Commissie: Advocatuur
Categorie: Kwaliteit dienstverlening
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
253166/476235
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een cliënt diende een klacht in tegen zijn advocaat, omdat hij vond dat deze slecht werk had geleverd tijdens een hoger beroepsprocedure over de verdeling van bezittingen na een echtscheiding. De cliënt was ontevreden over de voorbereiding van de advocaat, de adviezen over belastingen en lijfrente, en het moment waarop de advocaat de samenwerking stopzette. Ook eiste hij een schadevergoeding van ruim €7.000. De advocaat stelde dat hij zorgvuldig had gehandeld, de cliënt goed had geïnformeerd en dat er geen fouten waren gemaakt. De Geschillencommissie Advocatuur oordeelde dat de advocaat heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een goed en zorgvuldig werkende advocaat. De klachten van de cliënt zijn onvoldoende onderbouwd en niet bewezen. Daarom hoeft de advocaat geen schadevergoeding te betalen en moet de cliënt het openstaande bedrag van €1.019,59 alsnog aan de advocaat voldoen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat, alsmede de schade die de cliënt stelt te hebben geleden door toedoen van de advocaat.
De cliënt heeft een bedrag van € 1.014,59 niet aan de advocaat betaald en bij de commissie gedeponeerd.
Standpunt van de cliënt
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt – zoals toegelicht ter zitting – op het volgende neer.
De advocaat heeft de cliënt bijgestaan in de hoger beroepsprocedure inzake de vermogensrechtelijke afwikkeling van de echtscheiding van de cliënt. Tussen de cliënt en zijn ex-echtgenote (hierna te noemen: de wederpartij) moesten de saldi van de bankrekeningen, een lijfrente, een belastingschuld en een huis in Polen worden verdeeld.
Na de uitspraak van het hof dreigde de wederpartij meteen met executie. De advocaat heeft een concept antwoord aan de wederpartij opgesteld. In reactie daarop heeft de cliënt de advocaat laten weten niet tevreden te zijn over het optreden van de advocaat ter zitting. De advocaat heeft een reactie gestuurd ‘waar de honden geen brood van lusten”. Vervolgens heeft via de e-mail een discussie plaatsgevonden tussen de cliënt en de advocaat. De advocaat heeft daarna de samenwerking beëindigd.
De cliënt is van mening dat de advocaat slecht tot zeer slecht werk heeft verricht. Hij heeft een zevental klachten, te weten:
1) De advocaat was tijdens de zitting van het hof helemaal niet voorbereid. Hij was niet op de hoogte van de door de wederpartij geëiste bedragen en de daadwerkelijk door de cliënt verschuldigde bedragen. Dit heeft een grote rol gespeeld in de afwikkeling van het geschil. Tijdens de zitting werd de cliënt door het hof naar zijn gevoel gedwongen tot onderhandelen met de wederpartij om tot een gezamenlijke oplossing te komen. Het hof ging daarbij uit van onjuiste bedragen. Ook de advocaat heeft de cliënt laten onderhandelen op basis van deze onjuiste bedragen. Daardoor is er geen schikking getroffen en heeft het hof uitspraak gedaan. Bij een goede voorbereiding door de advocaat had mogelijk wel een compromis kunnen worden bereikt.
2) De advocaat was niet goed op de hoogte van de inhoud van de stukken en al helemaal niet van de gevolgen van de uitspraak van het hof. Hij heeft de cliënt niet gewezen op de risico’s. Zo heeft de advocaat van de wederpartij drie taxateurs voorgesteld. De advocaat heeft de cliënt gevraagd te kiezen welke van deze taxateurs hij benoemd wilde hebben. Echter, één van deze taxateurs was al afgewezen door het hof.
3) De advocaat heeft de cliënt niet geïnformeerd over de specifieke problematiek bij de verdeling van de lijfrente (belastinglatentie). Lijfrente is een brutobedrag. Als de cliënt de helft van het brutobedrag aan de wederpartij zou betalen, zouden alle belastingen en premieheffing daarover voor zijn rekening komen. De advocaat had hem als deskundige daarop moeten wijzen; Uiteindelijk heeft de cliënt het opgezocht op internet en daar bleek gewoon te staan hoe gehandeld kan worden. Tot verbazing van de cliënt wist de advocaat dit niet.
4) De advocaat heeft zich op een cruciaal moment onttrokken als advocaat. Hij heeft dit direct gecommuniceerd met de advocaat van de wederpartij en de cliënt daarmee in een zeer kwetsbare positie gebracht. Er lag een voornemen tot executie van de advocaat van de wederpartij en het was twee of drie dagen voor de start van de kerstvakantie waarin bijna geen advocaat te bereiken was;
5) De advocaat is op geen enkel moment ingegaan op de argumentatie van de cliënt over hoe te handelen, met name met betrekking tot de belastingschuld. Hij heeft zijn keuzes niet uitgelegd of onderbouwd en zijn eigen handel- of denkwijze gevolgd, ook als de cliënt hem andere informatie gaf. De cliënt heeft de advocaat driemaal gevraagd de advocaat van de wederpartij te berichten dat de belastingschuld na bezwaar was vastgesteld en dat de omvang daarvan vaststond. De advocaat heeft de advocaat van de wederpartij echter niet bericht. Sterker nog, hij begon een inhoudelijke discussie met de cliënt;
6) De advocaat heeft de cliënt zeer slechte adviezen gegeven over de aan de wederpartij te betalen bedragen;
7) De advocaat heeft niet in het belang van de cliënt gehandeld, heeft hem niet bijgestaan en was niet partijdig voor zijn gerechtvaardigde belangen.
De cliënt acht de advocaat aansprakelijk voor alle extra kosten ten gevolge van de onttrekking. Zo heeft de cliënt een andere advocaat moeten inschakelen, die de cliënt succesvol heeft bijgestaan. Als de advocaat zijn werk adequaat had verricht, was er wellicht eerder een einde aan de afwikkeling van de zaak gekomen. Deze extra kosten begroot de cliënt op € 1.100,–. De cliënt wil voorts dat de advocaat de declaratie van april 2023 ten bedrage van € 1.106,38 aan hem terugbetaalt en dat hij de einddeclaratie van 1 maart 2024 ten bedrage van € 1.019,44 (minus € 4,85 portokosten) niet hoeft te betalen wegens wanprestatie en onkunde van de advocaat. De cliënt acht de advocaat tot slot aansprakelijk voor het niet netto gemaakte bedrag van de lijfrente. Dit kost hem € 5.000,–. De cliënt verzoekt de commissie dienovereenkomstig te beslissen.
Standpunt van de advocaat
Voor het standpunt van de advocaat verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt – zoals toegelicht ter zitting – op het volgende neer.
De advocaat heeft in opdracht en voor rekening van de cliënt diverse advies- en/of proceswerkzaamheden verricht inzake het door de wederpartij ingestelde hoger beroep tegen de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank. Hij had de cliënt reeds bijgestaan in de zaak in eerste aanleg. Deze zaak is door de cliënt gewonnen.
De cliënt heeft tot de zitting bij het hof geen bezwaren geuit tegen de werkzaamheden van de advocaat. Pas na de uitspraak van het hof heeft de cliënt aangegeven niet tevreden te zijn. De advocaat heeft zich uiteindelijk onttrokken als advocaat en de cliënt een einddeclaratie ten bedrage van € 1.019,44 gestuurd. De cliënt heeft deze declaratie – behoudens een bedrag van € 4,85 – onbetaald gelaten.
De advocaat verzoekt de commissie te bepalen dat de cliënt het openstaande bedrag van € 1.019,59 aan hem dient te betalen.
De advocaat betwist de verwijten van de cliënt en voert daartegen het volgende aan.
1) De cliënt heeft niet, althans onvoldoende concreet gesteld op welke punten de advocaat niet goed was voorbereid op de zitting van het hof. De advocaat heeft de cliënt niet gedwongen om te onderhandelen.
2) De cliënt heeft niet, althans onvoldoende concreet gesteld van welke stukken de advocaat de inhoud niet goed kende en hij heeft eveneens niet, althans onvoldoende concreet gesteld op welke punten de advocaat niet goed op de hoogte was van de gevolgen van de uitspraak;
3) De cliënt heeft niet, althans onvoldoende concreet gesteld welke specifieke problematiek bij verdeling van lijfrente hij bedoelt, waarover hij niet is geïnformeerd.
4) De advocaat heeft in een e-mail aan de cliënt de redenen voor zijn onttrekking uitvoerig medegedeeld. Tussen de advocaat en de cliënt – bij wie het vertrouwen in de advocaat kennelijk was komen te ontbreken – was een verschil van mening ontstaan over de wijze waarop de opdracht moest worden uitgevoerd. Dit verschil van mening kon niet in onderling overleg worden opgelost. Gelet hierop had de advocaat geen andere keuze dan zich als advocaat van de cliënt te onttrekken. De cliënt heeft onvoldoende concreet gesteld en niet onderbouwd waarom juist dit moment van onttrekking cruciaal was. Wel is juist dat de advocaat de advocaat van de wederpartij onmiddellijk van de onttrekking op de hoogte heeft gebracht. Daarbij heeft hij verzocht om eventuele executiemaatregelen op te schorten, totdat zich een nieuwe advocaat voor de cliënt zou hebben gesteld;
5) De cliënt heeft niet, althans onvoldoende concreet gesteld op welke onderdelen, op welke momenten en op welke wijze de advocaat bij de afwikkeling van de belastingschuld op een niet na te volgen wijze zou hebben gehandeld. De advocaat ontkent en betwist voorts dat hij op geen enkele wijze heeft gereageerd op de door de cliënt ingebrachte argumenten voor de afwikkeling van de belastingschuld Er is tussen de cliënt en de advocaat sedert de uitspraak van het hof veelvuldig gecorrespondeerd over de wijze waarop de belastingschuld moest worden afgewikkeld. De advocaat is in deze correspondentie ingegaan op de argumenten van de cliënt en heeft daar zijn eigen argumenten tegenover gesteld. De advocaat en de cliënt verschilden echter van mening over de wijze waarop de uitspraak van het hof op dit punt diende te worden geïnterpreteerd en welke gevolgen uit die interpretatie voortvloeiden voor de afwikkeling;
6) De advocaat van de wederpartij maakte aanspraak op de bedragen die de wederpartij op grond van de uitspraak van het hof toekwamen. De advocaat heeft de cliënt geadviseerd zich te beroepen op verrekening. De cliënt heeft zich schriftelijk akkoord verklaard met dit advies. De advocaat heeft de advocaat van de wederpartij vervolgens dienovereenkomstig bericht. De advocaat van de wederpartij heeft afwijzend gereageerd op dit bericht. Omdat de wederpartij beschikte over een executoriale titel, heeft de advocaat de cliënt in overweging gegeven om tot betaling over te gaan om executoriale maatregelen met alle bijkomende kosten van dien voor hem te voorkomen. De advocaat heeft daarbij de keus aan de cliënt gelaten.
7) De cliënt heeft niet, althans onvoldoende concreet gesteld waaruit de juistheid van deze klacht blijkt
De advocaat is van mening dat hij heeft gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Hij ontkent en betwist de gegrondheid van de klachten van de cliënt. Er is geen rechtsgrond voor terugbetaling van de declaratie van april 2023, die de cliënt zonder protest heeft betaald. Van enige schade door het handelen van de advocaat is geen sprake geweest, althans de cliënt heeft de beweerdelijk geleden schade niet feitelijk en niet concreet omschreven, laat staan onderbouwd. Voor een in redelijkheid te bepalen schadevergoeding ten laste van de advocaat is dan ook geen enkele grond.
De advocaat verzoekt de commissie de klachten van de cliënt ongegrond te verklaren en de door hem verzochte schadevergoeding af te wijzen. Voorts verzoekt hij de commissie te bepalen dat de cliënt het openstaande bedrag van € 1.019,59 aan hem dient te voldoen.
Beoordeling van het geschil
De commissie overweegt als volgt.
De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de advocaat hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat.
De cliënt stelt dat de advocaat slecht tot zeer slecht werk heeft geleverd. Hij maakt de advocaat een zevental verwijten. De advocaat heeft al deze verwijten gemotiveerd betwist. De cliënt heeft, gelet op deze gemotiveerde betwisting, naar het oordeel van de commissie onvoldoende gesteld en onderbouwd waaruit zou moeten blijken dat zijn verwijten terecht zijn. Hij heeft, ook na kennisneming van het verweer van de advocaat, zijn bezwaren te weinig geconcretiseerd en (verder) onderbouwd. Het daarbij enkele inbrengen van een groot aantal e-mails zonder daarbij aan te geven welke e-mail(s) op welk verwijt betrekking heeft (hebben), is daartoe onvoldoende.
Ten aanzien van de afzonderlijke klachtenonderdelen overweegt de commissie als volgt.
1) De commissie kan op grond van de overgelegde stukken niet vaststellen dat de advocaat niet goed zou zijn voorbereid op de zitting van het hof en dat de cliënt daardoor op basis van onjuiste bedragen heeft moeten onderhandelen met de wederpartij. Dat het hof heeft gemeend dat een schikking tot de mogelijkheden behoorde omdat het hof van oordeel was de cliënt en de wederpartij niet ver uit elkaar lagen, kan de advocaat niet worden verweten. De advocaat heeft ter zitting van de commissie op goede gronden aangevoerd dat het niet aan hem was om op dat moment met het hof een discussie te gaan voeren over de inhoud van een schikking waaronder de hoogte van de bedragen;
2) De cliënt heeft niet aangegeven van welke specifieke stukken en van welke gevolgen van de uitspraak van het hof de advocaat niet op de hoogte was. Ook overigens is zulks niet gebleken;
3) Dat de advocaat de cliënt had moeten informeren over de belastinglatentie met betrekking tot de lijfrente, heeft de cliënt gelet op de betwisting door de advocaat onvoldoende onderbouwd. De commissie heeft ook overigens niet kunnen constateren dat de advocaat de cliënt op dit punt onvoldoende zou hebben geïnformeerd. De commissie verwijst in dit verband naar de e-mail van de advocaat van 18 december 2023, waarin de advocaat schrijft: “Wel ben ik met u eens dat, als de Jouw pensioenpolis een belastinglatentie kent, er uiteraard netto moet worden uitgekeerd en niet bruto. Om te kunnen bepalen wat het netto equivalent van € 43.940,- is verzoek ik u bij de verzekeraar een opgave daarvan op te vragen en dat aan mij te verstrekken zodat ik dat mee kan nemen in mijn reactie aan [naam advocaat wederpartij]”.
4) Het stond de advocaat vrij om zich onttrekken als advocaat, nu het voor de samenwerking benodigde vertrouwen kennelijk was komen te ontbreken. Naar het oordeel van de commissie heeft de advocaat juist zorgvuldig gehandeld door de advocaat van de wederpartij te informeren dat hij de opdracht had neergelegd. Immers, de advocaat van de wederpartij dreigde met executiemaatregelen en de advocaat heeft verzocht deze maatregelen op te schorten:
5) De commissie merkt op dat een advocaat bij de behandeling van een zaak de leiding dient te nemen en vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid en deskundigheid kan bepalen hoe de belangen van zijn cliënt het beste worden gediend (dominus litis). Dat de advocaat zijn eigen handel- en denkwijze heeft gevolgd en niet steeds meeging in de argumentatie van de cliënt, kan hem dus niet worden tegengeworpen;
6) De cliënt heeft dit verwijt niet nader geconcretiseerd of onderbouwd. Hij heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat de advocaat hem zeer slechte adviezen heeft gegeven over de aan de wederpartij te betalen bedragen. Uit de wel overgelegde stukken is de commissie niet gebleken van een onjuiste advisering door de advocaat;
7) De commissie overweegt dat bij de uitvoering van de opdracht sprake is van een inspanningsverplichting en niet van een resultaatsverplichting. De prestatie bestond niet in het behalen van een bepaald resultaat, maar bestond daaruit dat de advocaat zich daarvoor diende in te spannen, zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat ook mag worden verwacht. Het is de commissie niet gebleken dat de advocaat zijn inspanningsverplichting niet correct of onvoldoende is nagekomen en de belangen van de cliënt onvoldoende heeft behartigd. De commissie kan niet vaststellen dat door handelen of nalaten van de advocaat het hof een voor de cliënt negatieve en teleurstellende beslissing heeft genomen.
Het geheel overziende, is de commissie van oordeel dat de conclusie kan worden getrokken dat de advocaat heeft gehandeld zoals mag worden verwacht van een redelijk bekwame en een redelijk handelende advocaat. Ook van een ondeugdelijke klachtafhandeling door de advocaat, zoals door de cliënt gesteld. is de commissie niet gebleken. De klachten van de cliënt zijn dan ook ongegrond.
De door de cliënt verzochte restitutie van de declaratie van april 2023 en de verzochte schadevergoeding zullen daarom worden afgewezen. Daarbij merkt de commissie op dat van schade door toedoen van de advocaat niet is gebleken. De advocaat kan dus niet aansprakelijk worden gehouden voor de door de cliënt opgevoerde schadeposten.
Het verzoek van de advocaat te bepalen dat de openstaande rekening door de cliënt moet worden betaald zal worden toegewezen. De commissie zal bepalen dat de cliënt het openstaande bedrag aan de advocaat dient te voldoen. Daarbij neemt de commissie in aanmerking dat de cliënt het verrichten van de gedeclareerde werkzaamheden niet dan wel onvoldoende concreet heeft betwist en de declaraties van de advocaat ook overigens niet dan wel onvoldoende inhoudelijk heeft betwist.
Nu de klacht van de cliënt ongegrond wordt verklaard blijft het klachtengeld voor rekening van de cliënt.
Hetgeen partijen ieder voor zich verder nog naar voren hebben gebracht, behoeft geen verdere bespreking, nu dat niet tot een ander oordeel kan leiden.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– Verklaart de klachten van de cliënt ongegrond;
– Wijst het door de cliënt verlangde af;
– Bepaalt dat de cliënt het openstaande bedrag van € 1.019,59 aan de advocaat dient te betalen. Met inachtneming hiervan wordt het depot aan de advocaat overgemaakt.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Advocatuur, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, mevrouw mr. H.M.J. van den Hurk en de heer H.W. Zuur, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. drs. I.M. van Trier, secretaris, op 22 oktober 2024.