Commissie: Voertuigen
Categorie: -
Jaartal: 2022
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
170388/175325
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De uitspraak
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Voertuigen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.
De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
De behandeling van het geschil heeft tijdens een digitale zitting op 31 oktober 2022 te Den Haag plaatsgevonden.
Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.
Partijen hebben ter zitting hun standpunt nader toegelicht.
De consument werd ter zitting bijgestaan door mevrouw [naam].
De ondernemer werd ter zitting vertegenwoordigd door [naam] en bijgestaan door [naam].
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 23 augustus 2021 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een gebruikte VW Golf, tegen een door de consument te betalen bedrag van € 17.590,– na inruil.
De overeenkomst is uitgevoerd en nadien in overleg tussen partijen ontbonden.
De consument heeft de klacht op 25 januari 2022 voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
In augustus 2021 kocht consument een auto bij de ondernemer. Bij de koop werd de oude auto van de consument voor een bedrag van € 750,– ingeruild. De koopsom werd gefinancierd.
De auto vertoonde vele mankementen en in december 2021 hebben partijen in overleg de koopovereenkomst ontbonden. De ondernemer heeft het openstaande bedrag aan de financieringsmaatschappij betaald. De consument had inmiddels drie termijnen betaald. Die was zij kwijt. De consument had aldus geen schuld meer bij de financier, maar was ook het bedrag van de inruil van haar auto van € 750,– kwijt. De ondernemer had op die manier een gratis auto van de consument gekregen. De consument heeft de ondernemer daarop aangesproken en verlangde om hem tegemoet te komen, niet het volledige inruilbedrag, maar een bedrag van € 500,– terug van de ondernemer.
Gelet op de ontbinding van het contract moet alles worden teruggedraaid. Ook de transactie van de inruil. De ondernemer wilde de consument op geen enkele wijze tegemoetkomen.
Pas na het indienen van de klacht bij de commissie stelde de ondernemer een schikking voor. Hij wilde € 500,– terugbetalen, de reservesleutel van de inruilauto en verwijdering van de negatieve recensies. De consument was daarmee akkoord, met dien verstande dat zij niet in het bezit is van een reservesleutel, en zou na de ontvangst van dit bedrag de reviews/recensies over de ondernemer verwijderen en verwijderd houden. De ondernemer hield zich niet aan het eigen voorstel en deed zelfs voor de tweede maal hetzelfde voorstel, nu zonder reservesleutel. Ook dit is de ondernemer na het akkoord van de consument, niet nagekomen. Om die reden heeft de consument de procedure bij de commissie voortgezet.
Ter zitting heeft de consument verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.
Nu het niet tot een afspraak is gekomen, maakt de consument aanspraak op een bedrag van € 750,–. De consument is niet in het bezit van een reservesleutel. Het was de consument niet meteen duidelijk dat de waarde van de inruilauto niet zou worden vergoed. In eerste instantie was het voor haar van belang dat de financier zou worden afgelost. Zij heeft zelfs nog een bedrag van € 121,– aan de ondernemer moeten betalen voor de volledige aflossing.
In het kader van een schikking zou de consument bereid zijn om de tekst van de recensie aan te passen, niet om deze geheel te verwijderen.
Partijen komen niet tot een schikking.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument accepteert de door de ondernemer aangeboden schikking niet. Het is vreemd en buiten de orde dat de consument één jaar na de overeenkomst om de auto terug te nemen opeens geld eist van de ondernemer.
Het aankoopbedrag van de VW Golf was door een bank gefinancierd. Op verzoek van de consument en haar partner heeft de ondernemer de auto voor een bedrag van € 17.000,– teruggekocht van de consument. Bij de bank stond nog een bedrag van € 17.121,– open. De consument heeft een bedrag van € 121,– aan de ondernemer betaald. Die heeft de volledige openstaande schuld daarna voldaan. Er was niets afgesproken over de inruilauto.
De ondernemer dacht de zaak goed te hebben opgelost met de consument, maar zag tot zijn verbazing dat de consument meerdere slechte recensies op zijn website had geplaatst.
De consument bleek niet bereid aan de voorwaarden van de ondernemer voor een schikking te voldoen.
Als de commissie in haar uitspraak schriftelijk vastlegt dat de consument € 500,– van de ondernemer ontvangt en zij alle reviews, die op deze zaak betrekking hebben, verwijdert en verwijderd houdt en iedere partij de eigen kosten draagt, kan wat de ondernemer betreft een zitting achterwege blijven.
Ter zitting heeft de ondernemer verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.
Er is sprake geweest van miscommunicatie. De ondernemer heeft geen betaling verricht omdat hij de schikking schriftelijk wilde laten vastleggen. Het ging om het verwijderen van de reviews en niet om een vergoeding van de waarde van de inruilauto. Die kwestie was afgedaan met de terugkoop van de auto voor het overeengekomen bedrag van € 17.000,–. De ondernemer heeft op 15 december 2021 uitvoering gegeven aan de gemaakte afspraak. Pas vijf weken nadien kwam de consument met aanvullende eisen. Het aangeboden bedrag heeft niets te maken met een eventuele ongedaanmakingsverplichting van de ondernemer.
Partijen bereiken ter zitting geen schikking
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
In het onderhavige geschil klaagt de consument over het niet vergoeden van de inruilwaarde van de door haar bij de koopovereenkomst ingeruilde auto, bij de ontbinding van de koopovereenkomst van partijen en de terugkoop van de auto door de ondernemer.
De ondernemer voert verweer.
De commissie volgt het standpunt van de consument.
Uit de aan haar overgelegde stukken blijkt naar het oordeel van de commissie onmiskenbaar dat de consument alsnog een vergoeding verlangt van de ondernemer voor de waarde van de inruilauto. De ondernemer heeft in dat verband herhaaldelijk een schikkingsvoorstel gedaan, dat telkens door de consument werd geaccepteerd, maar de ondernemer heeft nagelaten daaraan uitvoering te geven. Uit het laatste voorstel van de ondernemer bleek dat de voorwaarde van de reservesleutel daarin niet meer voorkwam. Wel bleek de consument bereid om de reviews te verwijderen, waarop zij ter zitting deels terugkwam.
Naar het oordeel van de commissie stond het de consument dan ook vrij om aanspraak op een vergoeding te maken. De miscommunicatie waarover de ondernemer repte tijdens de zitting waardoor hij het te betalen bedrag niet heeft voldaan, vindt geen steun in de stukken. De ondernemer had eenvoudigweg kunnen betalen en de consument kunnen houden aan haar toezegging om de reviews te verwijderen. Daarmee was de kous af geweest.
Nu partijen niet tot een schikking zijn gekomen en niet gebleken is dat partijen elkaar over en weer bij het terugdraaien c.q. ontbinden van de koop – finale – kwijting en decharge hebben verleend, zal de commissie uitgaande van de bedoeling van partijen om de koopovereenkomst te ontbinden, de ondernemer veroordelen tot betaling aan de consument van een bedrag van € 750,–, zijnde het onbetwiste en derhalve vaststaande bedrag van de waarde van de inruilauto.
De commissie kan en zal zich niet uitlaten over de vraag of de consument de recensies al dan niet dient te verwijderen, nu dit geen onderwerp van de klacht vormt en de commissie het overigens evenmin tot haar taak rekent om dergelijke uitingen van de consument te beoordelen.
Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument gegrond.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 750,–. Betaling dient plaats te vinden binnen 4 weken na de verzenddatum van dit bindend advies.
De commissie wijst het meer of anders verlangde af.
Bovendien is de ondernemer gehouden het door de consument betaalde klachtengeld ad € 127,50 aan hem te vergoeden.
Overeenkomstig het reglement van de commissie zal aan de ondernemer een bijdrage in de behandelingskosten in rekening worden gebracht.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, A. Belt en J.M.A. van Haren, leden, op 31 oktober 2022.