Commissie: Energie
Categorie: Schadevergoeding product/dienst
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies na tussen advies
Uitkomst: ten dele gegrond
Referentiecode:
554841/604506
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument heeft een klacht ingediend bij de Geschillencommissie Energie over een gehuurde warmtepomp die te veel geluid produceert. Uit metingen door een deskundige blijkt dat het geluidsniveau in de woonkamer boven de wettelijke norm ligt, waardoor de installatie niet voldoet aan het Bouwbesluit. De ondernemer stelde dat vervuiling in de woninginstallatie de oorzaak zou zijn, maar kon dit niet goed onderbouwen. De commissie oordeelt dat de warmtepomp gebrekkig is en vervangen moet worden door een exemplaar dat wél aan de geluidsnormen voldoet. Dit moet binnen drie maanden gebeuren. Tot die tijd mag de consument de maandelijkse huur opschorten en krijgt hij een vergoeding voor het extra stroomverbruik van € 1.975, omdat de warmtepomp langere tijd op noodbedrijf heeft gedraaid. Eventuele extra kosten na juli 2025 worden vergoed op basis van verbruiksgegevens. De kosten die de consument heeft gemaakt voor geluidsabsorberende maatregelen worden niet vergoed, omdat daarvoor geen juridische grond bestaat. De klacht is daarom deels gegrond verklaard. De ondernemer moet ook het klachtengeld van € 52,50 vergoeden.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De gehuurde warmtepomp produceert te veel geluid. De ondernemer is gehouden de warmtepomp te vervangen door een warmtepomp waardoor de geluidsnormen niet worden overschreden. Een en ander dient te geschieden binnen een termijn van drie maanden na de verzenddatum van dit bindend advies.
De ondernemer is gelet op het gebrek aan de warmtepomp gehouden aan de consument de kosten van het extra stroomverbruik te betalen totdat deze is vervangen door een nieuwe warmtepomp.
Ook is de consument gerechtigd de maandelijkse huurtermijnen verder op te schorten totdat de nieuwe warmtepomp is geplaatst.
Het meer of anders verlangde wordt afgewezen.
Beoordeling
Bij Tussenadvies van 24 februari 2025 heeft de commissie beslist dat een (nader) onderzoek zal worden ingesteld door een door haar aan te stellen deskundige, waarbij in het bijzonder de vraag aan de orde zal worden gesteld of de warmtepomp die de consumenten van de ondernemer huren te veel geluid produceert. De consumenten ervaren namelijk veel geluidsoverlast in hun woning en stellen kortgezegd dat de warmtepomp niet aan de geldende eisen en eigen specificaties voldoet.
De door de commissie ingeschakelde deskundige (hierna te ook noemen: ondergetekende) heeft volgens zijn rapport, voor zover nu van belang, het volgende onderzocht en vastgesteld:
In de woonkamer is op 4 locaties een meting uitgevoerd te weten in de keuken, woonkamer midden en op 1,5 meter van de achtergevel en woning scheidende wand, links en rechts. De hoogst gemeten waarde bedraagt 39,9 dB(A) en de laagst gemeten 34,3 dB(A). Het gemiddelde geluidniveau bedraagt 36,7 dB(A). Het achtergrondgeluid (dat wil zeggen alle apparaten uit) bedraagt 20,8 dB(A). Het geluidsniveau in de slaapkamers op de verdieping voldoet aan de wettelijke eis en is ruimschoots lager dan 30 dB(A). De Norm volgens het Bouwbesluit 2012 (artikel 3.9.) is dat het geluidsniveau niet hoger mag zijn dan 30 dB(A). Vastgesteld moet worden dat de installatie op dit moment niet voldoet aan de eisen als gesteld in het Bouwbesluit.
In een bericht van d.d. 18 juni 2025 (dus na het uitgevoerde onderzoek door ondergetekende) stelt de ondernemer dat zij van de warmtepompleverancier een rapportage hebben ontvangen. In dit bericht staat dat de woninginstallatie gespoeld moet worden en dat vervuiling in de woninginstallatie de oorzaak zou zijn van de hoge geluidsproductie van de warmtepomp. Ondergetekende heeft echter bij deze mail 2 bijlagen ontvangen. 1) Nota van de werkzaamheden van [bedrijf], echter geen rapportage zoals aangekondigd. 2) Een mailwisseling tussen Energiewacht en de ondernemer, waarin wordt aangegeven dat vervuiling van de binnen installatie (en dus onvoldoende flow) de oorzaak zou kunnen zijn van de problemen met de WP. Tevens wordt vermeld dat men niet weet of er een buffervat in de installatie aanwezig is. Terecht merkt de ondernemer in de mailwisseling op dat het wel bijzonder is dat niet eerder geconstateerd is dat dit de oorzaak zou zijn. Dat Energiewacht niet weet dat er een buffervat geplaatst is, is op z’n minst opmerkelijk, omdat de ondernemer in het verweer van 3 oktober 2024 vermeld dat er op 17 en 18 juli 2023 een buffervat geplaatst is. Dat de warmtepomp zoveel geluid produceert kan inderdaad het gevolg zijn van onvoldoende waterzijdige doorstroming. Echter is er niet aangetoond dat er onvoldoende flow is middels temperatuur- of flowmetingen en dat is ook erg onwaarschijnlijk omdat er nu een buffervat aanwezig is.
Tevens zou onvoldoende flow in de woonhuisinstallatie er ook toe leiden dat als de warmtepomp op noodbedrijf staat, de woning niet op temperatuur zou komen en dat is niet het geval. Uiteraard is het aan de commissie om conclusies te trekken, maar ondergetekende is van mening dat de stelling van de ondernemer, dat er een flowprobleem is, onvoldoende onderbouwd is. Tevens is het dan wel bijzonder dat men in 2023 zelfs de gehele warmtepomp vervangt zonder de oorzaak te achterhalen. Om echter alle discussie uit te sluiten zou ondergetekende voor willen stellen dat de consument zijn binnen installatie laat spoelen. En dat de ondernemer de warmtepomp vervolgens wederom vervangt. En voorts dat de ondernemer een redelijke vergoeding betaalt voor het extra stroomverbruik in de afgelopen 2 jaar, omdat de installatie geruime tijd op noodbedrijf (COP van 1 in plaats van 3/4) heeft gefunctioneerd. Uiteraard zal daar een goede onderbouwing met verbruiksdata van de consument voor aangeleverd moeten worden. Een redelijke benadering kan ook zijn de verbruiken van bijvoorbeeld 2022 te vergelijken met 2023 en 2024.
De commissie neemt voorgaande bevindingen en conclusies van de deskundige over en maakt deze tot de hare. Gelet hierop alsmede gelet op de inhoud van het dossier is de commissie van oordeel dat de warmtepomp een gebrekkige staat of eigenschap heeft waardoor deze niet aan de consument het genot kan verschaffen dat hij bij het aangaan van de overeenkomst mocht verwachten van een goed onderhouden zaak van de soort als waarop de overeenkomst betrekking heeft. Niet gebleken is dat deze staat of eigenschap aan de consument dient te worden toegerekend.
De commissie acht de ondernemer gehouden dit gebrek kosteloos te verhelpen door de warmtepomp te vervangen door een warmtepomp die qua geluidsproductie binnen de daarvoor geldende normen functioneert, nu niet is gebleken dat dit onmogelijk is of uitgaven vereist die in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs niet van de ondernemer zijn te vergen.
De ondernemer is gelet op het gebrek aan de warmtepomp gehouden aan de consument de kosten van het extra stroomverbruik als gevolg van het in noodbedrijf staan van de huidige warmtepomp te betalen totdat deze is vervangen door een nieuwe warmtepomp. Deze kosten worden tot en met juli 2025 begroot op
€ 1.975, –. De kosten die hier na juli 2025 nog bijkomen, totdat de nieuwe warmtepomp is geïnstalleerd, worden berekend op basis van de gebruiksgegevens zoals die ook zijn aangeleverd door de consument voor de berekening van voornoemd bedrag.
De consument is gerechtigd de maandelijkse huurtermijnen verder op te schorten totdat de nieuwe warmtepomp is geplaatst.
De Commissie wijst het verzoek van de consument om de ondernemer te veroordelen tot het betalen van de kosten (à € 1.504,95) die zijn gemaakt aan de woning voor geluidsabsorberende maatregelen af, omdat de commissie geen juridische grond daarvoor aanwezig acht.
De Commissie is gelet op haar reglement niet bevoegd een oordeel te geven over de vraag wat zou moeten gebeuren als de ondernemer geen gehoor geeft aan deze uitspraak, omdat niet gesteld of gebleken is dat partijen daar een geschil over hebben.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer is gehouden de warmtepomp te vervangen door een warmtepomp waardoor de geluidsnormen niet worden overschreden. Een en ander dient te geschieden binnen een termijn van drie maanden na de verzenddatum van dit bindend advies.
De ondernemer is gehouden alle extra stroomverbruikskosten als gevolg van het in noodbedrijf staan van de huidige warmtepomp te vergoeden aan de consument.
De consument is gerechtigd de betaling van de maandelijkse huurtermijnen die betrekking hebben op de gebrekkige warmtepomp op te schorten tot de nieuwe warmtepomp is geplaatst.
De vordering tot vergoeding van kosten die gemaakt zijn door de consument voor geluidsabsorberende voorzieningen in de woning worden afgewezen.
De commissie wijst het meer of anders verlangde af.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd. Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.P.C.M. Hellegers, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, mevrouw mr. R. Jelicic, leden, op 5 augustus 2025.