Commissie: Recreatie
Categorie: Tussenadvies
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: tussenadvies
Uitkomst: aanhouding beslissing
Referentiecode:
227976/250485
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument heeft een conflict met de campingondernemer over de provisie die gevraagd wordt voor het verhuren van zijn caravan. Volgens de consument is de caravan maar één maand verhuurd, terwijl de ondernemer provisie vraagt over zes maanden. Ook zijn er meningsverschillen over extra kosten en communicatie. De ondernemer stelt dat de regels over provisie duidelijk in het reglement staan en dat de consument eerder akkoord is gegaan. De Geschillencommissie kan nog geen uitspraak doen, omdat de consument het vereiste bedrag van €600 niet in depot heeft gestort. Dit bedrag is nodig om de zaak officieel te behandelen. De commissie biedt excuses aan voor het late verzoek om betaling en geeft de consument nog 14 dagen de tijd om het bedrag alsnog te storten. Pas daarna kan de commissie verdergaan met de behandeling van de klacht.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de provisie die de ondernemer verlangt over de periode dat de consument zijn caravan aan derden heeft verhuurd.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
We hebben de caravan verhuurd aan derden. Dit zou in eerste instantie voor een periode van zes maanden zijn. De caravan is uiteindelijk maar één maand verhuurd aan derden. We hebben uiteindelijk de borg en de resterende vijf maanden huur gehouden, omdat we diverse kosten hebben gemaakt om de caravan in orde te maken.
De ondernemer blijft echter volhouden dat hij recht heeft op de volledige zes maanden provisie van de huur, dit terwijl de caravan maar voor één maand verhuurd is geweest.
Ook dreigt de ondernemer ons van de camping te zetten, omdat wij het niet eens zijn met de facturen. Verder is het zo dat er nu opeens facturen komen over vastrecht over stroom, terwijl dat nooit eerder gefactureerd is.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken, waarvan in het bijzonder het verweerschrift van 12 februari 2024. De inhoud daarvan dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Het conflict met de consument is reeds op 4 april 2023 begonnen, daar de partner van de consument toen reeds problemen had met het nakomen van betalingsvoorwaarden en het naleven van het kampeerreglement, in het bijzonder de voorwaarden omtrent verkoop van het object.
De percentages van verhuurprovisie waren exact de provisies zoals door ons reeds vermeld in het kampeerreglement dat geldt vanaf 1 januari 2021.
In de klacht lees ik dat dat het object slechts één maand verhuurd is geweest; vreemd, daar in eerdere e- mails wordt gesproken over 2 maanden. De huurder heeft de volledige huurperiode betaald en zijn borg niet retour ontvangen.
De opmerking met betrekking tot de plotselinge vastrechtbedragen is ongegrond, daar dit reeds in september 2022 is medegedeeld in een informatief schrijven dat iedere jaargast van ons jaarlijks ontvangt. Het niet toelaten tot het park is absoluut onjuist. De consument heeft op eigen verzoek zijn kenteken laten verwijderen en tot op heden geen verzoek gedaan dit weer te activeren.
Depotbedrag
De commissie heeft het volgende overwogen.
Gebleken is dat het secretariaat heeft verzuimd om de consument te vragen het bedrag in geding (€ 600,–) in depot te storten. Om die reden heeft het secretariaat hem verzocht dit alsnog te doen. Het betreffende bericht is hieronder integraal opgenomen.
Als u een klacht heeft ingediend en u heeft de rekening van de aanbieder waar uw klacht over gaat nog niet (helemaal) betaald, dan vragen wij normaliter aan u voordat er verweer wordt gevraagd om dit bedrag aan de Geschillencommissie over te maken. Bij de uitspraak bepaalt de Commissie hoe het in depot gestorte bedrag over partijen wordt verdeeld.
Abusievelijk hebben wij verzuimd om u een factuur te sturen voor het depotbedrag. Het storten van een depotbedrag is wel noodzakelijk op grond van het reglement van de commissie Recreatie (artikel 9 en artikel 10 Reglement). Graag verzoeken wij u alsnog het depotbedrag te voldoen (600 euro). Zonder een depotbedrag kan de commissie helaas geen uitspraak doen. Een factuur wordt u op korte termijn toegezonden.
Wij bieden onze oprechte excuses aan voor deze gang van zaken.
De consument heeft echter (meermaals) geweigerd om aan dit verzoek tegemoet te komen. Dat betekent, zoals in voornoemd bericht expliciet aangegeven, dat de commissie (nog) geen uitspraak kan doen in deze zaak.
Gelet op de ontstane impasse wil de commissie ook van haar kant de consument excuses aanbieden voor de gang van zaken. Begrijpelijk is dat de consument deze gang van zaken als bijzonder vervelend heeft ervaren, maar helaas nemen gedane zaken geen keer. Tegelijkertijd wil de commissie benadrukken dat het ingevolge haar reglement noodzakelijk is dat het bedrag van € 600,- alsnog in depot wordt gestort door de consument, teneinde voortgang te kunnen geven aan de afdoening van deze zaak.
Gelet op het voorgaande biedt de commissie de consument nog een termijn van 14 dagen na de verzenddatum van dit tussenadvies voor het in depot storten van voornoemd bedrag. Mocht de consument persisteren bij zijn weigering om dat te doen, dan zal de commissie handelen naar bevind van zaken.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
- Biedt de consument een termijn van 14 dagen na de verzenddatum van dit tussenadvies voor het in depot storten van een bedrag van € 600,– ;
- Houdt elke verdere beslissing aan.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie, bestaande uit de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, mevrouw J. Hagedoorn, de heer mr. P. Rijpstra, leden, op 1 augustus 2024.