Vermoedens van misleiding bij pakketverzending leiden tot afwijzing schadeclaim

  • Home >>
  • Post >>
De Geschillencommissie




Commissie: Post    Categorie: -    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies na tussen advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 188215/189951

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

In vervolg op het tussenadvies van 29 november 2022 heeft de Geschillencommissie Post de eindbeslissing genomen in een zaak over een vermist verzekerd postpakket. De consument claimde schadevergoeding voor het niet-afgeleverde pakket, terwijl de ondernemer vermoedde dat er sprake was van fraude. Op verzoek van de commissie heeft de ondernemer een rapport van de afdeling Security overgelegd, waaruit blijkt dat de consument 113 claims heeft ingediend bij meerdere webwinkels wegens zogenaamd verloren zendingen. Daarbij viel op dat bijna alle meldingen van verloren pakketten via slechts twee servicepunten verliepen en grotendeels alleen de consument betroffen. Volgens de ondernemer lijkt de consument een kunstgreep te hanteren, waarbij hij soms meerdere pakketten tegelijk aanbiedt maar slechts één daadwerkelijk laat verzenden. In het rapport werd ook vermeld dat er ongebruikelijk veel kostbare apparaten waren besteld, zoals meerdere iPads en televisies binnen korte tijd. De commissie acht het op basis van alle gegevens aannemelijk dat de consument zelf verantwoordelijk is voor de vermissing van het pakket. Het eerder overgelegde verzendbewijs wordt daardoor onvoldoende geacht om aanspraak te maken op schadevergoeding. De klacht van de consument is daarom ongegrond verklaard. De tegenvordering van de ondernemer tot terugbetaling van eerdere schadevergoedingen werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De vorderingen in conventie en reconventie zijn beide afgewezen.

De uitspraak

Behandeling van het geschil

De Geschillencommissie Post (verder te noemen: de commissie) heeft bij tussenadvies d.d. 29 november 2022 de eindbeslissing aangehouden.
De inhoud van dit tussenadvies moet als hier ingevoegd worden beschouwd.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Partijen zijn niet voor de zitting opgeroepen.

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft schadevergoeding voor een volgens de consument verloren gegaan verzekerd poststuk.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Kortheidshalve wordt verwezen naar voornoemde tussenadvies.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Ook hier wordt kortheidshalve verwezen naar voornoemd tussenadvies.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In meergenoemd tussenadvies werd beslist dat de ondernemer, zowel in conventie als in reconventie, in de gelegenheid gesteld wordt binnen twee maanden na verzending van het tussenadvies een door de afdeling Security van de ondernemer opgesteld rapport betreffende de verzending(en) van de consument in te leveren, vergezeld van een aangifte bij de politie, zo deze gedaan is.

De ondernemer heeft met een begeleidende brief bedoeld rapport in het geding gebracht, samen met diverse bijlagen. Aangifte is volgens de ondernemer door de politie geweigerd. De consument heeft op die stukken gereageerd.

De commissie overweegt dat uit de door de ondernemer toegestuurde stukken blijkt dat bij een aantal vaste bezorgpartners (gedoeld wordt op maatschappijen als Coolblue en Mediamarkt) 113 claims door de consument ingediend zijn wegens door hem of genoemde bezorgpartners niet ontvangen zendingen. De ondernemer wijst erop dat het statistisch onmogelijk is dat een dergelijke hoeveelheid zendingen verloren is gegaan.
Ook wijst de ondernemer erop dat de consument gebruik maakt van twee van zijn servicepunten en dat betreffende die servicepunten in een periode van ruim anderhalf jaar nauwelijks andere meldingen gedaan zijn van verloren gegane pakketten dan die van de consument (36 meldingen, waarvan dertig van de consument, althans zijn woonadres). Dat wijst er volgens de ondernemer op dat het niet aan het servicepunt ligt, maar aan de afzender.
Verder volgt uit het rapport van de afdeling Security dat tegelijkertijd met het aanbieden van een verloren gegaan pakket door de consument een ander pakket aangeleverd wordt dat niet verloren gaat. Er wordt volgens de ondernemer kennelijk een kunstgreep uitgehaald (mogelijk door een babbeltruc) waardoor één pakket teruggenomen wordt, althans niet verzonden wordt.
Ook valt op dat in twee maanden tijd bij verschillende webwinkels vier Ipads besteld worden en in anderhalf week twee 50 inch tv’s.
De commissie is van oordeel – mede beslissend naar redelijkheid, als in het reglement bepaald – dat uit bovengenoemde bevindingen, in onderling verband en samenhang bezien, niet anders kan volgen dan dat voldoende aannemelijk is dat de consument bij het in onderhavige zaak verzonden pakket een zodanige kunstgreep heeft uitgehaald dat de vermissing aan de consument te wijten is. Door het bovenstaande is voldoende het verzendbewijs tegengesproken. In dat geval volgt geen uitkering (artikel 9.6 vierde gedachtestreepje van de toepasselijke Algemene Voorwaarden). De klacht wordt dan ook afgewezen.

De ondernemer heeft een reconventionele vordering ingediend. De commissie is van oordeel dat ten aanzien van de in deze vordering bedoelde verzendingen onvoldoende gegevens bekend zijn om tot een oordeel te komen. De vordering in reconventie wordt dan ook afgewezen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie wijst de vordering in conventie en in reconventie af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer A. Verkaik en mevrouw drs. W. Nienhuis, leden, op 7 februari 2023.

Print/PDF