terug en wilde ook vergoeding voor de kosten van haar verhuizing. De onderwijsinstelling gaf aan dat de student vooraf duidelijk was geïnformeerd over de duur van de opleiding en dat de beëindiging netjes volgens de algemene voorwaarden is afgehandeld. De student kreeg al een deel van het lesgeld terug voor de niet gevolgde modules. De Geschillencommissie oordeelde dat de instelling correct heeft gehandeld en dat de student geen recht heeft op verdere terugbetaling of schadevergoeding. De klacht is daarom ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft terugbetaling van kosten na staken van de opleiding.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument is een buitenlandse student die naar Nederland kwam om de opleiding The Master of ICT and Business Innovation te volgen. In september 2023 is zij met haar gezin naar Nederland verhuisd. Achteraf blijkt door de ondernemer zowel aan de cliënte en de IND verkeerde informatie te zijn verstrekt.
In Iran – land van herkomst – ontving de consument informatie dat de opleiding twee jaar zou duren en er een zoekjaar zou zijn voor het vinden van een baan. In Nederland werd haar verteld dat de opleiding een jaar duurt, niet mag worden verlengd en zij haar diploma binnen een jaar moest halen.
Dit was de reden voor de consument zich uit te schrijven. De ondernemer accepteerde de uitschrijving en heeft de consument achteraf kosten in rekening gebracht voor de periode van enkele weken dat zij ingeschreven stond en deelnam aan de lessen op een locatie in (plaats).
De kosten van de opleiding bedragen € 22.500, — en voordat zij naar Nederland was gekomen moest het bedrag van € 12.860,00 worden voldaan. Na de beëindiging kreeg de consument een bedrag à € 6.275, — terugbetaald. Zij vordert een bedrag van € 6.585, — alsmede de door haar gemaakte kosten om met haar familie naar Nederland te komen.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft zich in 2023 ingeschreven voor de Master of ICT and Business Innovation. In de welkomstbrief die zij op 25 april 2023 heeft ontvangen, is duidelijk opgenomen dat de opleiding op 28 augustus 2023 start en een doorlooptijd van een jaar heeft (zie informatie onder de kop ‘during your studies’). Een afschrift van deze welkomstbrief is door de consument reeds als productie opgenomen. Uit het inschrijfbewijs zoals verstrekt op 26 april 2023 (productie 1) is eveneens op te maken dat de opleiding een jaar duurt, namelijk van 28 augustus 2023 tot 5 juli 2024.
De totale kosten voor de opleiding bedragen € 22.500, –, waarvan de eerste termijn (de helft van dit bedrag) volgens afspraak in 2023 voorafgaand aan de start van de opleiding is voldaan. Op 26 november 2023 heeft de consument via haar gemachtigde te kennen gegeven te stoppen met de opleiding waarna de ondernemer haar op 7 december 2023 per brief heeft geïnformeerd over de consequenties en de kosten. Hierop heeft de ondernemer een reactie van haar gemachtigde ontvangen welke op 11 december 2023 is weerlegd. Conform de van toepassing zijnde algemene voorwaarden vindt er bij tussentijdse beëindiging van een opleiding een gedeeltelijke restitutie plaats waarbij de gevolgde modules betaald dienen te worden. In het geval van cliënte zijn de niet gevolgde modules gerestitueerd en is er in dat kader een bedrag van € 6.275, — teruggestort.
Op 21 december 2023 ontvingen de ondernemer opnieuw een schrijven met een aantal algemene vragen niet gerelateerd aan de consument. Wederom heeft de ondernemer de gemachtigde van de consument van een antwoord voorzien en hem vervolgens uitgenodigd voor een persoonlijk gesprek waarop niet is ingegaan. Op 29 januari 2024 heeft de gemachtigde van de consument bezwaar gemaakt tegen het besluit van de ondernemer waarbij hij aangeeft dat de opleiding niet aan de verwachtingen van de consument voldoet, dat zij ‘erin geluisd’ is en hij haar zal adviseren de zaak aanhangig te maken bij de kantonrechter.
Tot verbazing van de ondernemer ontvingen deze een aantal dagen later, op 4 februari 2024 een schrijven van de consument met het verzoek haar opnieuw in te schrijven voor de opleiding. Een opmerkelijk verzoek gezien beschuldigingen aan het adres van de ondernemer in de brief van 29 januari 2024. De ondernemer heeft de consument daarop te kennen gegeven dat het vervolgen van de opleiding niet meer tot de mogelijkheden behoorde gezien het feit dat zij haar op basis van haar annulering in november formeel is uitgeschreven en de ondernemer zich als erkend referent voor de consument heeft afgemeld.
De ondernemer stelt zich op het standpunt helder en transparant te zijn geweest zowel voorafgaand als tijdens de opleiding en dat de annulering op gepaste wijze conform de algemene voorwaarden is afgehandeld waarbij de consument alleen de daadwerkelijk gevolgde modules heeft betaald. De consument is te allen tijde netjes behandeld ook getuige het feit dat bijvoorbeeld een leen laptop van de ondernemer gratis ter beschikking is gesteld na een inbraak in haar woning.
Er is dan ook geen grond betaling van het door de consument gevorderde bedrag aan opleidingskosten, zijnde € 6.585, — laat staan de betaling van gemaakte kosten van de consument om met haar familie naar Nederland te komen (waarbij overigens het meenemen van haar familie volledig los staat van deze zaak en haar eigen keuze is geweest).
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Uit hetgeen de ondernemer met stukken onderbouwd heeft aangevoerd komt, anders dan is betoogd door de consument, naar voren dat de consument deugdelijk en helder is geïnformeerd over de relevante details van de studie waarvoor zij zich heeft ingeschreven en deze in Nederland heeft gevolgd.
Dat de consument aanleiding zag haar studie vanwege in haar ogen ‘onjuiste’ informatie te beëindigen komt dan ook geheel voor haar rekening.
De ondernemer heeft haar daarbij uitdrukkelijk op de gevolgen gewezen en haar de gelegenheid geboden alsnog te bezien of zij haar studie wil beëindigen. Zoals ook door de ondernemer met stukken is onderbouwd is vervolgens na de beëindiging door de consument van haar studie conform de van toepassing zijnde algemene voorwaarden met de consument afgerekend en heeft de ondernemer zich richting de IND afgemeld als referent.
Dat de ondernemer de IND verkeerd zou hebben geïnformeerd, en de cursuscoördinator in Iran de consument verkeerd zou hebben geïnformeerd is door de ondernemer weersproken en heeft de consument niet onderbouwd. Ook anderszins is zulks niet gebleken.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Wat betreft de kosten voor het meenemen van haar familie naar Nederland is niet onderbouwd welk verband dit heeft met het volgen van de studie door de consument in Nederland en is niet onderbouwd op grond waarvan de ondernemer dan gehouden zou zijn deze kostenpost als schade te moeten vergoeden.
Dat de consument door toedoen van de ondernemer schade heeft geleden is niet gebleken nog afgezien van de omstandigheid dat de consument deze schade niet nader heeft onderbouwd.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht ongegrond en wijst het door de consument verlangde af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Particuliere Onderwijsinstellingen, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, de heer mr. J.A. Frederik, mevrouw mr. M.T. Buiting, leden, op 12 november 2024.