Camping mag huurovereenkomst niet beëindigen na onterechte verdenking

De Geschillencommissie




Commissie: Recreatie    Categorie: Huurovereenkomst m.b.t. vaste standplaatsen    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 225521/239762

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument had een vaste plek op een camping, maar kreeg te horen dat de huurovereenkomst werd beëindigd vanwege de verdenking van betrokkenheid bij diefstal van een fiets. Volgens de consument had zijn gehandicapte gast per ongeluk een verkeerde fiets meegenomen, en was hij zelf niet betrokken. De ondernemer vond dat de situatie niet paste bij een 5-sterren familiecamping en wilde de consument niet meer toelaten. De Geschillencommissie oordeelt dat de ondernemer eerder had toegezegd dat het contract verlengd kon worden en dat hij zich daaraan moet houden. De latere opzegging is daarom niet geldig. Ook is niet bewezen dat de consument zelf iets met de diefstal te maken had. De klacht is gegrond en de huurovereenkomst loopt nog steeds door. De ondernemer moet ook het klachtengeld van € 52,50 vergoeden.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de opzegging van de huurovereenkomst in verband met de verdenking van (betrokkenheid bij) diefstal van een fiets.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Ik ben de eigenaar van een vaste plek. Onze gehandicapte gast wilde de betreffende fiets niet stelen. Hij dacht dat het zijn fiets was en nam hem in plaats van zijn eigen fiets mee. We worden nu beschuldigd van hulp bij diefstal en de huurovereenkomst van de plaats is op grond daarvan beëindigd. Mijn partner is ook zwaar gehandicapt en heeft niet gemerkt dat onze gast die fiets meenam. Ze kan niet goed zien. Er is een video waarop duidelijk te zien is wie wegreed. Ik was er zelf niet bij en ben de enige contractpartner. Er is nog geen politierapport opgemaakt. De zaak is meer dan een jaar oud.

De consument verlangt dat de beëindiging van de huurovereenkomst ongedaan wordt gemaakt.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Wij zijn van mening dat de klacht van de consument ongegrond moet worden verklaard, althans dat die klacht dan wel zijn verzoek afgewezen dient te worden.

De consument heeft op 20 juli 2023 een brief gehad waarin we hebben aangegeven dat de overeenkomst zal worden beëindigd op 31 oktober 2023. De consument heeft de ontvangst van deze brief op 21 juli 2023 per e-mail aan ons bevestigd.

Op zaterdag 25 juni 2022 zijn er twee fietsen gestolen bij de fietsenwinkel. Op de camerabeelden is te zien dat de elektrische fiets zonder toestemming wordt meegenomen. De partner van de consument is herkenbaar in beeld, samen met een kennis van de consument. Op maandag 27 juni 2022 wordt de tweede fiets gevonden in een greppel bij de parkeerplaats op onze camping nabij de standplaats van de consument. De eigenaar van de fietsenzaak heeft aangifte gedaan van diefstal en onze duty-manager geïnformeerd. Helaas is er toen intern bij ons iets niet goed gecommuniceerd, want de operationeel directeur is niet eerder ter ore gekomen dat er aangifte is gedaan en de beëindiging van de overeenkomst is niet direct aan de consument verzonden. De operationeel directeur heeft dit pas vernomen in 2023. De operationeel directeur heeft de consument toen een aankondiging van beëindiging gestuurd. Deze brief heeft hij op 20 juli 2023 ontvangen.

Op 25 juli 2023 heeft de operationeel directeur met de consument en diens vrouw gesproken en hun verweer aangehoord. Ze gaven toen ook toe dat hun kennis de diefstal had gepleegd, maar dat dit zou komen door zijn handicap. De gestolen fiets is echter aangetroffen op de standplaats van de consument en de fietstas en stickers zijn daar ook aangetroffen. De eigenaar van de fietsenzaak heeft deze zelf gezien toen de consument het vuilnis wilde weggooien. Ook hebben de consument en diens vrouw dit zelf bevestigd in het gesprek met de operationeel directeur. Er zijn getuigen die het bovenstaande kunnen bevestigen.

De relatie tussen de consument en ons is niet meer te herstellen. We zijn een 5-sterren familiecamping en kunnen het ons niet permitteren om gasten op ons park te hebben, die diefstal plegen en/of gestolen goederen op hun plaats bewaren. De opzegging is onzes inziens conform de Recron-voorwaarden. Indien de operationeel directeur de informatie direct in 2022 had ontvangen, had deze toentertijd gelijk actie ondernomen. Betreurd wordt dat dit pas een jaar later is gebeurd.

Overigens zijn wij ook van mening dat de overeenkomst op 20 juli 2023 per direct had kunnen worden opgezegd, maar er is voor gekozen om de plek tot en met 31 oktober 2023 ongemoeid te laten uit coulance jegens de consument en zijn partner.

Wij staan ervoor open om met de consument een billijke vergoeding overeen te komen voor de aanpassingen die hij het afgelopen jaar heeft gedaan. Hij is echter niet meer welkom op ons park en we zijn dan ook niet voornemens om het eerdere besluit te herzien.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De omstandigheden die hebben geleid tot de opzegging van de huuroverkomst, deden zich voor op 22 juni 2022. Op 3 oktober 2022 ontving de consument een e-mail van de ondernemer waarin het volgende werd aangegeven:

De directie heeft de situatie opnieuw besproken en uw contract kan worden verlengd.

Pas bij brief van 20 juli 2023 – bijna negen maanden later – heeft de ondernemer de consument laten weten dat de huurovereenkomst per 31 oktober 2023 zal worden beëindigd. Dat deze opzegging pas dan is gedaan, was een gevolg van het feit dat de operationeel directeur niet eerder was geïnformeerd over wat zich op 22 juni 2022 had voorgedaan.

De commissie is van oordeel dat de ondernemer gehouden dient te worden aan zijn toezegging die hij bij e-mail van 3 oktober 2022 heeft gedaan. Dat de operationeel directeur pas in juli 2023 door haar medewerkers wordt geïnformeerd over wat er op 22 juni 2022 zou zijn gebeurd en op grond daarvan besluit om de huurovereenkomst met de consument op te zeggen, laat zich niet verenigen met die toezegging. De commissie stelt dan ook vast dat de huurovereenkomst niet rechtmatig is opgezegd en dat deze geacht wordt nog steeds door te lopen.

Ten overvloede merkt de commissie nog op dat op geen enkele manier is aangetoond dat de consument enige bemoeienis had met het wegnemen van de betreffende fiets. Het enkele feit dat de fiets bij hem op de plaats is aangetroffen, maakt dat niet anders, aangezien hij daarvoor een plausibele verklaring heeft gegeven, in die zin dat zijn gast de fiets (onbedoeld) had meegenomen en bij hem op de plaats had gezet in de veronderstelling dat het zijn fiets was. Weliswaar heeft de eigenaar van de fiets aangifte gedaan, maar niet gebleken is dat dit heeft geleid tot strafrechtelijke consequenties voor de consument of diens gast.

Op grond van het voorgaande zal de commissie de klacht gegrond verklaren.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht gegrond.

De commissie stelt vast dat de ondernemer de huurovereenkomst met de ondernemer niet rechtsgeldig heeft opgezegd en dat de huurovereenkomst nog steeds doorloopt.

Overeenkomstig het reglement van de commissie dient de ondernemer een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie, bestaande uit de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, de heer P.W.M. Meijkamp, mevrouw mr. J.M. Huysman-Hartkamp, leden, op 15 februari 2024.

Print/PDF