Geschonden zorgplicht bij de bemiddeling van de verkoop van een boot

De Geschillencommissie




Commissie: Waterrecreatie    Categorie: Ontbinding koopovereenkomst / Tekortkoming in de nakoming    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 384396/458516

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De uitspraak betreft een geschil over de bemiddelingsovereenkomst tot koop van een boot. Volgens de consument is de ondernemer bij de uitvoering van deze overeenkomst tekortgeschoten.  De ondernemer heeft nagelaten de consument te adviseren over de juridische en technische aspecten van de boot. Ook heeft hij niet genoeg de belangen van de consument behartigt bij het sluiten van de overeenkomst. Tevens is de aankoopexpertise opgemaakt zonder de brancherichtlijnen, en is dit zonder medeweten van de consument uit het contract gehaald. De potentiële koper van dat moment heeft daarop de overeenkomst ontbonden. De boot bleek vervolgens minder verkoopbaar, waardoor de consument een veel lagere verkoopprijs heeft moeten accepteren. Volgens de ondernemer is het ontbinden van de eerste koopovereenkomst de schuld van de consument geweest, en heeft zij het tweede bod ook geaccepteerd.

Wat is de beslissing?

De commissie onderstreept dat het hier gaat om een inspanningsverplichting aan de zijde van de ondernemer. Een lagere verkoopprijs wil daarom nog niet per se iets zeggen. Volgens de commissie heeft de ondernemer onvoldoende bewijs geleverd voor het aansprakelijke stellen van de ondernemer. Het staat volgens de commissie vast dat de ondernemer beter had kunnen handelen bij de eerste verkoop, maar acht dit geen toerekenbare tekortkoming. Het kan niet gesteld worden dat als de ondernemer had voldaan aan de eisen van de consument, dat er dan dan wel een koopovereenkomst tot stand was gekomen. De commissie oordeelt de klacht van de consument dan ook ongegrond.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil heeft betrekking op de uitvoering door de ondernemer van een tussen partijen op 15 augustus 2023 gesloten bemiddelingsovereenkomst inzake de verkoop van de boot van consument, te weten een Fountaine Pajot Lavezzi 40 met de naam ‘Jeanvi’.

Het standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 15 augustus 2023 heeft de consument een bemiddelingsovereenkomst met de ondernemer gesloten voor de verkoop van haar boot. De ondernemer is bij het uitvoeren van deze opdracht tekortgeschoten in de verplichtingen die uit deze overeenkomst voorvloeien. De ondernemer is op grond van artikel 5 lid a, d, e, f en g van de Algemene Voorwaarden Hiswa voor de bemiddeling van vaartuigen tekort geschoten.

Zo heeft de ondernemer nagelaten de consument te adviseren over de juridische en technische aspecten van de verkoop van de boot en de verkoopovereenkomst. De ondernemer heeft niet in het belang van de consument onderhandeld of geadviseerd en heeft nagelaten om de totstandkoming van de koopovereenkomst te bevorderen en op de gebruikelijke wijze af te handelen. Dit alles levert een toerekenbare tekortkoming op. Zo heeft de ondernemer de voorwaarden en tenuitvoerlegging van de aankoopexpertise niet goed geregeld en gecontroleerd.

De boot is op 13 september 2023 verkocht voor de vraagprijs van € 174.500,– onder voorbehoud van expertise. In de oorspronkelijke conceptovereenkomst stond dat de aankoopexpertise zou worden uitgevoerd door een HISWA-expert, in lijn van de HISWA-voorwaarden. De koper heeft tijdens de bespreking van de conceptovereenkomst, waarbij alleen de ondernemer aanwezig was, aangegeven gebruik te willen maken van een Engelse expert voor de aankoopexpertise en dat was geen HISWA-expert. Vervolgens heeft de ondernemer zelf op verzoek van de koper de voorwaarde van de HISWA expertise en de HISWA-voorwaarden verwijderd uit de overeenkomst, zonder daar de consument van te vergewissen. De ondernemer heeft nagelaten de consument over deze contractuele wijziging te informeren en te adviseren. Dit is in strijd met artikel 5 van de algemene voorwaarden die van toepassing zijn.
Als gevolg van de oplettendheid van de consument heeft zij deze wijziging ontdekt en is in het koopcontract opgenomen, dat het expertiseproces in lijn met de HISWA-voorwaarden dient te geschieden.
De expertise is uitgevoerd en het rapport dat daarop volgde is zonder enige kanttekening door de ondernemer geaccepteerd en zonder verdere context daarbij aan de consument doorgestuurd. Het voldeed geenszins aan de HISWA-voorwaarden en de ondernemer had het nooit mogen accepteren. Hier is sprake van een ernstige professionele fout.

Op 3 oktober 2023 heeft de koper de koop ontbonden op grond van opmerkingen van de eigen expert, opmerkingen die niet duiden op de aanwezigheid van een wezenlijk gebrek, de enige grondslag die een beroep op de ontbindende voorwaarde zouden doen slagen in de lijn van de Hiswa-voorwaarden.
Vervolgens heeft de ondernemer, zonder overleg met de consument hierover, de koper een second opinion toegezegd op kosten van de consument. Door de ondernemer is verder toegezegd dat wanneer de tweede expert tot dezelfde conclusie zou komen als de eigen expert van de koper, de koop zou worden ontbonden. Wederom is de consument hierin niet gekend, wat een ernstige tekortkoming oplevert op grond van artikel 5. De consument heeft niet ingestemd met de ontbinding, maar uiteindelijk is de koop ontbonden.

Vervolgens bleek de boot minder verkoopbaar, waarbij argwaan een rol speelde bij potentiële kopers. Gezien het winterseizoen naderde, de kosten doorliepen, is de consument uiteindelijk akkoord gegaan met een fors lagere verkoopprijs. Hiervan is de ondernemer een verwijt te maken.

De ondernemer heeft de op hem rustende verplichtingen en professionele zorgplicht geschonden. Op grond hiervan en vanwege geleverde prestaties die niet in lijn zijn met de hoogte van de factuur, dient de courtagenota te worden verminderd met 50% en verlangt de consument vergoeding door de ondernemer van de gemiste verkoopopbrengst.

Het standpunt van de ondernemer

De ondernemer heeft geen gebruik gemaakt van de uitnodiging voor de hoorzitting, en ook geen schriftelijk verweer ingediend, na verzoek daartoe door het secretariaat van de commissie. Op grond van de door de consument overgelegde stukken, in het bijzonder de brief van de advocaat van de ondernemer d.d. 13 mei 2024, komt het standpunt van de ondernemer volgens de commissie in de kern op het volgende neer.

Op 15 augustus 2023 is met de consument een bemiddelingsovereenkomst gesloten voor de verkoop van haar boot. De consument verwijt de ondernemer dat haar boot voor een significant lagere koopsom is verkocht dan afgesproken in de bemiddelingsovereenkomst. Het gaat om een bedrag van € 9.500,– minder.

Dat de eerste verkoop niet is voltooid, is volgens de consument het gevolg van de professionele fouten gemaakt door de ondernemer. Dat levering niet heeft plaatsgevonden, is echter volledig de keuze van de consument zelf geweest. Zij heeft schriftelijk aan de koper bericht dat het in haar belang is om het verzoek tot beëindiging van de koopovereenkomst te accepteren, omdat er meerdere gegadigden zouden zijn. Uiteindelijk is de boot binnen vier weken na beëindiging van de eerste koop opnieuw verkocht. De consument heeft er zelf voor gekozen een lager bod van € 165.000,– te accepteren, wat nog altijd hoger was dan de taxatie van € 160.000,– uit 2022.
Ten aanzien van de keuzes de eerste koop te beëindigen en de tweede koop aan te gaan, treft de ondernemer geen enkel verwijt. Dit zijn de weloverwogen keuzes van de consument zelf geweest, bijgestaan door de heer [naam], jachtmakelaar. Voor geen van deze keuzes geldt dat de ondernemer de consument van deze keuzes had moeten weerhouden.

Verder stelt de consument dat de ondernemer geen recht heeft op volledige courtage, dit omdat de ondernemer niet geleverd zou hebben conform de bemiddelingsovereenkomst. Courtage is echter verschuldigd op het moment dat de ondernemer een verkoopovereenkomst tot stand heeft gebracht, zoals vermeld in artikel 4a van de bemiddelingsovereenkomst. De consument onderbouwt op geen enkele wijze waarom zij slechts 50% van de courtagekosten zou hoeven te betalen. Er is in ieder geval geen grondslag aanwezig die gebaseerd is op de wet, de overeenkomst en de jurisprudentie die zou kunnen leiden tot enige “korting”.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Op de tussen partijen gesloten overeenkomst zijn de HISWA algemene voorwaarden bemiddeling vaartuigen van toepassing. Artikel 9 lid 1 van deze voorwaarden bepaalt dat de ondernemer een door hem aanvaarde opdracht naar beste weten en kunnen uitvoert. Dit betekent dat de ondernemer hier een inspanningsverplichting heeft en niet een resultaatsverplichting, zoals de consument impliciet stelt, te weten dat het in de overeenkomst van opdracht genoemde bedrag moet worden gerealiseerd. De constatering dat de boot uiteindelijk voor een lager bedrag is verkocht, betekent op voorhand naar het oordeel van de commissie dus nog niet dat de ondernemer zich onvoldoende van zijn taak heeft gekweten.

Blijkens de stukken kan de commissie niet tot het oordeel komen dat de ondernemer zodanig verwijtbaar heeft gehandeld dat hij aansprakelijk kan worden gehouden voor de door de consument gestelde schade.
Hiervoor heeft de consument naar het oordeel van de commissie geen steekhoudend bewijs geleverd. Voor de stelling dat de eerste koper aan de overeenkomst gehouden had kunnen worden door de ondernemer, zijn in de stukken onvoldoende aanknopingspunten te vinden. Bij het vasthouden aan een HISWA-expert danwel een expertise in de lijn van de HISWA-voorwaarden, acht te commissie het zeer aannemelijk dat, bij het niet inwilligen van de eis van de koper voor een eigen expertise, de eerste koopovereenkomst in het geheel niet tot stand zou zijn gekomen. Dat de ondernemer met de harde eis van de koper mee is gegaan, kan de commissie in die zin wel begrijpen, maar de wijze waarop dit is gebeurd verdient niet de schoonheidsprijs, maar levert echter geen toerekenbare tekortkoming op. Het is echter niet aannemelijk dat de gestelde schade niet zou zijn ontstaan wanneer de ondernemer wel conform de verwachtingen van de consument zou hebben gehandeld, aangezien te verwachten was dat deze koper een HISWA-expertise niet zou hebben geaccepteerd. Deze koper bleek enkel bereid de vraagprijs te betalen onder de voorwaarde dat zijn eigen expert het onderzoek zou mogen uitvoeren.
Kortom, het is onvoldoende komen vast te staan dat onder de aanvankelijk gestelde condities bij deze koper de vraagprijs te realiseren zou zijn geweest. Daarmee is voor de commissie de misgelopen verkoopopbrengst en daarmee de gestelde schade onvoldoende gebleken.

Tenslotte, en reeds om die reden is de klacht ongegrond, is de consument om haar moverende redenen akkoord gegaan met de ontbinding van de overeenkomst met de eerste koper, waarmee een discussie of de eerste koper mocht afzien van de koop dus niet meer gevoerd behoefde te worden. De consument is daarna akkoord gegaan met het aanbod gedaan door de tweede koper. Wanneer het voor haar een harde eis was een hogere verkoopprijs danwel de vraagprijs voor haar boot te verkrijgen, dan had het haar vrijgestaan het aanbod van de tweede koper niet te aanvaarden en de onderhandelingen voort te zetten tot een gunstiger moment en daarmee mogelijk gunstiger biedingen.

De commissie oordeelt op grond van het voorgaande de klacht van de consument ongegrond en wijst het door haar gevorderde af.
Al het overige dat door de consument naar voren is gebracht doet het oordeel van de commissie niet anders luiden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht van de consument ongegrond.

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Waterrecreatie, bestaande uit de heer mr. J.N. de Blécourt, voorzitter, de heer M.P. Bakker, de heer H.W. Zuur, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.M. Bouter-Bijsterveld, secretaris, op 23 september 20

 

Print/PDF